[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-voorzetsel-plus-wie-en-waar-plus-voorzetsel":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8cd2-7938-8779-ae39d4dc8377":281,"exercise-list-path-nl-none":311},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":278,"readyImages":280},"01a0ba4b-8cd2-7938-8779-ae39d4dc8377","Voorzetsel plus wie en waar plus voorzetsel","voorzetsel-plus-wie-en-waar-plus-voorzetsel","Kies bij personen voor voorzetsel plus wie en bij zaken voor waar plus voorzetsel, en gebruik beide vormen natuurlijk in betrekkelijke bijzinnen.","## Een relatie met een voorzetsel\n\nSommige werkwoorden en uitdrukkingen horen bij een vast voorzetsel: **praten met**, **wachten op** en **trots zijn op**. Als zo'n combinatie in een betrekkelijke bijzin staat, gebruik je bij een persoon meestal **voorzetsel + wie** en bij een zaak **waar + voorzetsel**.\n\n:::example\nDit is de collega. Ik werk **met de collega**.\n\nDit is de collega **met wie ik werk**.\n\nDit is het project. Ik werk **aan het project**.\n\nDit is het project **waaraan ik werk**.\n:::\n\nDe woordgroep na het zelfstandig naamwoord vertelt in beide gevallen over dat zelfstandig naamwoord.\n\n## Personen: voorzetsel plus wie\n\nVerwijst het antecedent naar een persoon en vraagt de bijzin om een voorzetsel? Zet het voorzetsel vóór **wie**.\n\n| Combinatie | Betrekkelijke bijzin | Volledige zin |\n|---|---|---|\n| samenwerken met | **met wie** ik samenwerk | De collega met wie ik samenwerk, woont in Utrecht. |\n| rekenen op | **op wie** je kunt rekenen | Zij is een vriendin op wie je kunt rekenen. |\n| praten over | **over wie** we praten | De kandidaat over wie we praten, heeft veel ervaring. |\n| een vraag stellen aan | **aan wie** ik een vraag stelde | De arts aan wie ik een vraag stelde, gaf helder antwoord. |\n| een huis kopen van | **van wie** zij het huis kochten | De mensen van wie zij het huis kochten, zijn verhuisd. |\n\nZonder voorzetsel gebruik je na een genoemd persoon meestal **die**, niet **wie**: *de buurman **die** mij hielp*. Vergelijk dat met *de buurman **aan wie** ik hulp vroeg*.\n\n:::tip\nMaak eerst een korte zin met de persoon: *Ik praat met de docent.* Het voorzetsel in die zin bepaalt de vorm: *de docent **met wie** ik praat*.\n:::\n\n## Zaken: waar plus voorzetsel\n\nBij een zaak, onderwerp of begrip vervang je de combinatie van voorzetsel en zelfstandig naamwoord meestal door **waar + voorzetsel**. Als beide delen naast elkaar staan, schrijf je ze als één woord.\n\n| Combinatie | Vorm | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| werken aan | **waaraan** | het voorstel **waaraan** we werken |\n| wachten op | **waarop** | de uitslag **waarop** iedereen wacht |\n| praten over | **waarover** | het probleem **waarover** ze praten |\n| schrijven met | **waarmee** | de pen **waarmee** ik schrijf |\n| kiezen voor | **waarvoor** | de oplossing **waarvoor** we kiezen |\n| dromen van | **waarvan** | de reis **waarvan** hij droomt |\n\nBij **met** verandert de vorm in **mee**: **waarmee**, niet *waarmet*. Een vergelijkbare vaste vorm is **waartoe** bij **tot**.\n\n## Aaneen of gescheiden\n\nEen combinatie als **waarover** of **waarop** kan bij elkaar vooraan in de bijzin staan. In gewone spreektaal worden **waar** en het voorzetsel ook vaak gescheiden.\n\n:::example\nBij elkaar: Dat is het onderwerp **waarover we morgen praten**.\n\nGescheiden: Dat is het onderwerp **waar we morgen over praten**.\n\nBij elkaar: Eindelijk kwam het bericht **waarop ik had gewacht**.\n\nGescheiden: Eindelijk kwam het bericht **waar ik op had gewacht**.\n:::\n\nStaan **waar** en het voorzetsel direct naast elkaar, dan schrijf je één woord: **waarover**. Staan er andere woorden tussen, dan blijven ze vanzelf gescheiden: **waar we morgen over praten**.\n\n:::note\nDe aaneengeschreven vorm klinkt vaak compacter en past goed in geschreven taal. De gescheiden vorm is eveneens correct en klinkt vaak natuurlijk in een gesprek.\n:::\n\n## Het verschil tussen personen en zaken\n\nVoor neutraal, verzorgd Nederlands kun je deze beslisroute gebruiken:\n\n1. bepaal naar welk woord de bijzin verwijst;\n2. zoek het voorzetsel dat bij het werkwoord of de uitdrukking hoort;\n3. kies bij een persoon **voorzetsel + wie**;\n4. kies bij een zaak **waar + voorzetsel**;\n5. zet het werkwoordcluster aan het einde van de bijzin.\n\n| Antecedent | Neutrale keuze | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| persoon | voorzetsel + **wie** | de buurvrouw **op wie** ik pas |\n| zaak of begrip | **waar** + voorzetsel | de hond **waarop** ik pas |\n\nIn informele taal verwijzen mensen soms ook met **waar + voorzetsel** naar een persoon: *een collega waar ik mee werk*. Dat is algemeen te begrijpen en komt veel voor. In zakelijke of verzorgde schrijftaal heeft *een collega **met wie** ik werk* vaak de voorkeur.\n\n## Vragen en betrekkelijke bijzinnen\n\nDezelfde vormen kunnen ook een directe vraag beginnen. Het verschil zie je aan de plaats in de zin.\n\n- **Met wie werk je?** — een directe vraag\n- de collega **met wie je werkt** — informatie na een antecedent\n- **Waarop wacht je?** — een directe vraag over een zaak\n- het bericht **waarop je wacht** — informatie na een antecedent\n\nIn de directe vraag staat de persoonsvorm vroeg: *Waarop **wacht** je?* In de betrekkelijke bijzin staat die later: *het bericht waarop je **wacht***.\n\n:::warning\nKies het voorzetsel vanuit de oorspronkelijke combinatie. Het is **praten over een plan**, dus *het plan **waarover** we praten*. Gebruik niet zomaar het voorzetsel dat in je moedertaal bij dat werkwoord hoort.\n:::\n\n## Kort samengevat\n\n- Gebruik bij een persoon meestal **voorzetsel + wie**: *de klant met wie ik spreek*.\n- Gebruik bij een zaak **waar + voorzetsel**: *het contract waarover ik spreek*.\n- Schrijf de delen aaneen als ze naast elkaar staan: **waarop**, **waarvan**, **waarmee**.\n- Je kunt de delen scheiden: *het contract waar we over spreken*.\n- **Waar + voorzetsel** voor een persoon is informeel mogelijk; **voorzetsel + wie** is de neutrale keuze in verzorgde tekst.\n- Zet het werkwoord of werkwoordcluster aan het einde van de betrekkelijke bijzin.","nl","B1",131,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87c2-7998-9059-bc3ff2a5795a","Precies verwijzen in betrekkelijke bijzinnen",false,0,15,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-5a58-7442-9556-a35374e5803d","Vragen en verwijzen met wie en waar",[26,43,57,79,97,114,125,136,157,178,194,203,215,226,235,243,252,261],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-5a58-74b2-9556-a35375609b4d",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":42},"01a0ba4b-d795-7bfe-aaca-393b0439807a","wie",10,"A1","tts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",[35],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7dd-79e5-99f2-101f3991cf66","PRONOUN","Vraagwoord waarmee naar een persoon of personen wordt gevraagd.","Wie is die jongen naast je?",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",{"id":44,"vocabularyWord":45,"displayOrder":56},"01a0ba4c-5a58-74fe-9556-a35375b05bd3",{"id":46,"word":47,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":48,"partsOfSpeech":49,"audio":40,"audioUrl":55},"01a0ba4b-d748-7c05-9ee8-003a4e19d314","waar","tts_a8c14dd28172b1d0_nl-NL.mp3",[50],{"id":51,"partOfSpeech":52,"definition":53,"exampleSentences":54,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d759-77fc-afe6-cd9a847c91a7","ADVERB","Vraagwoord waarmee naar een plaats wordt gevraagd.","Waar woont jouw broer?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a8c14dd28172b1d0_nl-NL.mp3",2,{"id":58,"vocabularyWord":59,"displayOrder":78},"01a0ba4c-5a58-7542-9556-a353763a51a8",{"id":60,"word":61,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":62,"partsOfSpeech":63,"audio":40,"audioUrl":77},"01a0ba4b-d528-730b-8a89-68ee898c3695","die","tts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",[64,68,72],{"id":65,"partOfSpeech":37,"definition":66,"exampleSentences":67,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7268-9b4b-5e879da0f218","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar een verder weg gelegen de-woord of meervoud verwijst.","Ik wil niet deze appels, maar die.",{"id":69,"partOfSpeech":37,"definition":70,"exampleSentences":71,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d562-72a8-9b4b-5e879dfeefdc","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een de-woord of meervoud.","De vrouw die naast ons woont, werkt in het ziekenhuis.",{"id":73,"partOfSpeech":74,"definition":75,"exampleSentences":76,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7224-9b4b-5e879cedc960","DETERMINER","Aanwijzend woord voor een de-woord verder van de spreker.","Die vrouw aan de overkant is mijn moeder.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",3,{"id":80,"vocabularyWord":81,"displayOrder":96},"01a0ba4c-5a58-7582-9556-a35376da49f1",{"id":82,"word":83,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":84,"partsOfSpeech":85,"audio":40,"audioUrl":95},"01a0ba4b-d5bc-7a8c-9237-436165148d88","met","tts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",[86,91],{"id":87,"partOfSpeech":88,"definition":89,"exampleSentences":90,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fc-7f1a-9f37-be912805db1d","PREPOSITION","Geeft aan dat personen of dingen samen zijn of iets samen doen.","Ik woon met mijn zus in de stad.",{"id":92,"partOfSpeech":88,"definition":93,"exampleSentences":94,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d5fc-7f62-9f37-be91281afae9","Geeft het middel of voorwerp aan waarmee iemand iets doet.","Hij schrijft de naam met een pen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",4,{"id":98,"vocabularyWord":99,"displayOrder":113},"01a0ba4c-5a58-75be-9556-a35377756100",{"id":100,"word":101,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":102,"partsOfSpeech":103,"audio":40,"audioUrl":112},"01a0ba4b-d6d2-764c-a5fe-4e6b3002035f","op","tts_d12147bbcd9fbde7_nl-NL.mp3",[104,108],{"id":105,"partOfSpeech":88,"definition":106,"exampleSentences":107,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-7dcb-9471-be6b328006b0","Geeft aan dat iets rust of gebeurt aan de bovenkant van iets anders.","Het bord staat op de tafel.",{"id":109,"partOfSpeech":88,"definition":110,"exampleSentences":111,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d6de-7e0f-9471-be6b328bb2ac","Geeft een dag of bepaald tijdstip aan.","Op maandag heb ik een afspraak.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d12147bbcd9fbde7_nl-NL.mp3",5,{"id":115,"vocabularyWord":116,"displayOrder":124},"01a0ba4c-5a58-75fa-9556-a35377f2c90d",{"id":117,"word":118,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":119,"partsOfSpeech":120,"audio":40,"audioUrl":123},"01a0ba4b-d6d3-7f2e-824a-0a4bc77338ca","over","tts_2898c0d58536e030_nl-NL.mp3",[121],{"id":122,"partOfSpeech":88,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7110-8a1b-af0b59941c49","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2898c0d58536e030_nl-NL.mp3",6,{"id":126,"vocabularyWord":127,"displayOrder":135},"01a0ba4c-5a58-763a-9556-a35378478cbb",{"id":128,"word":129,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":130,"partsOfSpeech":131,"audio":40,"audioUrl":134},"01a0ba4b-d511-752a-99e6-91b61f398c35","aan","tts_6cd67845c6dde21a_nl-NL.mp3",[132],{"id":133,"partOfSpeech":88,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d560-7049-bf08-b6af57fec145","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6cd67845c6dde21a_nl-NL.mp3",7,{"id":137,"vocabularyWord":138,"displayOrder":156},"01a0ba4c-5a58-767a-9556-a353792149f3",{"id":139,"word":140,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":141,"partsOfSpeech":142,"audio":40,"audioUrl":155},"01a0ba4b-d723-7632-a5a9-b683105c7d72","van","tts_e34fdb14ce4974eb_nl-NL.mp3",[143,147,151],{"id":144,"partOfSpeech":88,"definition":145,"exampleSentences":146,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d755-7ac1-81bc-8b506cf05557","Geeft aan waar iemand of iets vandaan komt.","De trein komt van Amsterdam.",{"id":148,"partOfSpeech":88,"definition":149,"exampleSentences":150,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d755-7b05-81bc-8b506d2f202d","Geeft aan bij wie iets hoort.","Deze tas is van mijn zus.",{"id":152,"partOfSpeech":88,"definition":153,"exampleSentences":154,"isPrimary":16,"meaningOrder":78},"01a0ba4b-d755-7b45-81bc-8b506d7e43a2","Geeft aan van welk materiaal iets is gemaakt.","De tafel is van hout.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e34fdb14ce4974eb_nl-NL.mp3",8,{"id":158,"vocabularyWord":159,"displayOrder":177},"01a0ba4c-5a58-76b6-9556-a353796463f6",{"id":160,"word":161,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":162,"partsOfSpeech":163,"audio":40,"audioUrl":176},"01a0ba4b-d725-7be2-a815-4da64275bc5c","voor","tts_baf91067241cfc02_nl-NL.mp3",[164,168,172],{"id":165,"partOfSpeech":88,"definition":166,"exampleSentences":167,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d755-7e79-81bc-8b506eee5b7b","Geeft aan dat iets aan de voorkant van iets anders is.","Er staat een bus voor het station.",{"id":169,"partOfSpeech":88,"definition":170,"exampleSentences":171,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d755-7ecd-81bc-8b506fac99c6","Geeft aan voor welke persoon iets bedoeld is.","Dit cadeau is voor mijn moeder.",{"id":173,"partOfSpeech":88,"definition":174,"exampleSentences":175,"isPrimary":16,"meaningOrder":78},"01a0ba4b-d755-7f0d-81bc-8b50705e0e4c","Geeft aan dat iets eerder dan een genoemd moment gebeurt.","Ik drink koffie voor het werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_baf91067241cfc02_nl-NL.mp3",9,{"id":179,"vocabularyWord":180,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5a58-76f6-9556-a3537a398c1f",{"id":181,"word":182,"frequency":177,"level":32,"language":9,"audioFilePath":183,"partsOfSpeech":184,"audio":40,"audioUrl":193},"01a0ba4b-d71c-7436-8767-139b45a5eec5","tot","tts_dd05b0d885c3279e_nl-NL.mp3",[185,189],{"id":186,"partOfSpeech":88,"definition":187,"exampleSentences":188,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d754-7f8f-b46e-efea70f7ed4b","Geeft het eindpunt van een beweging, afstand of periode aan.","We lopen samen tot het station.",{"id":190,"partOfSpeech":88,"definition":191,"exampleSentences":192,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d755-702d-81bc-8b5067f20606","Geeft aan tot welk tijdstip iets duurt.","De winkel is open tot zes uur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dd05b0d885c3279e_nl-NL.mp3",{"id":195,"vocabularyWord":196,"displayOrder":202},"01a0ba4c-5a58-7732-9556-a3537adc0621",{"id":197,"word":198,"frequency":135,"level":10,"language":9,"audioFilePath":199,"partsOfSpeech":200,"audio":40,"audioUrl":201},"01a0ba4b-dba4-74ea-b8fd-d80ec839d711","waaraan","tts_523dd5295ab345d7_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_523dd5295ab345d7_nl-NL.mp3",11,{"id":204,"vocabularyWord":205,"displayOrder":214},"01a0ba4c-5a58-776e-9556-a3537b9a6bcc",{"id":206,"word":207,"frequency":135,"level":10,"language":9,"audioFilePath":208,"partsOfSpeech":209,"audio":40,"audioUrl":213},"01a0ba4b-dca2-7d66-a0d9-d0e6ab988777","waarop","tts_b0ccc29c47dda05f_nl-NL.mp3",[210],{"id":211,"partOfSpeech":52,"definition":212,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcc2-707d-8514-2c01659a4b88","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b0ccc29c47dda05f_nl-NL.mp3",12,{"id":216,"vocabularyWord":217,"displayOrder":225},"01a0ba4c-5a58-77ae-9556-a3537c253bfa",{"id":218,"word":219,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":220,"partsOfSpeech":221,"audio":40,"audioUrl":224},"01a0ba4b-e04a-7977-be2f-9a9d953f2d78","waarover","tts_1b72ee3ef3ec059c_nl-NL.mp3",[222],{"id":223,"partOfSpeech":52,"definition":212,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e089-701e-bfd1-2dc5a1a13bae","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1b72ee3ef3ec059c_nl-NL.mp3",13,{"id":227,"vocabularyWord":228,"displayOrder":234},"01a0ba4c-5a58-77ea-9556-a3537d16457a",{"id":229,"word":230,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":231,"partsOfSpeech":232,"audio":40,"audioUrl":233},"01a0ba4b-d6af-7415-8960-545fec449c4c","mee","tts_7a0f7be8ffc56d31_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7a0f7be8ffc56d31_nl-NL.mp3",14,{"id":236,"vocabularyWord":237,"displayOrder":18},"01a0ba4c-5a58-7826-9556-a3537d990a1f",{"id":238,"word":239,"frequency":135,"level":10,"language":9,"audioFilePath":240,"partsOfSpeech":241,"audio":40,"audioUrl":242},"01a0ba4b-d911-7163-8879-59207e43e97d","waarmee","tts_1b4f38f0b3ac9eaa_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1b4f38f0b3ac9eaa_nl-NL.mp3",{"id":244,"vocabularyWord":245,"displayOrder":251},"01a0ba4c-5a58-7862-9556-a3537de6f7bb",{"id":246,"word":247,"frequency":135,"level":10,"language":9,"audioFilePath":248,"partsOfSpeech":249,"audio":40,"audioUrl":250},"01a0ba4b-db0d-72da-853f-4d18715c78ce","waarvoor","tts_8f00adaa01c004c1_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8f00adaa01c004c1_nl-NL.mp3",16,{"id":253,"vocabularyWord":254,"displayOrder":260},"01a0ba4c-5a58-78a2-9556-a3537ea4bde7",{"id":255,"word":256,"frequency":156,"level":10,"language":9,"audioFilePath":257,"partsOfSpeech":258,"audio":40,"audioUrl":259},"01a0ba4b-db0f-7811-99f2-0b2aa57fe373","waarvan","tts_f829fccd61d9ed8f_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f829fccd61d9ed8f_nl-NL.mp3",17,{"id":262,"vocabularyWord":263,"displayOrder":277},"01a0ba4c-5a58-78ee-9556-a3537ebf465b",{"id":264,"word":265,"frequency":78,"level":10,"language":9,"audioFilePath":266,"partsOfSpeech":267,"audio":40,"audioUrl":276},"01a0ba4b-db9c-77fc-9077-9c931273a5a9","waartoe","tts_5329746ce1cc67f3_nl-NL.mp3",[268,272],{"id":269,"partOfSpeech":52,"definition":270,"exampleSentences":271,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a10d6f-faea-760b-adc5-8c75c6188f4c","Vragend bijwoord dat 'waarvoor' of 'met welk doel' betekent. Het wordt vooral in formele of schriftelijke taal gebruikt, bijvoorbeeld om naar het doel of de reden van iets te vragen.","Waartoe dient deze nieuwe regel eigenlijk?\nIk begrijp niet waartoe al deze vergaderingen moeten leiden.\nWaartoe al die moeite, als niemand het waardeert?",{"id":273,"partOfSpeech":52,"definition":274,"exampleSentences":275,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a10d6f-faea-768f-adc5-8c75c625ce11","Betrekkelijk bijwoord dat 'waartoe' in de zin van 'tot wat' of 'met als doel' betekent. Het verwijst naar iets wat eerder in de zin is genoemd en wordt vooral in formeel taalgebruik gebruikt.","Hij nam een besluit, waartoe hij het recht had.\nHet is een taak waartoe iedereen verplicht is.\nDe commissie kreeg een opdracht, waartoe zij niet voldoende middelen had.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5329746ce1cc67f3_nl-NL.mp3",18,{"name":15,"slug":279,"language":9},"precies-verwijzen-in-betrekkelijke-bijzinnen-b1",[],[282,291,297,304],{"@id":283,"@type":284,"id":285,"grammarPage":286,"title":287,"instructions":288,"displayOrder":17,"type":289,"questionCount":18,"blankCount":18,"isCompleted":16,"ogImageUrl":290},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c2cb-7f6b-9ce7-66410795a01b","GrammarExercise","01a0ba4b-c2cb-7f6b-9ce7-66410795a01b","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8cd2-7938-8779-ae39d4dc8377","Persoon of zaak","Kies bij personen voorzetsel plus wie en bij zaken waar plus voorzetsel.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_1f85f39a-79dd-4e0f-85f4-6dd82e360de8_hero.webp?v=1789831922",{"@id":292,"@type":284,"id":293,"grammarPage":286,"title":294,"instructions":295,"displayOrder":41,"type":289,"questionCount":18,"blankCount":18,"isCompleted":16,"ogImageUrl":296},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c2e7-7ac5-abec-9776746ab3ce","01a0ba4b-c2e7-7ac5-abec-9776746ab3ce","Compact, gesplitst en vraag","Kies de correcte compacte of gesplitste vorm en let op de woordvolgorde.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_c0b63321-43d5-4be7-a1fc-e00b1269995b_hero.webp?v=1789831922",{"@id":298,"@type":284,"id":299,"grammarPage":286,"title":300,"instructions":301,"displayOrder":78,"type":302,"questionCount":31,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":303},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c304-73e3-9fd2-5b6db5daedb9","01a0ba4b-c304-73e3-9fd2-5b6db5daedb9","Vind en verbeter de verwijzing","In elke zin is één verwijzing met een voorzetsel fout. Tik erop en kies de juiste vorm.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_8038715d-7c53-4629-82a4-c37a8f519090_hero.webp?v=1789831922",{"@id":305,"@type":284,"id":306,"grammarPage":286,"title":307,"instructions":308,"displayOrder":96,"type":309,"questionCount":96,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":310},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c30d-75db-b26b-73bc330c981b","01a0ba4b-c30d-75db-b26b-73bc330c981b","Personen en zaken met voorzetsels - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_dcd4818d-ca7f-46c9-affa-8504927001f3_hero.webp?v=1789831922",null]