[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-voorzetsels-bij-richting-en-verplaatsing":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8cd8-74ec-852d-9c101777836a":362,"exercise-list-path-nl-none":385},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":359,"readyImages":361},"01a0ba4b-8cd8-74ec-852d-9c101777836a","Voorzetsels bij richting en verplaatsing","voorzetsels-bij-richting-en-verplaatsing","Leer voorzetsels voor richting en verplaatsing gebruiken om een beginpunt, route of bestemming helder te beschrijven in alledaagse Nederlandse zinnen.","Bij een verplaatsing kun je vertellen waar iemand vandaan komt, welke route iemand volgt en waar iemand naartoe gaat: *Ik fiets **van huis via het park naar mijn werk***. Nederlandse voorzetsels maken dat pad duidelijk.\n\nNa deze les kun je:\n\n- een beginpunt met **van** of **uit** noemen;\n- een route met **door**, **over**, **langs** of **via** beschrijven;\n- een bestemming met **naar**, **richting** of **tot** aangeven.\n\n## 1. Een beginpunt, een route en een doel\n\nEen beweging heeft soms drie delen. Je hoeft ze niet altijd allemaal te noemen.\n\n| Deel van het pad | Vraag | Voorzetsels | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- | --- |\n| beginpunt | Waar kom je vandaan? | **van**, **uit**, **vanaf** | De trein komt **uit Rotterdam**. |\n| route | Waar rijdt de bus langs? | **door**, **over**, **langs**, **via** | We lopen **door het park**. |\n| doel | Waar ga je naartoe? | **naar**, **richting**, **tot** | Zij rijdt **naar Utrecht**. |\n\n:::example\nDe bus rijdt **vanaf het station**, **door het centrum**, **via de markt** en dan **naar het ziekenhuis**.\n\nElke woordgroep beschrijft een ander deel van dezelfde route.\n:::\n\n## 2. Naar, richting en tot\n\nGebruik **naar** voor een bestemming. Die bestemming kan een plaats, een gebouw, een persoon of een activiteit zijn.\n\n- We gaan naar Amsterdam.\n- Ik loop naar het station.\n- Noor gaat naar de tandarts.\n- De kinderen gaan naar school.\n\nVraag je naar de bestemming, dan hoor je vaak **Waar ga je naartoe?** Antwoord bijvoorbeeld: *Ik ga **naar** de markt.*\n\n**Richting** noemt alleen de kant waar iemand of iets heen beweegt. Het is niet zeker dat het genoemde punt ook de eindbestemming is: *De auto rijdt richting Den Haag.*\n\n**Tot** noemt een grens of eindpunt. **Tot aan** is daarbij vaak de gewone vorm: *Loop tot aan het verkeerslicht en sla daar linksaf.*\n\n:::warning\nZeg **naar huis** als je bedoelt dat iemand naar zijn eigen woonplek gaat. Zeg **thuis** voor de plaats waar iemand is.\n\n✓ Ik ga naar huis. Daarna ben ik thuis.\n\n*Naar het huis* verwijst naar een bepaald huis, niet automatisch naar iemands thuis.\n:::\n\n## 3. Van, uit en vanaf\n\nGebruik **van** voor een algemeen beginpunt. Gebruik **uit** als de beweging vanuit een ruimte of gebied naar buiten gaat, of om een plaats van herkomst te noemen.\n\n| Voorzetsel | Hoofdidee | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| van | weg bij een beginpunt | Ik kom **van het station**. |\n| uit | van binnen naar buiten | Sara loopt **de winkel uit**. |\n| uit | plaats van herkomst | Amir komt **uit België**. |\n| vanaf | duidelijk startpunt van een route | We fietsen **vanaf de markt** samen verder. |\n\nVergelijk: *Ik kom **van het station*** noemt het vertrekpunt. *Vanaf het station lopen we samen verder* markeert precies waar die volgende route begint. Ook zeg je natuurlijk: *Noor komt **van kantoor*** en *Ik kom **hier vandaan***. De vorm *de winkel uit* is een achterzetselpatroon; zie sectie 5.\n\n:::tip\nVraag jezelf af: gaat iemand van binnen naar buiten? Kies dan vaak **uit**. Noem je alleen het vertrekpunt? Kies dan vaak **van**.\n:::\n\n## 4. Door, over, langs en via\n\nDeze voorzetsels beschrijven de route.\n\n| Patroon | Beweging | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| door | binnen een ruimte of gebied | We lopen **door de tunnel**. |\n| over | van de ene kant naar de andere kant | Zij fietst **over de brug**. |\n| langs | naast of voorbij iets | De bus rijdt **langs het museum**. |\n| via | met een tussenpunt | We reizen **via Utrecht** naar Arnhem. |\n| om ... heen | rondom iets | De hond loopt **om de boom heen**. |\n\nMet **via** zeg je dat een plek onderdeel van de route is, maar niet de eindbestemming: *We vliegen via Parijs naar Madrid.*\n\n**Om ... heen** is een omsluitende combinatie: **om** staat vóór en **heen** na de woordgroep. Dat lijkt op de achterzetselpatronen in sectie 5.\n\n## 5. Een woord achter de plaats\n\nSommige richtingswoorden kunnen na het zelfstandig naamwoord staan. Ze laten vaak duidelijk zien dat iemand een grens passeert of een heel pad aflegt.\n\n| Patroon | Betekenis |\n| --- | --- |\n| de kamer **in** | van buiten naar binnen |\n| de winkel **uit** | van binnen naar buiten |\n| de trap **op** | naar boven over de trap |\n| de trap **af** | naar beneden over de trap |\n| de brug **over** | naar de andere kant van de brug |\n| het park **door** | door het park naar de andere kant |\n\nVergelijk de plaats met de richting:\n\n- De kinderen rennen **in het park**. Ze bevinden zich in het park.\n- De kinderen rennen **het park in**. Ze gaan van buiten naar binnen.\n\n:::note\nIn *het park in* staat **in** achter de woordgroep *het park*. Daarom heet het hier een achterzetsel. Je hoeft die term niet te onthouden om het patroon goed te gebruiken.\n:::\n\n## 6. Vervoer en een complete route\n\nVoor het vervoermiddel gebruik je meestal **met**, maar er zijn vaste combinaties.\n\n- met de auto, de bus, de trein of de tram;\n- op de fiets of op de scooter;\n- te voet.\n\nCombineer de informatie in een logische volgorde: **beginpunt + route + doel**.\n\n1. Kies **van**, **uit** of **vanaf** voor het begin.\n2. Kies **door**, **over**, **langs** of **via** voor de route.\n3. Kies **naar**, **richting** of **tot** voor het doel.\n4. Voeg met **met**, **op** of **te** het vervoer toe als dat nodig is.\n\nEen complete zin kan dan zijn: *Morgen reis ik **met de trein van Leiden via Schiphol naar Amsterdam***. Elk voorzetsel heeft daarin één duidelijke taak.","nl","A2",96,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87b8-788d-a913-4ae71502ce13","Voorzetsels in vaste relaties, tijd en route",false,0,9,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-5a63-7bb5-83e3-841aafe2fad1","Richting, route en verplaatsing",[26,53,69,80,90,101,112,122,132,153,161,178,187,205,222,236,253,270,287,298,312,329,346],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-5a63-7c29-83e3-841ab0d8bee7",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":52},"01a0ba4b-d723-7632-a5a9-b683105c7d72","van",10,"A1","tts_e34fdb14ce4974eb_nl-NL.mp3",[35,42,47],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d755-7ac1-81bc-8b506cf05557","PREPOSITION","Geeft aan waar iemand of iets vandaan komt.","De trein komt van Amsterdam.",true,1,{"id":43,"partOfSpeech":37,"definition":44,"exampleSentences":45,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d755-7b05-81bc-8b506d2f202d","Geeft aan bij wie iets hoort.","Deze tas is van mijn zus.",2,{"id":48,"partOfSpeech":37,"definition":49,"exampleSentences":50,"isPrimary":16,"meaningOrder":51},"01a0ba4b-d755-7b45-81bc-8b506d7e43a2","Geeft aan van welk materiaal iets is gemaakt.","De tafel is van hout.",3,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e34fdb14ce4974eb_nl-NL.mp3",{"id":54,"vocabularyWord":55,"displayOrder":46},"01a0ba4c-5a63-7c71-83e3-841ab0e3e13a",{"id":56,"word":57,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":58,"partsOfSpeech":59,"audio":40,"audioUrl":68},"01a0ba4b-d720-722d-a797-05e08df38ac3","uit","tts_3afb556e45a572c3_nl-NL.mp3",[60,64],{"id":61,"partOfSpeech":37,"definition":62,"exampleSentences":63,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d755-75f9-81bc-8b506aafbca2","Geeft de plaats of bron aan waar iemand of iets vandaan komt.","Mijn buurvrouw komt uit België.",{"id":65,"partOfSpeech":37,"definition":66,"exampleSentences":67,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d755-763d-81bc-8b506b0484a0","Geeft aan dat iets van binnen naar buiten wordt verplaatst.","Zij haalt de sleutel uit haar tas.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3afb556e45a572c3_nl-NL.mp3",{"id":70,"vocabularyWord":71,"displayOrder":51},"01a0ba4c-5a63-7cb1-83e3-841ab0fea2c5",{"id":72,"word":73,"frequency":74,"level":10,"language":9,"audioFilePath":75,"partsOfSpeech":76,"audio":40,"audioUrl":79},"01a0ba4b-d9d8-7744-b8a5-768bb7448710","vanaf",8,"tts_dc53a30efc63ae53_nl-NL.mp3",[77],{"id":78,"partOfSpeech":37,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-da10-766b-8796-6b60b42f533f","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dc53a30efc63ae53_nl-NL.mp3",{"id":81,"vocabularyWord":82,"displayOrder":89},"01a0ba4c-5a63-7cf1-83e3-841ab1d74cc1",{"id":83,"word":84,"frequency":85,"level":10,"language":9,"audioFilePath":86,"partsOfSpeech":87,"audio":40,"audioUrl":88},"01a0ba4b-d5ec-79a3-9dfd-32ee622c86a1","vandaan",7,"tts_730834320123e13a_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_730834320123e13a_nl-NL.mp3",4,{"id":91,"vocabularyWord":92,"displayOrder":100},"01a0ba4c-5a63-7d31-83e3-841ab1e780dc",{"id":93,"word":94,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":95,"partsOfSpeech":96,"audio":40,"audioUrl":99},"01a0ba4b-d52a-75ee-bc02-fbf2be9d92b5","door","tts_8e836a1124c71dfb_nl-NL.mp3",[97],{"id":98,"partOfSpeech":37,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-76d8-9b4b-5e87a0079b01","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8e836a1124c71dfb_nl-NL.mp3",5,{"id":102,"vocabularyWord":103,"displayOrder":111},"01a0ba4c-5a63-7d6d-83e3-841ab2341646",{"id":104,"word":105,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":106,"partsOfSpeech":107,"audio":40,"audioUrl":110},"01a0ba4b-d6d3-7f2e-824a-0a4bc77338ca","over","tts_2898c0d58536e030_nl-NL.mp3",[108],{"id":109,"partOfSpeech":37,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7110-8a1b-af0b59941c49","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2898c0d58536e030_nl-NL.mp3",6,{"id":113,"vocabularyWord":114,"displayOrder":85},"01a0ba4c-5a63-7dad-83e3-841ab2b8f444",{"id":115,"word":116,"frequency":74,"level":10,"language":9,"audioFilePath":117,"partsOfSpeech":118,"audio":40,"audioUrl":121},"01a0ba4b-d849-7bb3-8ce1-b1bb452ac5d6","langs","tts_3fd03cec6d567701_nl-NL.mp3",[119],{"id":120,"partOfSpeech":37,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d891-7cb0-a649-c16ad1b76aa9","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fd03cec6d567701_nl-NL.mp3",{"id":123,"vocabularyWord":124,"displayOrder":74},"01a0ba4c-5a63-7de9-83e3-841ab2feab71",{"id":125,"word":126,"frequency":74,"level":10,"language":9,"audioFilePath":127,"partsOfSpeech":128,"audio":40,"audioUrl":131},"01a0ba4b-d9e1-7ab6-9432-cde7043df55f","via","tts_468edadc5f1f1a62_nl-NL.mp3",[129],{"id":130,"partOfSpeech":37,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-da11-76b1-b998-e0193d870c44","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_468edadc5f1f1a62_nl-NL.mp3",{"id":133,"vocabularyWord":134,"displayOrder":18},"01a0ba4c-5a63-7e25-83e3-841ab35175ad",{"id":135,"word":136,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":137,"partsOfSpeech":138,"audio":40,"audioUrl":152},"01a0ba4b-d6cf-7b04-9c55-9d6b63952e34","om","tts_08bc4e759cc15b79_nl-NL.mp3",[139,144,148],{"id":140,"partOfSpeech":141,"definition":142,"exampleSentences":143,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-7833-9471-be6b2f2c90c1","CONJUNCTION","Woord dat samen met te het doel van een handeling kan inleiden.","Ik ga naar de winkel om brood te kopen.",{"id":145,"partOfSpeech":37,"definition":146,"exampleSentences":147,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-787b-9471-be6b2f55c87f","Geeft het precieze tijdstip aan waarop iets gebeurt.","De trein vertrekt om acht uur.",{"id":149,"partOfSpeech":37,"definition":150,"exampleSentences":151,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d6de-78c7-9471-be6b2f7cbe69","Geeft aan dat iets rondom een persoon, plaats of voorwerp is.","De kinderen zitten om de tafel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_08bc4e759cc15b79_nl-NL.mp3",{"id":154,"vocabularyWord":155,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5a63-7e65-83e3-841ab4133146",{"id":156,"word":157,"frequency":74,"level":32,"language":9,"audioFilePath":158,"partsOfSpeech":159,"audio":40,"audioUrl":160},"01a0ba4b-d8cd-76c1-8008-2e7744673d53","heen","tts_17be27ad1d6ad483_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_17be27ad1d6ad483_nl-NL.mp3",{"id":162,"vocabularyWord":163,"displayOrder":177},"01a0ba4c-5a63-7ea1-83e3-841ab430a8cd",{"id":164,"word":165,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":166,"partsOfSpeech":167,"audio":40,"audioUrl":176},"01a0ba4b-d6c8-75d2-af38-6c186c62f73b","naar","tts_ee72a9eb5f125629_nl-NL.mp3",[168,172],{"id":169,"partOfSpeech":37,"definition":170,"exampleSentences":171,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6dd-79cd-8390-ca48943eba8c","Geeft de richting of bestemming van een beweging aan.","Wij fietsen elke ochtend naar school.",{"id":173,"partOfSpeech":37,"definition":174,"exampleSentences":175,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d6dd-7a15-8390-ca48952b040d","Geeft aan dat iemand luistert, kijkt of zoekt met aandacht voor iets.","De kinderen luisteren naar hun moeder.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ee72a9eb5f125629_nl-NL.mp3",11,{"id":179,"vocabularyWord":180,"displayOrder":186},"01a0ba4c-5a63-7ee1-83e3-841ab4aa711c",{"id":181,"word":182,"frequency":85,"level":10,"language":9,"audioFilePath":183,"partsOfSpeech":184,"audio":40,"audioUrl":185},"01a0ba4b-d699-7a99-935b-a7013c94ed0d","naartoe","tts_9819043ac9758998_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9819043ac9758998_nl-NL.mp3",12,{"id":188,"vocabularyWord":189,"displayOrder":204},"01a0ba4c-5a63-7f1d-83e3-841ab4debdba",{"id":190,"word":191,"frequency":74,"level":10,"language":9,"audioFilePath":192,"partsOfSpeech":193,"audio":40,"audioUrl":203},"01a0ba4b-d98e-7c66-b0dd-7839735b09bf","richting","tts_f835e1dd6b2a87d3_nl-NL.mp3",[194,199],{"id":195,"partOfSpeech":196,"definition":197,"exampleSentences":198,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d99c-700c-b19d-0a27cf8bc0d3","NOUN","(de; richtingen) kant waarnaar iemand of iets wijst, beweegt of kijkt.","Na het kruispunt rijden we verder in de richting van het station.",{"id":200,"partOfSpeech":196,"definition":201,"exampleSentences":202,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d99c-7058-b19d-0a27cf9404c6","(de; richtingen) vakgebied of gekozen soort onderwijs, werk of ontwikkeling.","Mijn broer volgt een opleiding in de technische richting.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f835e1dd6b2a87d3_nl-NL.mp3",13,{"id":206,"vocabularyWord":207,"displayOrder":221},"01a0ba4c-5a63-7f59-83e3-841ab51aabb3",{"id":208,"word":209,"frequency":18,"level":32,"language":9,"audioFilePath":210,"partsOfSpeech":211,"audio":40,"audioUrl":220},"01a0ba4b-d71c-7436-8767-139b45a5eec5","tot","tts_dd05b0d885c3279e_nl-NL.mp3",[212,216],{"id":213,"partOfSpeech":37,"definition":214,"exampleSentences":215,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d754-7f8f-b46e-efea70f7ed4b","Geeft het eindpunt van een beweging, afstand of periode aan.","We lopen samen tot het station.",{"id":217,"partOfSpeech":37,"definition":218,"exampleSentences":219,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d755-702d-81bc-8b5067f20606","Geeft aan tot welk tijdstip iets duurt.","De winkel is open tot zes uur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dd05b0d885c3279e_nl-NL.mp3",14,{"id":223,"vocabularyWord":224,"displayOrder":235},"01a0ba4c-5a63-7f99-83e3-841ab5f3ec7a",{"id":225,"word":226,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":227,"partsOfSpeech":228,"audio":40,"audioUrl":234},"01a0ba4b-d71a-7c51-8a6f-20d165558fcd","thuis","tts_125b5492c95ec0b9_nl-NL.mp3",[229],{"id":230,"partOfSpeech":231,"definition":232,"exampleSentences":233,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d754-7d23-b46e-efea6f507913","ADVERB","In of bij je eigen huis.","Vanavond blijven we thuis en kijken we een film.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_125b5492c95ec0b9_nl-NL.mp3",15,{"id":237,"vocabularyWord":238,"displayOrder":252},"01a0ba4c-5a64-7034-9812-1c92438b7695",{"id":239,"word":240,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":241,"partsOfSpeech":242,"audio":40,"audioUrl":251},"01a0ba4b-d54d-74ae-86ab-e12e5ca1207d","in","tts_7190313e86ecc8f6_nl-NL.mp3",[243,247],{"id":244,"partOfSpeech":37,"definition":245,"exampleSentences":246,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d565-7b28-a20d-839bb4067a0e","Geeft aan dat iets zich binnen een plaats of ruimte bevindt.","De melk staat in de koelkast.",{"id":248,"partOfSpeech":37,"definition":249,"exampleSentences":250,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d565-7b6c-a20d-839bb4cc4885","Geeft een periode aan waarbinnen iets gebeurt.","Wij gaan in de zomer op vakantie.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7190313e86ecc8f6_nl-NL.mp3",16,{"id":254,"vocabularyWord":255,"displayOrder":269},"01a0ba4c-5a64-7078-9812-1c924425ce3e",{"id":256,"word":257,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":258,"partsOfSpeech":259,"audio":40,"audioUrl":268},"01a0ba4b-d6d2-764c-a5fe-4e6b3002035f","op","tts_d12147bbcd9fbde7_nl-NL.mp3",[260,264],{"id":261,"partOfSpeech":37,"definition":262,"exampleSentences":263,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-7dcb-9471-be6b328006b0","Geeft aan dat iets rust of gebeurt aan de bovenkant van iets anders.","Het bord staat op de tafel.",{"id":265,"partOfSpeech":37,"definition":266,"exampleSentences":267,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d6de-7e0f-9471-be6b328bb2ac","Geeft een dag of bepaald tijdstip aan.","Op maandag heb ik een afspraak.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d12147bbcd9fbde7_nl-NL.mp3",17,{"id":271,"vocabularyWord":272,"displayOrder":286},"01a0ba4c-5a64-70f4-9812-1c924581ad3c",{"id":273,"word":274,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":275,"partsOfSpeech":276,"audio":40,"audioUrl":285},"01a0ba4b-d5bc-7a8c-9237-436165148d88","met","tts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",[277,281],{"id":278,"partOfSpeech":37,"definition":279,"exampleSentences":280,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fc-7f1a-9f37-be912805db1d","Geeft aan dat personen of dingen samen zijn of iets samen doen.","Ik woon met mijn zus in de stad.",{"id":282,"partOfSpeech":37,"definition":283,"exampleSentences":284,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fc-7f62-9f37-be91281afae9","Geeft het middel of voorwerp aan waarmee iemand iets doet.","Hij schrijft de naam met een pen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",19,{"id":288,"vocabularyWord":289,"displayOrder":297},"01a0ba4c-5a64-7130-9812-1c92463be1d6",{"id":290,"word":291,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":292,"partsOfSpeech":293,"audio":40,"audioUrl":296},"01a0ba4b-d717-793d-ba78-ff3f180f7d63","te","tts_cf53c05299fef82f_nl-NL.mp3",[294],{"id":295,"partOfSpeech":37,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d754-78ab-b46e-efea6e6fec10","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cf53c05299fef82f_nl-NL.mp3",20,{"id":299,"vocabularyWord":300,"displayOrder":311},"01a0ba4c-5a64-716c-9812-1c92470d2821",{"id":301,"word":302,"frequency":18,"level":32,"language":9,"audioFilePath":303,"partsOfSpeech":304,"audio":40,"audioUrl":310},"01a0ba4b-d6d6-7eab-a6e2-953e81a0e61c","reizen","tts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",[305],{"id":306,"partOfSpeech":307,"definition":308,"exampleSentences":309,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7564-8a1b-af0b5ae01fc2","VERB","Een langere afstand naar een andere plaats afleggen, vaak met een vervoermiddel.","Wij reizen deze zomer met de trein door Duitsland.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",21,{"id":313,"vocabularyWord":314,"displayOrder":328},"01a0ba4c-5a64-71bc-9812-1c924771c255",{"id":315,"word":316,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":317,"partsOfSpeech":318,"audio":40,"audioUrl":327},"01a0ba4b-d6d8-75d6-83fb-956cf7719afe","rijden","tts_26b0aa810f157039_nl-NL.mp3",[319,323],{"id":320,"partOfSpeech":307,"definition":321,"exampleSentences":322,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7784-8a1b-af0b5c9a371d","Je met een voertuig verplaatsen.","We rijden met de bus naar het centrum.",{"id":324,"partOfSpeech":307,"definition":325,"exampleSentences":326,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d6df-77c8-8a1b-af0b5ca1d974","Een auto of ander voertuig besturen.","Mijn vader rijdt de auto rustig de garage uit.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_26b0aa810f157039_nl-NL.mp3",22,{"id":330,"vocabularyWord":331,"displayOrder":345},"01a0ba4c-5a64-71f8-9812-1c92482bbe7a",{"id":332,"word":333,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":334,"partsOfSpeech":335,"audio":40,"audioUrl":344},"01a0ba4b-d5b3-71db-9d9b-26c34105692c","lopen","tts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",[336,340],{"id":337,"partOfSpeech":307,"definition":338,"exampleSentences":339,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fb-7f98-8a3e-e1b2d27d6ddb","Functioneren of op een bepaalde manier verlopen.","De vergadering loopt vandaag goed.",{"id":341,"partOfSpeech":307,"definition":342,"exampleSentences":343,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-7f50-8a3e-e1b2d1c57d3f","Je te voet voortbewegen, meestal zonder te rennen.","Elke ochtend loop ik naar het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",23,{"id":347,"vocabularyWord":348,"displayOrder":358},"01a0ba4c-5a64-7238-9812-1c9249020d0f",{"id":349,"word":350,"frequency":18,"level":32,"language":9,"audioFilePath":351,"partsOfSpeech":352,"audio":40,"audioUrl":357},"01a0ba4b-d534-7ca0-8404-bbc5e5b893eb","fietsen","tts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",[353],{"id":354,"partOfSpeech":307,"definition":355,"exampleSentences":356,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-7823-b413-dd0b736e13e2","Je op een fiets voortbewegen door de pedalen rond te trappen.","In Nederland fietsen veel mensen naar hun werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",24,{"name":15,"slug":360,"language":9},"voorzetsels-in-vaste-relaties-tijd-en-route-a2",[],[363,372,378],{"@id":364,"@type":365,"id":366,"grammarPage":367,"title":368,"instructions":369,"displayOrder":17,"type":370,"questionCount":235,"blankCount":235,"isCompleted":16,"ogImageUrl":371},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c313-78de-8a7b-f82fecd31297","GrammarExercise","01a0ba4b-c313-78de-8a7b-f82fecd31297","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8cd8-74ec-852d-9c101777836a","Van vertrek tot bestemming","Kies het voorzetsel dat het beginpunt, de route of het doel precies beschrijft.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_fbaae6e1-6104-4af0-b90a-46cf87c58d74_hero.webp?v=1789831922",{"@id":373,"@type":365,"id":374,"grammarPage":367,"title":375,"instructions":376,"displayOrder":41,"type":370,"questionCount":235,"blankCount":235,"isCompleted":16,"ogImageUrl":377},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c32b-77b4-8a33-e7e6e77351c7","01a0ba4b-c32b-77b4-8a33-e7e6e77351c7","Routes in de praktijk","Kies de natuurlijke vorm voor richting, plaats of vervoer in elke situatie.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_3713420b-d6c7-415b-aac1-7d60982ba03b_hero.webp?v=1789831922",{"@id":379,"@type":365,"id":380,"grammarPage":367,"title":381,"instructions":382,"displayOrder":89,"type":383,"questionCount":111,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":384},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c341-7025-8845-5e3a8e96087d","01a0ba4b-c341-7025-8845-5e3a8e96087d","Richting en route - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_39c1f12f-96b3-4f11-a9ed-56f4e7d80f66_hero.webp?v=1789831922",null]