[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-wederkerende-voornaamwoorden-bij-dagelijkse-handelingen":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8d00-7c9f-b91d-b3f67e369916":275,"exercise-list-path-nl-none":305},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":272,"readyImages":274},"01a0ba4b-8d00-7c9f-b91d-b3f67e369916","Wederkerende voornaamwoorden bij dagelijkse handelingen","wederkerende-voornaamwoorden-bij-dagelijkse-handelingen","Leer wederkerende voornaamwoorden gebruiken bij dagelijkse handelingen, kies me, je, zich en ons correct en gebruik -zelf alleen voor nadruk.","## De handeling gaat terug naar dezelfde persoon\n\nBij een wederkerend werkwoord doet iemand iets met zichzelf. Het onderwerp en het voorwerp verwijzen dus naar dezelfde persoon.\n\n:::example\nIk was **me**.\n\nJij haast **je**.\n\nMila kleedt **zich** aan.\n:::\n\nIn een woordenboek staat meestal de vorm met **zich**: *zich wassen*, *zich haasten* en *zich aankleden*. In een zin verandert het wederkerende voornaamwoord mee met het onderwerp.\n\n## De vormen bij elk onderwerp\n\n| Onderwerp | Wederkerend voornaamwoord | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| ik | me | Ik vergis me. |\n| jij \u002F je | je | Je voelt je beter. |\n| u | zich | U kunt zich hier omkleden. |\n| hij \u002F zij \u002F het | zich | Hij scheert zich. |\n| wij \u002F we | ons | We haasten ons. |\n| jullie | je | Jullie wassen je voor het eten. |\n| zij \u002F ze | zich | Ze stellen zich voor. |\n\n**Zich** krijgt geen andere vorm bij *u*, *hij*, *zij* of *ze*. Kijk daarom eerst naar het onderwerp van de zin.\n\n:::tip\nLeer een wederkerend werkwoord als één combinatie: niet alleen **vergissen**, maar **zich vergissen**. Dan onthoud je dat er in de zin een vorm als **me**, **je**, **ons** of **zich** nodig is.\n:::\n\n## Veelgebruikte dagelijkse handelingen\n\nSommige wederkerende werkwoorden beschrijven een concrete handeling; andere beschrijven een gevoel of toestand.\n\n- **zich wassen:** Ik was me voor het ontbijt.\n- **zich aankleden:** De kinderen kleden zich snel aan.\n- **zich scheren:** Mijn vader scheert zich elke ochtend.\n- **zich haasten:** We haasten ons voor de trein.\n- **zich voelen:** Voel je je vandaag goed?\n- **zich vergissen:** Sorry, ik heb me vergist.\n- **zich voorstellen:** Ik stel me even voor: ik ben Noor.\n\nNiet elke dagelijkse handeling is wederkerend. Je zegt bijvoorbeeld *Ik douche*, *Ik sta op* en *Ik ontbijt*, zonder **me**.\n\n## De plaats in de zin\n\nHet wederkerende voornaamwoord staat in een hoofdzin meestal na de persoonsvorm. Andere korte zinsdelen kunnen daarna volgen.\n\n| Soort zin | Patroon | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| mededeling | onderwerp + persoonsvorm + wederkerend voornaamwoord | Ik voel me goed. |\n| ja-neevraag | persoonsvorm + onderwerp + wederkerend voornaamwoord | Voel jij je goed? |\n| met een ander werkwoord | onderwerp + persoonsvorm + wederkerend voornaamwoord + infinitief | Ik wil me aankleden. |\n| bijzin | omdat + onderwerp + wederkerend voornaamwoord + rest + werkwoord | Ik blijf thuis omdat ik me niet goed voel. |\n| voltooide tijd | onderwerp + hebben\u002Fzijn + wederkerend voornaamwoord + voltooid deelwoord | Ik heb me vergist. |\n\nBij een scheidbaar werkwoord staat het losse deel aan het einde van de hoofdzin: *Ik kleed me om zeven uur **aan***. In een zin met een infinitief blijven de delen bij elkaar: *Ik wil me om zeven uur **aankleden***.\n\n:::example\nMorgen **trekt** Amir **zich** vroeg **terug**.\n\nWaarom **maak** jij **je** zo druk?\n\nDe gasten **willen zich voorstellen**.\n:::\n\n## Mezelf, jezelf en zichzelf\n\nMet **-zelf** leg je extra nadruk op de persoon. Deze vormen zijn dus niet automatisch nodig bij ieder wederkerend werkwoord.\n\n| Gewone vorm | Vorm met nadruk |\n|---|---|\n| me | mezelf \u002F mijzelf |\n| je | jezelf |\n| zich | zichzelf |\n| ons | onszelf |\n| zich (bij u) | zichzelf \u002F uzelf |\n\n**Mijzelf** is een iets formelere schrijftaalvariant van **mezelf**. Bij **u** is **zich** de gewone vorm; **uzelf** geeft nadruk.\n\nVergelijk:\n\n- Ik was **me**. Dit is een gewone dagelijkse handeling.\n- Ik was **mezelf**, niet de baby. Hier is een duidelijk contrast.\n- Zij maakte **zich** klaar. Dit is neutraal.\n- Zij maakte **zichzelf** klaar; niemand hielp haar. De nadruk ligt op *zelf*.\n\n## Wanneer verandert de betekenis?\n\nSommige werkwoorden kunnen met en zonder wederkerend voornaamwoord voorkomen, maar de betekenis of het voorwerp verandert.\n\n:::note\n*Ik was **me*** betekent dat ik mijn eigen lichaam was. *Ik was **de auto*** betekent dat de auto het lijdend voorwerp is. Het voornaamwoord laat dus zien wie of wat de handeling ondergaat.\n:::\n\nVergelijk ook **zich voorstellen** met **zich iets voorstellen**:\n\n- *Ik stel me even voor: ik ben Noor.* — kennismaken.\n- *Ik stel me een vakantie aan zee voor.* — iets in gedachten zien.\n\n## Kort samengevat\n\n- Het onderwerp en het wederkerende voornaamwoord verwijzen naar dezelfde persoon.\n- Gebruik **me, je, zich, ons, je, zich** bij de passende onderwerpen.\n- Zet het wederkerende voornaamwoord meestal kort na de persoonsvorm.\n- Houd bij een scheidbaar werkwoord het losse deel aan het einde van de hoofdzin.\n- Gebruik een vorm met **-zelf** alleen voor nadruk of contrast.","nl","A2",56,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87b0-727c-b854-b804fb62b6d9","Jezelf en elkaar",false,0,9,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":38},"01a0ba4c-5aa5-7413-9a9b-e45d2142417a","Dagelijkse handelingen met en zonder zich",[26,41,53,75,92,104,115,126,143,159,167,176,193,202,224,233,246,259],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":39},"01a0ba4c-5aa5-7477-9a9b-e45d21aa362b",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":38,"audioUrl":40},"01a0ba4b-e266-706c-98bb-55726fcb9525","zich",10,"tts_8089b2af2512977b_nl-NL.mp3",[34],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-e28c-7b16-a6b2-a2b5f01a2815","PRONOUN","",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8089b2af2512977b_nl-NL.mp3",{"id":42,"vocabularyWord":43,"displayOrder":52},"01a0ba4c-5aa5-74af-9a9b-e45d2242ce42",{"id":44,"word":45,"frequency":31,"level":46,"language":9,"audioFilePath":47,"partsOfSpeech":48,"audio":38,"audioUrl":51},"01a0ba4b-d5b9-7531-9b2a-94afae7fb504","me","A1","tts_168abb52d64cb705_nl-NL.mp3",[49],{"id":50,"partOfSpeech":36,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d5fc-7a9e-9f37-be91267c0f8c","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_168abb52d64cb705_nl-NL.mp3",2,{"id":54,"vocabularyWord":55,"displayOrder":74},"01a0ba4c-5aa5-74ef-9a9b-e45d23336bd1",{"id":56,"word":57,"frequency":31,"level":46,"language":9,"audioFilePath":58,"partsOfSpeech":59,"audio":38,"audioUrl":73},"01a0ba4b-d54f-7061-a926-742ec8a36984","je","tts_8b4daa97ec22c4f8_nl-NL.mp3",[60,65,69],{"id":61,"partOfSpeech":62,"definition":63,"exampleSentences":64,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d565-7d94-a20d-839bb60c0e40","DETERMINER","Onbeklemtoond bezittelijk woord voor iets dat hoort bij de persoon die wordt aangesproken.","Waar staat je fiets?",{"id":66,"partOfSpeech":36,"definition":67,"exampleSentences":68,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d565-7de4-a20d-839bb6e9157b","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor iemand die je informeel aanspreekt, gebruikt als onderwerp.","Je werkt vandaag thuis.",{"id":70,"partOfSpeech":36,"definition":71,"exampleSentences":72,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d565-7e24-a20d-839bb7c5a90c","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor iemand die je informeel aanspreekt, gebruikt als voorwerp.","Ik bel je na het werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8b4daa97ec22c4f8_nl-NL.mp3",3,{"id":76,"vocabularyWord":77,"displayOrder":91},"01a0ba4c-5aa5-752b-9a9b-e45d234778d7",{"id":78,"word":79,"frequency":31,"level":46,"language":9,"audioFilePath":80,"partsOfSpeech":81,"audio":38,"audioUrl":90},"01a0ba4b-d6d1-708a-a69c-b30fb467e00a","ons","tts_dd3b3b0ab99e1ae3_nl-NL.mp3",[82,86],{"id":83,"partOfSpeech":62,"definition":84,"exampleSentences":85,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7b2b-9471-be6b317c39a2","Bezittelijk woord voor een enkelvoudig het-woord dat bij de spreker en anderen hoort.","Ons huis heeft een kleine tuin.",{"id":87,"partOfSpeech":36,"definition":88,"exampleSentences":89,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7b6f-9471-be6b31c360fe","Persoonlijk voornaamwoord dat als voorwerp verwijst naar de spreker en één of meer anderen.","Onze vriend helpt ons met de verhuizing.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dd3b3b0ab99e1ae3_nl-NL.mp3",4,{"id":93,"vocabularyWord":94,"displayOrder":103},"01a0ba4c-5aa5-756f-9a9b-e45d243c8872",{"id":95,"word":96,"frequency":97,"level":10,"language":9,"audioFilePath":98,"partsOfSpeech":99,"audio":38,"audioUrl":102},"01a0ba4b-d857-75bb-9aad-22f183a4ba8b","mezelf",8,"tts_6deaf6344c951467_nl-NL.mp3",[100],{"id":101,"partOfSpeech":36,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d892-7ee0-bdf8-1b1374c1e6ef","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6deaf6344c951467_nl-NL.mp3",5,{"id":105,"vocabularyWord":106,"displayOrder":114},"01a0ba4c-5aa5-75a3-9a9b-e45d248faf73",{"id":107,"word":108,"frequency":97,"level":10,"language":9,"audioFilePath":109,"partsOfSpeech":110,"audio":38,"audioUrl":113},"01a0ba4b-d83d-7d2a-b30d-54decef2cf80","jezelf","tts_5a16ff979c0c99f4_nl-NL.mp3",[111],{"id":112,"partOfSpeech":36,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d890-7903-b427-275c2b7378da","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5a16ff979c0c99f4_nl-NL.mp3",6,{"id":116,"vocabularyWord":117,"displayOrder":125},"01a0ba4c-5aa5-75c7-9a9b-e45d255a20d7",{"id":118,"word":119,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":120,"partsOfSpeech":121,"audio":38,"audioUrl":124},"01a0ba4b-da5a-763c-81a5-2f6d0be1c7ce","zichzelf","tts_0b3e3a8372546dac_nl-NL.mp3",[122],{"id":123,"partOfSpeech":36,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-daa5-7f0c-a790-15084ef63313","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0b3e3a8372546dac_nl-NL.mp3",7,{"id":127,"vocabularyWord":128,"displayOrder":97},"01a0ba4c-5aa5-75e3-9a9b-e45d2575d6e4",{"id":129,"word":130,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":131,"partsOfSpeech":132,"audio":38,"audioUrl":142},"01a0ba4b-da0d-76db-a9fc-b847cab667bd","wassen","tts_6d5dc9c0537e3bf9_nl-NL.mp3",[133,138],{"id":134,"partOfSpeech":135,"definition":136,"exampleSentences":137,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-da16-71a1-a915-0a54344269f0","VERB","Met water en vaak zeep vuil van iets verwijderen.","Ik was mijn handen voor elke maaltijd.",{"id":139,"partOfSpeech":135,"definition":140,"exampleSentences":141,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-da16-71e1-a915-0a5434c53b72","Kleding in water of een wasmachine schoonmaken.","Zij wast de handdoeken op zestig graden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6d5dc9c0537e3bf9_nl-NL.mp3",{"id":144,"vocabularyWord":145,"displayOrder":18},"01a0ba4c-5aa5-7603-9a9b-e45d265c1098",{"id":146,"word":147,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":148,"partsOfSpeech":149,"audio":38,"audioUrl":158},"01a0ba4b-d7a2-732e-9586-73f4f51c97af","aankleden","tts_204f030f69a9cb39_nl-NL.mp3",[150,154],{"id":151,"partOfSpeech":135,"definition":152,"exampleSentences":153,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7e0-7c56-ac72-711be2a802b5","Kleren aantrekken, vaak gebruikt met zich.","Ik kleed me snel aan en ga daarna ontbijten.",{"id":155,"partOfSpeech":135,"definition":156,"exampleSentences":157,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d7e0-7cf2-ac72-711be2c806ff","Iemand anders helpen kleren aan te trekken.","De vader kleedt zijn jonge kind aan.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_204f030f69a9cb39_nl-NL.mp3",{"id":160,"vocabularyWord":161,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5aa5-762f-9a9b-e45d2725c2cb",{"id":162,"word":163,"frequency":125,"level":10,"language":9,"audioFilePath":164,"partsOfSpeech":165,"audio":38,"audioUrl":166},"01a0ba4b-d966-7445-ad80-e9f672b47591","scheren","tts_8eb8435a8a0fc7d6_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8eb8435a8a0fc7d6_nl-NL.mp3",{"id":168,"vocabularyWord":169,"displayOrder":175},"01a0ba4c-5aa5-764f-9a9b-e45d2786b7ad",{"id":170,"word":171,"frequency":114,"level":10,"language":9,"audioFilePath":172,"partsOfSpeech":173,"audio":38,"audioUrl":174},"01a0ba4b-d8ec-7508-a259-fc61ecdaa4e1","haasten","tts_e6edaf2ea9df0315_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e6edaf2ea9df0315_nl-NL.mp3",11,{"id":177,"vocabularyWord":178,"displayOrder":192},"01a0ba4c-5aa5-766b-9a9b-e45d28418fa8",{"id":179,"word":180,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":181,"partsOfSpeech":182,"audio":38,"audioUrl":191},"01a0ba4b-d9e3-7243-a589-05c5fab478ff","voelen","tts_9d897281d7aa034f_nl-NL.mp3",[183,187],{"id":184,"partOfSpeech":135,"definition":185,"exampleSentences":186,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-da11-790d-b998-e0193f191cc4","Met het lichaam aanraking, temperatuur of pijn waarnemen.","Ik voel koude wind door het open raam.",{"id":188,"partOfSpeech":135,"definition":189,"exampleSentences":190,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-da11-7985-b998-e0193f618686","Een lichamelijke of emotionele toestand ervaren, vaak met zich.","Na een goede nacht voel ik me weer gezond.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d897281d7aa034f_nl-NL.mp3",12,{"id":194,"vocabularyWord":195,"displayOrder":201},"01a0ba4c-5aa5-7687-9a9b-e45d28883c21",{"id":196,"word":197,"frequency":125,"level":10,"language":9,"audioFilePath":198,"partsOfSpeech":199,"audio":38,"audioUrl":200},"01a0ba4b-d95f-7e11-8d7d-85f6e9ef62dc","vergissen","tts_291b7aa77a3ad065_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_291b7aa77a3ad065_nl-NL.mp3",13,{"id":203,"vocabularyWord":204,"displayOrder":223},"01a0ba4c-5aa5-76a3-9a9b-e45d28ead034",{"id":205,"word":206,"frequency":18,"level":207,"language":9,"audioFilePath":208,"partsOfSpeech":209,"audio":38,"audioUrl":222},"01a0ba4b-dc7f-76af-93b9-3d4761064894","voorstellen","B1","tts_b659b156346628e8_nl-NL.mp3",[210,214,218],{"id":211,"partOfSpeech":135,"definition":212,"exampleSentences":213,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-dcbe-7e43-84e5-4d5487d87814","Een idee of plan noemen zodat anderen erover kunnen beslissen.","De voorzitter stelt voor om de vergadering een uur later te beginnen.",{"id":215,"partOfSpeech":135,"definition":216,"exampleSentences":217,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-dcbe-7e87-84e5-4d5487db4dea","Iemand vertellen wie een andere persoon is, of zelf zeggen wie je bent.","Mag ik u aan onze nieuwe collega voorstellen?",{"id":219,"partOfSpeech":135,"definition":220,"exampleSentences":221,"isPrimary":16,"meaningOrder":74},"01a0ba4b-dcbe-7ec7-84e5-4d54889fc27d","In gedachten een beeld van iets vormen, vaak met zich.","Ik kan me goed voorstellen dat de verhuizing spannend is.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b659b156346628e8_nl-NL.mp3",14,{"id":225,"vocabularyWord":226,"displayOrder":232},"01a0ba4c-5aa5-76bf-9a9b-e45d299b244c",{"id":227,"word":228,"frequency":103,"level":10,"language":9,"audioFilePath":229,"partsOfSpeech":230,"audio":38,"audioUrl":231},"01a0ba4b-d909-7217-aff1-a458b61d69c4","omkleden","tts_fa132d4d5e6c7a44_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fa132d4d5e6c7a44_nl-NL.mp3",15,{"id":234,"vocabularyWord":235,"displayOrder":245},"01a0ba4c-5aa5-76db-9a9b-e45d2a90c980",{"id":236,"word":237,"frequency":97,"level":10,"language":9,"audioFilePath":238,"partsOfSpeech":239,"audio":38,"audioUrl":244},"01a0ba4b-d7c2-702f-a916-5b11d89096f1","douchen","tts_17dab88172641272_nl-NL.mp3",[240],{"id":241,"partOfSpeech":135,"definition":242,"exampleSentences":243,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7e8-7b76-88f2-0166eef44d9b","Je onder stromend water wassen.","Ik douche elke ochtend voordat ik me aankleed.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_17dab88172641272_nl-NL.mp3",16,{"id":247,"vocabularyWord":248,"displayOrder":258},"01a0ba4c-5aa5-76f7-9a9b-e45d2ac5e724",{"id":249,"word":250,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":251,"partsOfSpeech":252,"audio":38,"audioUrl":257},"01a0ba4b-d983-704c-9638-cd089c4f02e9","opstaan","tts_85c0ee3237c8a338_nl-NL.mp3",[253],{"id":254,"partOfSpeech":135,"definition":255,"exampleSentences":256,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d99a-7aae-a0ca-fdff1737ec27","Vanuit bed, een stoel of een liggende houding overeind komen.","Ik sta elke werkdag om zeven uur op.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_85c0ee3237c8a338_nl-NL.mp3",17,{"id":260,"vocabularyWord":261,"displayOrder":271},"01a0ba4c-5aa5-7717-9a9b-e45d2b382152",{"id":262,"word":263,"frequency":97,"level":10,"language":9,"audioFilePath":264,"partsOfSpeech":265,"audio":38,"audioUrl":270},"01a0ba4b-d97d-7997-9d61-ae8a165033ae","ontbijten","tts_d28879f72243b10d_nl-NL.mp3",[266],{"id":267,"partOfSpeech":135,"definition":268,"exampleSentences":269,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d99a-725e-a0ca-fdff1276ae0d","De eerste maaltijd van de dag eten.","Op werkdagen ontbijt ik om half acht.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d28879f72243b10d_nl-NL.mp3",18,{"name":15,"slug":273,"language":9},"jezelf-en-elkaar-a2",[],[276,285,291,298],{"@id":277,"@type":278,"id":279,"grammarPage":280,"title":281,"instructions":282,"displayOrder":17,"type":283,"questionCount":232,"blankCount":232,"isCompleted":16,"ogImageUrl":284},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c4c7-7155-9ea1-336accaf8b83","GrammarExercise","01a0ba4b-c4c7-7155-9ea1-336accaf8b83","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d00-7c9f-b91d-b3f67e369916","De juiste wederkerende vorm","Kies het wederkerende voornaamwoord dat bij het onderwerp past.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_93721bba-c581-4233-8b97-340ae864f052_hero.webp?v=1789831922",{"@id":286,"@type":278,"id":287,"grammarPage":280,"title":288,"instructions":289,"displayOrder":39,"type":283,"questionCount":232,"blankCount":232,"isCompleted":16,"ogImageUrl":290},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c4e0-791d-956d-04f84089ef1c","01a0ba4b-c4e0-791d-956d-04f84089ef1c","Plaats, nadruk en betekenis","Kies de vorm die past bij de woordvolgorde, betekenis en eventuele nadruk.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_4f92fee4-6b23-43b2-90d6-c37259311c30_hero.webp?v=1789831922",{"@id":292,"@type":278,"id":293,"grammarPage":280,"title":294,"instructions":295,"displayOrder":52,"type":296,"questionCount":192,"blankCount":192,"isCompleted":16,"ogImageUrl":297},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c4f9-7a35-8086-ea7b04083920","01a0ba4b-c4f9-7a35-8086-ea7b04083920","Bouw wederkerende zinnen","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_84eda8ee-e031-4015-b04c-436ef635b477_hero.webp?v=1789831922",{"@id":299,"@type":278,"id":300,"grammarPage":280,"title":301,"instructions":302,"displayOrder":91,"type":303,"questionCount":91,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":304},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c50d-77e8-8c70-72b893009963","01a0ba4b-c50d-77e8-8c70-72b893009963","Wederkerende voornaamwoorden - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_7f2ebef4-0df2-4c7b-bd7b-82c5a587071b_hero.webp?v=1789831922",null]