[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-werkwoorden-die-een-te-infinitief-krijgen":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8d1d-72a6-961a-ba3b9df2bbdf":263,"exercise-list-path-nl-none":293},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":260,"readyImages":262},"01a0ba4b-8d1d-72a6-961a-ba3b9df2bbdf","Werkwoorden die een te-infinitief krijgen","werkwoorden-die-een-te-infinitief-krijgen","Ontdek welke Nederlandse werkwoorden een te-infinitief krijgen, hoe je de woordvolgorde opbouwt en wanneer modale werkwoorden juist geen te gebruiken.","Sommige werkwoorden worden gevolgd door **te + infinitief**. De infinitief is het hele werkwoord, bijvoorbeeld **komen**, **leren**, **wachten**. Het patroon is: *Ik probeer elke dag Nederlands **te spreken***. Het eerste werkwoord verandert met het onderwerp; de infinitief blijft onveranderd.\n\nNa deze les kun je:\n\n- veelgebruikte werkwoorden met **te + infinitief** herkennen;\n- een hoofdzin en een vraag met deze constructie maken;\n- het verschil zien tussen werkwoorden met en zonder **te**.\n\n## 1. Het basispatroon\n\nHet eerste werkwoord zegt bijvoorbeeld wat iemand probeert, vergeet, begint of belooft. De infinitief noemt de handeling.\n\n**onderwerp + persoonsvorm + rest + te + infinitief**\n\n- Ik **probeer** morgen eerder **te vertrekken**.\n- Sam **vergeet** soms de deur **te sluiten**.\n- Wij **beginnen** om negen uur **te werken**.\n- De monteur **belooft** morgen **te komen**.\n\nHet eerste werkwoord krijgt de gewone persoonsvorm: *ik probeer*, *jij probeert*, *wij proberen*. Na **te** gebruik je de infinitief: **komen**, **leren**, **wachten**.\n\n:::example\n**Nu:** Noor probeert de brief te schrijven.\n\n**Verleden:** Noor probeerde de brief te schrijven.\n\n**Perfectum:** Noor heeft geprobeerd de brief te schrijven.\n\nAlleen **proberen** verandert van tijd. **Schrijven** blijft een infinitief. In dit perfectum gebruik je **heeft** en het voltooid deelwoord **geprobeerd**. **Te schrijven** blijft hetzelfde.\n:::\n\n## 2. Veelgebruikte werkwoorden met te\n\nDeze werkwoorden komen vaak voor met een te-infinitief.\n\n| Werkwoord | Betekenis in de zin | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| proberen | een poging doen | Ik probeer de vraag **te beantwoorden**. |\n| vergeten | niet meer denken aan | Hij vergeet melk **te kopen**. |\n| beginnen | starten | Het begint **te regenen**. |\n| besluiten | een keuze maken | We besluiten thuis **te blijven**. |\n| beloven | zeggen dat je iets zult doen | Zij belooft op tijd **te zijn**. |\n| hopen | iets graag willen | Ik hoop je morgen **te zien**. |\n| hoeven | nodig zijn, meestal met een ontkenning of beperking | Je hoeft vandaag niet **te werken**. |\n| zitten \u002F staan \u002F liggen | iets doen terwijl je zit, staat of ligt | Hij zit **te lezen**. Ze staan **te wachten**. Ik lig **te slapen**. |\n\nBij **hoeven** staat meestal een ontkenning of beperking: *Je hoeft vandaag niet **te werken*** en *U hoeft alleen dit formulier **te tekenen***.\n\nVergelijk **moeten** en **hoeven**:\n\n- **Je moet werken.** → Het is verplicht.\n- **Je hoeft niet te werken.** → Het is niet nodig; het mag wel.\n- **Je moet hier niet parkeren.** → Doe dat hier niet.\n- **Je hoeft hier niet te parkeren.** → Het is niet nodig; je kunt ook ergens anders parkeren.\n\n**Hij leest** zegt wat hij doet. **Hij zit te lezen** zegt ook dat hij daarbij zit. Met **zitten**, **staan** en **liggen + te** beschrijf je wat iemand op dat moment doet.\n\n:::tip\nLeer het eerste werkwoord samen met het patroon, bijvoorbeeld **proberen te**, **vergeten te** en **hoeven te**. Zo onthoud je of **te** nodig is.\n:::\n\n## 3. In een hoofdzin, een vraag en een bijzin\n\nIn een hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede plaats. **Te + infinitief** staat meestal verder naar achteren.\n\n- Ik **probeer** de bus van acht uur **te nemen**.\n- Morgen **probeer** ik de bus van acht uur **te nemen**.\n- Wij **vergeten** nooit onze fietsen **op slot te zetten**.\n\nIn een ja-neevraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp. Het laatste deel verandert niet.\n\n- **Probeer** je minder koffie **te drinken**?\n- **Vergeet** u niet de afspraak **te bevestigen**?\n\nIn een bijzin met **omdat** staat het onderwerp vóór de persoonsvorm. Het deel met **te + infinitief** kan daarna komen:\n\n- Ik kies thee, **omdat ik probeer minder koffie te drinken**.\n\nOok hier blijft **te drinken** achteraan staan.\n\n:::warning\nNa **willen** gebruik je geen **te**.\n\n✓ **Wil je nu eten?**\n\n✗ *Wil je nu te eten?*\n\nVergelijk: **Probeer je nu te eten?**\n:::\n\n## 4. Werkwoorden zonder te\n\nNa modale werkwoorden zoals **kunnen**, **moeten**, **mogen**, **willen** en **zullen** gebruik je direct een infinitief.\n\n| Zonder te | Niet goed |\n| --- | --- |\n| Ik kan morgen komen. | ✗ Ik kan morgen te komen. |\n| Je moet hier wachten. | ✗ Je moet hier te wachten. |\n| Wij willen Nederlands leren. | ✗ Wij willen Nederlands te leren. |\n| U mag binnen zitten. | ✗ U mag binnen te zitten. |\n\nOok na **gaan** bij een nabije toekomst staat geen **te**: *We gaan vanavond koken.* Na **laten** gebruik je eveneens geen **te**: *Ik laat mijn fiets repareren.*\n\n:::warning\nKijk altijd naar het eerste werkwoord. Het Nederlandse woord **te** hoort niet automatisch voor elke tweede infinitief.\n:::\n\n## 5. Scheidbare werkwoorden\n\nBij een scheidbaar werkwoord komt **te** tussen het eerste deel en de rest van het werkwoord.\n\n- opbellen → Ik probeer mijn moeder **op te bellen**.\n- meenemen → Vergeet je paspoort niet **mee te nemen**.\n- invullen → U hoeft alleen uw naam **in te vullen**.\n- afspreken → We besluiten volgende week **af te spreken**.\n\nBij werkwoorden als **begrijpen**, **betalen** en **vertellen** blijft het werkwoord heel: **te begrijpen**, **te betalen**, **te vertellen**. Vergelijk dit met **op te bellen** en **mee te nemen**. Bijvoorbeeld: *Hij probeert het probleem **te begrijpen*** en *Ik beloof de rekening **te betalen***.\n\n## 6. Niet en andere woorden\n\nEen voorwerp, tijd of plaats staat meestal vóór **te + infinitief**.\n\n- Ik beloof **de e-mail vanmiddag** te sturen.\n- Sara probeert **in de bibliotheek** te studeren.\n- Wij besluiten **de auto niet** te gebruiken.\n- Je hoeft **morgen niet vroeg** op te staan.\n\nIn deze eenvoudige zinnen staat **niet** vlak vóór **te + infinitief**. Als er een voorwerp met **de** staat, komt dat vóór **niet**. Vergelijk:\n\n- Ik probeer **niet te lachen**.\n- Wij besluiten **de auto niet te gebruiken**.\n\n## 7. Om te: een doel\n\nMet **om ... te** noem je een doel. Deze vorm hangt niet af van een werkwoord uit de tabel met **proberen te** of **vergeten te**.\n\n- Ik ga naar de winkel **om brood te kopen**.\n- We sparen geld **om op vakantie te gaan**.\n\nBij **proberen** en **beloven** kun je ook **om** toevoegen zonder dat de betekenis verandert: *Ik probeer (om) op tijd te komen* en *Ik beloof (om) op tijd te komen* zijn correct met én zonder **om**.\n\n## 8. Een praktische controle\n\nGebruik deze stappen:\n\n1. Kies het eerste werkwoord en maak daarvan de persoonsvorm.\n2. Controleer of dit werkwoord **te** vraagt.\n3. Zet voorwerpen en bepalingen vóór **te + infinitief**.\n4. Plaats **te** binnen een scheidbaar werkwoord.\n\nHet kernpatroon is dus: *Zij **probeert** de nieuwe woorden **te onthouden***, maar *Zij **wil** de nieuwe woorden **onthouden***.","nl","A2",76,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87ae-78b7-8c22-d343950766a2","Infinitieven met te",false,0,11,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":39},"01a0ba4c-5ae6-7050-b976-b40b1e633775","Werkwoorden met en zonder te",[26,42,55,69,80,94,107,115,133,145,157,169,181,199,208,217,230,243],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-5ae6-70c0-b976-b40b1ec516e2",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":39,"audioUrl":41},"01a0ba4b-d98a-7316-add4-d9efe9a91d29","proberen",9,"tts_f2e922e1c16d0036_nl-NL.mp3",[34],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"exampleSentences":38,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d99b-77dc-8d33-0d46a7a400b7","VERB","Moeite doen om iets te bereiken of nagaan of iets mogelijk of geschikt is.","Ik probeer elke dag een halfuur Nederlands te lezen.",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f2e922e1c16d0036_nl-NL.mp3",{"id":43,"vocabularyWord":44,"displayOrder":54},"01a0ba4c-5ae6-710c-b976-b40b1f763056",{"id":45,"word":46,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":47,"partsOfSpeech":48,"audio":39,"audioUrl":53},"01a0ba4b-d9db-72de-b431-a9797462b62b","vergeten","tts_29c6f5f819ba1360_nl-NL.mp3",[49],{"id":50,"partOfSpeech":36,"definition":51,"exampleSentences":52,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-da10-7af3-8796-6b60b7740a74","Iets niet meer weten of er op het juiste moment niet aan denken.","Ik ben vergeten waar ik mijn sleutel heb gelegd.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_29c6f5f819ba1360_nl-NL.mp3",2,{"id":56,"vocabularyWord":57,"displayOrder":68},"01a0ba4c-5ae6-714c-b976-b40b2006d45a",{"id":58,"word":59,"frequency":60,"level":10,"language":9,"audioFilePath":61,"partsOfSpeech":62,"audio":39,"audioUrl":67},"01a0ba4b-d7af-7869-8792-a1661e394b8e","beginnen",10,"tts_23096bcbfdffb0df_nl-NL.mp3",[63],{"id":64,"partOfSpeech":36,"definition":65,"exampleSentences":66,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7e4-7a02-abd6-ee4012512957","Met een activiteit starten of het eerste deel van iets doen.","De vergadering begint morgen om half tien.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_23096bcbfdffb0df_nl-NL.mp3",3,{"id":70,"vocabularyWord":71,"displayOrder":79},"01a0ba4c-5ae6-718c-b976-b40b20079bc9",{"id":72,"word":73,"frequency":74,"level":75,"language":9,"audioFilePath":76,"partsOfSpeech":77,"audio":39,"audioUrl":78},"01a0ba4b-d911-7cbb-8879-59207e7c77ef","besluiten",7,"B1","tts_1feb75f348767224_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1feb75f348767224_nl-NL.mp3",4,{"id":81,"vocabularyWord":82,"displayOrder":93},"01a0ba4c-5ae6-71cc-b976-b40b2070d6fa",{"id":83,"word":84,"frequency":85,"level":75,"language":9,"audioFilePath":86,"partsOfSpeech":87,"audio":39,"audioUrl":92},"01a0ba4b-da6d-78f2-943b-7d14468812f8","beloven",8,"tts_0093441427f7b0dd_nl-NL.mp3",[88],{"id":89,"partOfSpeech":36,"definition":90,"exampleSentences":91,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-daa7-79ee-af15-7af29ad7a215","Zeggen dat je iets zeker zult doen of dat iets zeker zal gebeuren.","Ik beloof dat ik het geleende boek morgen terugbreng.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0093441427f7b0dd_nl-NL.mp3",5,{"id":95,"vocabularyWord":96,"displayOrder":106},"01a0ba4c-5ae6-7208-b976-b40b2086023a",{"id":97,"word":98,"frequency":60,"level":10,"language":9,"audioFilePath":99,"partsOfSpeech":100,"audio":39,"audioUrl":105},"01a0ba4b-d7d9-7b96-80f7-0f4dbe00095b","hopen","tts_fdfb47e5f607e75e_nl-NL.mp3",[101],{"id":102,"partOfSpeech":36,"definition":103,"exampleSentences":104,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7ed-7338-83a0-073bd26adb50","Willen en verwachten dat iets goeds of gewensts gebeurt.","Ik hoop dat het morgen droog blijft.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fdfb47e5f607e75e_nl-NL.mp3",6,{"id":108,"vocabularyWord":109,"displayOrder":74},"01a0ba4c-5ae6-7258-b976-b40b210ee180",{"id":110,"word":111,"frequency":85,"level":75,"language":9,"audioFilePath":112,"partsOfSpeech":113,"audio":39,"audioUrl":114},"01a0ba4b-d5ee-715d-ba5b-aa1c39f7771b","hoeven","tts_4a1a5808b2d537fd_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4a1a5808b2d537fd_nl-NL.mp3",{"id":116,"vocabularyWord":117,"displayOrder":85},"01a0ba4c-5ae6-7294-b976-b40b218fd436",{"id":118,"word":119,"frequency":60,"level":120,"language":9,"audioFilePath":121,"partsOfSpeech":122,"audio":39,"audioUrl":132},"01a0ba4b-d55c-77ea-8840-e267b6601348","kunnen","A1","tts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",[123,128],{"id":124,"partOfSpeech":125,"definition":126,"exampleSentences":127,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d567-7686-aa36-e4be4e561e16","MODAL_VERB","De vaardigheid of mogelijkheid hebben om iets te doen.","Mijn zus kan heel goed zwemmen.",{"id":129,"partOfSpeech":125,"definition":130,"exampleSentences":131,"isPrimary":16,"meaningOrder":54},"01a0ba4b-d567-76ca-aa36-e4be4ecc1f05","Aangeven dat iets mogelijk is.","Het kan morgen gaan regenen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",{"id":134,"vocabularyWord":135,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5ae6-72d4-b976-b40b21980591",{"id":136,"word":137,"frequency":60,"level":120,"language":9,"audioFilePath":138,"partsOfSpeech":139,"audio":39,"audioUrl":144},"01a0ba4b-d6c4-777d-967b-f5b8ec7cb5ea","moeten","tts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",[140],{"id":141,"partOfSpeech":125,"definition":142,"exampleSentences":143,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6dd-7231-8390-ca488f9638c2","Uitdrukken dat iets noodzakelijk, verplicht of niet te vermijden is.","We moeten nu vertrekken om de trein te halen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",{"id":146,"vocabularyWord":147,"displayOrder":60},"01a0ba4c-5ae6-7310-b976-b40b2222bcd6",{"id":148,"word":149,"frequency":60,"level":120,"language":9,"audioFilePath":150,"partsOfSpeech":151,"audio":39,"audioUrl":156},"01a0ba4b-d797-7405-86c9-a5706678897e","willen","tts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",[152],{"id":153,"partOfSpeech":125,"definition":154,"exampleSentences":155,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7dd-7ec5-99f2-101f3aff8efe","Een wens, voorkeur of plan uitdrukken.","Wij willen volgend jaar naar Spanje reizen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",{"id":158,"vocabularyWord":159,"displayOrder":18},"01a0ba4c-5ae6-734c-b976-b40b2239319f",{"id":160,"word":161,"frequency":60,"level":120,"language":9,"audioFilePath":162,"partsOfSpeech":163,"audio":39,"audioUrl":168},"01a0ba4b-d6c5-7198-a17b-dc036d1802b2","mogen","tts_bf65ea99c7e3d468_nl-NL.mp3",[164],{"id":165,"partOfSpeech":125,"definition":166,"exampleSentences":167,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6dd-7349-8390-ca488fbf6a74","Toestemming hebben of beleefd om toestemming vragen.","Mag ik hier mijn fiets zetten?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bf65ea99c7e3d468_nl-NL.mp3",{"id":170,"vocabularyWord":171,"displayOrder":180},"01a0ba4c-5ae6-7390-b976-b40b22fa08f3",{"id":172,"word":173,"frequency":60,"level":10,"language":9,"audioFilePath":174,"partsOfSpeech":175,"audio":39,"audioUrl":179},"01a0ba4b-e525-72de-9189-db1a30080cc3","zullen","tts_db62e1c74c948569_nl-NL.mp3",[176],{"id":177,"partOfSpeech":36,"definition":178,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-e52f-7e82-b8a0-7c156399661e","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_db62e1c74c948569_nl-NL.mp3",12,{"id":182,"vocabularyWord":183,"displayOrder":198},"01a0ba4c-5ae6-73b4-b976-b40b235784d9",{"id":184,"word":185,"frequency":60,"level":120,"language":9,"audioFilePath":186,"partsOfSpeech":187,"audio":39,"audioUrl":197},"01a0ba4b-d536-741a-9b5b-10271c0cd8b0","gaan","tts_5073aaa2a38c7d28_nl-NL.mp3",[188,193],{"id":189,"partOfSpeech":190,"definition":191,"exampleSentences":192,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7a53-b413-dd0b7488d449","AUXILIARY_VERB","Samen met een infinitief uitdrukken dat iets binnenkort of volgens een plan gebeurt.","Ik ga vanavond koken.",{"id":194,"partOfSpeech":36,"definition":195,"exampleSentences":196,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7a9b-b413-dd0b74ef239d","Van de ene plaats naar een andere plaats bewegen of vertrekken.","We gaan met de fiets naar school.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5073aaa2a38c7d28_nl-NL.mp3",13,{"id":200,"vocabularyWord":201,"displayOrder":207},"01a0ba4c-5ae6-73d4-b976-b40b244da089",{"id":202,"word":203,"frequency":60,"level":10,"language":9,"audioFilePath":204,"partsOfSpeech":205,"audio":39,"audioUrl":206},"01a0ba4b-d864-7907-8ef8-fdf74260345a","laten","tts_7649b48e0d197c09_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7649b48e0d197c09_nl-NL.mp3",14,{"id":209,"vocabularyWord":210,"displayOrder":216},"01a0ba4c-5ae6-73f0-b976-b40b24797d7c",{"id":211,"word":212,"frequency":74,"level":10,"language":9,"audioFilePath":213,"partsOfSpeech":214,"audio":39,"audioUrl":215},"01a0ba4b-d6a6-7f89-91fd-ff05898cb54b","opbellen","tts_d0734d9b553e8987_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d0734d9b553e8987_nl-NL.mp3",15,{"id":218,"vocabularyWord":219,"displayOrder":229},"01a0ba4c-5ae6-7410-b976-b40b2567af1f",{"id":220,"word":221,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":222,"partsOfSpeech":223,"audio":39,"audioUrl":228},"01a0ba4b-d851-7f15-ae14-9c003e3f7b6c","meenemen","tts_6d9626db36d4f2ef_nl-NL.mp3",[224],{"id":225,"partOfSpeech":36,"definition":226,"exampleSentences":227,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d892-78ec-bdf8-1b1371ff997d","Iemand of iets bij je hebben wanneer je naar een andere plaats gaat.","Voor de wandeling neem ik water en fruit mee.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6d9626db36d4f2ef_nl-NL.mp3",16,{"id":231,"vocabularyWord":232,"displayOrder":242},"01a0ba4c-5ae6-742c-b976-b40b2666fe4d",{"id":233,"word":234,"frequency":85,"level":10,"language":9,"audioFilePath":235,"partsOfSpeech":236,"audio":39,"audioUrl":241},"01a0ba4b-d83c-77b8-9df2-f5c667173288","invullen","tts_af7ad2116a6fc56b_nl-NL.mp3",[237],{"id":238,"partOfSpeech":36,"definition":239,"exampleSentences":240,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d890-76ab-b427-275c2a33e173","Gevraagde informatie op een formulier of in lege vakken schrijven.","Vul op het formulier je naam en adres in.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_af7ad2116a6fc56b_nl-NL.mp3",17,{"id":244,"vocabularyWord":245,"displayOrder":259},"01a0ba4c-5ae6-7448-b976-b40b267ed173",{"id":246,"word":247,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":248,"partsOfSpeech":249,"audio":39,"audioUrl":258},"01a0ba4b-d7a6-7d91-9e89-7416ebad06aa","afspreken","tts_da57bd8fd8e32407_nl-NL.mp3",[250,254],{"id":251,"partOfSpeech":36,"definition":252,"exampleSentences":253,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7e2-7455-b8dd-705590d89009","Met iemand een tijd en plaats kiezen om elkaar te ontmoeten.","We spreken zaterdag om drie uur bij het station af.",{"id":255,"partOfSpeech":36,"definition":256,"exampleSentences":257,"isPrimary":16,"meaningOrder":54},"01a0ba4b-d7e2-74f9-b8dd-70559163213b","Samen een regel, plan of voorwaarde bepalen.","De buren spreken af dat het na tien uur stil is.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_da57bd8fd8e32407_nl-NL.mp3",18,{"name":15,"slug":261,"language":9},"infinitieven-met-te-a2",[],[264,273,279,286],{"@id":265,"@type":266,"id":267,"grammarPage":268,"title":269,"instructions":270,"displayOrder":17,"type":271,"questionCount":216,"blankCount":216,"isCompleted":16,"ogImageUrl":272},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c5f2-7b54-8a8b-d8c61e3386ac","GrammarExercise","01a0ba4b-c5f2-7b54-8a8b-d8c61e3386ac","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d1d-72a6-961a-ba3b9df2bbdf","Werkwoorden met te","Kies de juiste te-infinitief.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_c3e5408b-ef72-4b33-a0b1-a2714665731b_hero.webp?v=1789831923",{"@id":274,"@type":266,"id":275,"grammarPage":268,"title":276,"instructions":277,"displayOrder":40,"type":271,"questionCount":216,"blankCount":216,"isCompleted":16,"ogImageUrl":278},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c60c-7082-84eb-120d2e4505a5","01a0ba4b-c60c-7082-84eb-120d2e4505a5","Met of zonder te","Kies de vorm die het eerste werkwoord vereist.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_bccc8990-ff7f-4d58-af9c-3d6565560f0d_hero.webp?v=1789831923",{"@id":280,"@type":266,"id":281,"grammarPage":268,"title":282,"instructions":283,"displayOrder":54,"type":284,"questionCount":60,"blankCount":60,"isCompleted":16,"ogImageUrl":285},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c622-77e3-a444-a587894cd5e7","01a0ba4b-c622-77e3-a444-a587894cd5e7","Bouw zinnen met te-infinitieven","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_294d2e67-867b-48e3-9581-3de93ffcd1f8_hero.webp?v=1789831923",{"@id":287,"@type":266,"id":288,"grammarPage":268,"title":289,"instructions":290,"displayOrder":79,"type":291,"questionCount":79,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":292},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c632-759f-8f3e-01472a9a5c28","01a0ba4b-c632-759f-8f3e-01472a9a5c28","Werkwoorden met een te-infinitief - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_1d701919-c097-4423-a24b-cc1e8a05ab9f_hero.webp?v=1789831923",null]