[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-werkwoordsvormen-met-t-en-d":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8d2b-7ab4-a05a-88f55a28337a":261,"exercise-list-path-nl-none":285},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":258,"readyImages":260},"01a0ba4b-8d2b-7ab4-a05a-88f55a28337a","Werkwoordsvormen met -t en -d","werkwoordsvormen-met-t-en-d","Leer wanneer een werkwoord in de tegenwoordige tijd op -t, -d of -dt eindigt, met heldere regels voor ik, jij, u, hij en vragen met inversie.","Bij werkwoorden hoor je aan het einde niet altijd het verschil tussen **d**, **t** en **dt**. Toch kun je de juiste vorm vinden met de stam en het onderwerp.\n\nNa deze les kun je:\n\n- de juiste uitgang kiezen bij **ik**, **jij**, **u** en **hij**;\n- vormen als **word** en **wordt** uit elkaar houden;\n- de **-t** weglaten in een vraag als *Word jij ...?*\n\n## 1. Begin met de stam\n\nDe stam is de basis voor de tegenwoordige tijd. Het **hele werkwoord** heet ook de **infinitief**. Meestal haal je **-en** weg: **maken → maak**. Eindigt wat overblijft op twee dezelfde medeklinkers, dan schrijf je er één: **vullen → vul**. Bij **werken** is de stam **werk**. Bij **worden** is de stam **word**.\n\n| Onderwerp | werken | worden | Regel |\n| --- | --- | --- | --- |\n| ik | ik **werk** | ik **word** | stam |\n| jij \u002F je | jij **werkt** | jij **wordt** | stam + **t** |\n| u | u **werkt** | u **wordt** | stam + **t** |\n| hij \u002F zij \u002F het | hij **werkt** | hij **wordt** | stam + **t** |\n| wij \u002F jullie \u002F zij | wij **werken** | wij **worden** | hele werkwoord |\n\n:::example\nIk **word** morgen achttien.\n\nDe leerling **wordt** morgen achttien.\n\nWij **worden** samen ouder.\n:::\n\n## 2. Een stam op d krijgt soms dt\n\nEindigt de stam op **d**? Dan blijft die **d** staan. Bij **jij**, **u**, **hij**, **zij** en **het** komt er altijd een **t** bij, behalve als **jij\u002Fje** direct na het werkwoord staat (zie sectie 4).\n\n| Infinitief | Stam | Met ik | Met hij |\n| --- | --- | --- | --- |\n| worden | **word** | ik **word** | hij **wordt** |\n| vinden | **vind** | ik **vind** | zij **vindt** |\n| antwoorden | **antwoord** | ik **antwoord** | hij **antwoordt** |\n| houden | **houd** | ik **houd** | zij **houdt** |\n\nDe vorm **dt** is dus geen aparte uitgang. De **d** hoort bij de stam en de **t** hoort bij de vervoeging.\n\n:::tip\nVervang het werkwoord even door **werken**. Zeg je *hij werkt*? Dan heeft jouw werkwoord ook een **t**: *hij wordt*. Zeg je *ik werk*? Dan komt er geen **t**: *ik word*.\n:::\n\n## 3. Een stam op t krijgt geen extra t\n\nEindigt de stam al op **t**? Dan schrijf je niet nog een **t** aan het einde.\n\n| Infinitief | Stam | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| zitten | **zit** | zij **zit** bij het raam |\n| praten | **praat** | u **praat** met de docent |\n| wachten | **wacht** | hij **wacht** op de trein |\n\nJe schrijft dus **hij zit**, niet *hij zitt*. In dit geval levert **stam + t** nooit **tt** op: **hij zit**, **hij wacht**.\n\n## 4. Jij vóór of na het werkwoord\n\nStaat **jij** of **je** vóór het werkwoord? Gebruik dan stam + **t**. Staat **jij** of **je** direct ná het werkwoord? Dan valt de **t** weg.\n\n| Onderwerp vóór het werkwoord | Onderwerp na het werkwoord |\n| --- | --- |\n| Jij **vindt** het station. | **Vind** jij het station? |\n| Je **wordt** snel moe. | **Word** je snel moe? |\n| Jij **antwoordt** vandaag. | **Antwoord** jij vandaag? |\n\n:::warning\nDeze regel geldt alleen voor **jij** en **je**. Bij **u** blijft de **t** staan.\n\n✓ **Vindt u** het antwoord?\n\n✗ *Vind u het antwoord?*\n:::\n\n## 5. Kijk eerst naar het onderwerp\n\nGebruik deze vaste volgorde:\n\n1. Zoek het onderwerp van de zin.\n2. Zoek de stam van het werkwoord.\n3. Gebruik bij **ik** alleen de stam.\n4. Voeg bij **jij**, **u**, **hij**, **zij** en **het** een **t** toe.\n5. Laat de **t** weg als **jij** of **je** direct na het werkwoord staat.\n\n:::note\nDe regels op deze pagina gaan over de tegenwoordige tijd. De verleden tijd en het voltooid deelwoord hebben andere regels.\n\n**Hebben** en **zijn** hebben andere vormen. Leer bijvoorbeeld: **jij hebt**, **hij heeft**, **jij bent** en **u bent**.\n:::\n\n## 6. Kort overzicht\n\n| Situatie | Vorm |\n| --- | --- |\n| ik + stam op d | ik **vind**, ik **word** |\n| hij \u002F zij + stam op d | hij **vindt**, zij **wordt** |\n| stam eindigt al op t | hij **zit**, u **wacht** |\n| jij vóór het werkwoord | jij **vindt** |\n| jij na het werkwoord | **vind** jij? |\n| u vóór of na het werkwoord | u **vindt**, **vindt** u? |\n\nOnthoud: kijk niet alleen naar de klank. Zoek eerst de stam en daarna het onderwerp.","nl","A1",26,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87a7-7e78-988d-3307b6c303b2","Regelmatige en scheidbare werkwoorden",false,0,13,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":39},"01a0ba4c-5b01-7c12-9d6a-92be5ef2f337","Werkwoorden met d en t in de stam",[26,47,65,82,93,102,115,131,140,161,177,190,203,219,236],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-5b01-7c7a-9d6a-92be5fa0b11f",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":39,"audioUrl":46},"01a0ba4b-d752-75e7-baca-96fdd6372e40","werken",10,"tts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",[34,41],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"exampleSentences":38,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d75a-7885-a2c4-a98ba3dd3d0f","VERB","Een beroep of taak uitvoeren en daar vaak geld mee verdienen.","Ik werk drie dagen per week in een winkel.",true,1,{"id":42,"partOfSpeech":36,"definition":43,"exampleSentences":44,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d75a-78c9-a2c4-a98ba493b1ae","Doen wat de bedoeling is of goed functioneren.","Mijn telefoon werkt weer.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",{"id":48,"vocabularyWord":49,"displayOrder":45},"01a0ba4c-5b01-7cc2-9d6a-92be60255628",{"id":50,"word":51,"frequency":31,"level":52,"language":9,"audioFilePath":53,"partsOfSpeech":54,"audio":39,"audioUrl":64},"01a0ba4b-dcab-71d4-8980-d55bc3f0b0f8","worden","B1","tts_d88d78f37049edbe_nl-NL.mp3",[55,60],{"id":56,"partOfSpeech":57,"definition":58,"exampleSentences":59,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dcc2-7c21-8514-2c016b1d6bae","AUXILIARY_VERB","Vormt samen met een voltooid deelwoord een passieve zin waarin de handeling centraal staat.","De aanvragen worden binnen vijf werkdagen behandeld.",{"id":61,"partOfSpeech":36,"definition":62,"exampleSentences":63,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dcc2-7c6d-8514-2c016c00f0ee","In een nieuwe toestand, functie of fase terechtkomen.","Door de extra uitleg wordt het onderwerp steeds duidelijker.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d88d78f37049edbe_nl-NL.mp3",{"id":66,"vocabularyWord":67,"displayOrder":81},"01a0ba4c-5b01-7d02-9d6a-92be60940331",{"id":68,"word":69,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":70,"partsOfSpeech":71,"audio":39,"audioUrl":80},"01a0ba4b-d5b6-73b8-807d-73d19cff0b77","maken","tts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",[72,76],{"id":73,"partOfSpeech":36,"definition":74,"exampleSentences":75,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fc-755a-9f37-be9122e0db42","Iets creëren, bouwen, bereiden of tot stand brengen.","Mijn zus maakt een taart.",{"id":77,"partOfSpeech":36,"definition":78,"exampleSentences":79,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d5fc-75a2-9f37-be91234b4a4f","Ervoor zorgen dat iemand of iets in een bepaalde toestand komt.","Dat nieuws maakt mij blij.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",3,{"id":83,"vocabularyWord":84,"displayOrder":92},"01a0ba4c-5b01-7d42-9d6a-92be6101dc48",{"id":85,"word":86,"frequency":87,"level":88,"language":9,"audioFilePath":89,"partsOfSpeech":90,"audio":39,"audioUrl":91},"01a0ba4b-d64c-7f48-9c1e-6825f9b77238","vullen",7,"A2","tts_efeeafc93d736069_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_efeeafc93d736069_nl-NL.mp3",4,{"id":94,"vocabularyWord":95,"displayOrder":101},"01a0ba4c-5b01-7d82-9d6a-92be61080975",{"id":96,"word":97,"frequency":87,"level":52,"language":9,"audioFilePath":98,"partsOfSpeech":99,"audio":39,"audioUrl":100},"01a0ba4b-d634-7144-b73a-a1c78e3212a3","stam","tts_bf971831114eb5a3_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bf971831114eb5a3_nl-NL.mp3",5,{"id":103,"vocabularyWord":104,"displayOrder":114},"01a0ba4c-5b01-7dbe-9d6a-92be61d24504",{"id":105,"word":106,"frequency":45,"level":52,"language":9,"audioFilePath":107,"partsOfSpeech":108,"audio":39,"audioUrl":113},"01a0ba4b-e24b-7b9d-8bd3-0cddbf2d779d","infinitief","tts_8b09e823d34b02e8_nl-NL.mp3",[109],{"id":110,"partOfSpeech":111,"definition":112,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-e28a-7619-8157-291a94f738c4","NOUN","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8b09e823d34b02e8_nl-NL.mp3",6,{"id":116,"vocabularyWord":117,"displayOrder":87},"01a0ba4c-5b01-7dfa-9d6a-92be6228cd3e",{"id":118,"word":119,"frequency":31,"level":52,"language":9,"audioFilePath":120,"partsOfSpeech":121,"audio":39,"audioUrl":130},"01a0ba4b-dc7b-7ce9-940b-68339a45f6d9","vinden","tts_38bdbfdbfa717735_nl-NL.mp3",[122,126],{"id":123,"partOfSpeech":36,"definition":124,"exampleSentences":125,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dcbe-77e7-84e5-4d54835a1178","Iemand of iets ontdekken, aantreffen of terugkrijgen na ernaar te hebben gezocht.","Na lang zoeken vond ik de sleutel onder de bank.",{"id":127,"partOfSpeech":36,"definition":128,"exampleSentences":129,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-dcbe-782f-84e5-4d5483adc30f","Een bepaalde mening of beoordeling over iemand of iets hebben.","Veel bewoners vinden de nieuwe verkeersregels duidelijker.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_38bdbfdbfa717735_nl-NL.mp3",{"id":132,"vocabularyWord":133,"displayOrder":136},"01a0ba4c-5b01-7e3a-9d6a-92be628aa6ba",{"id":134,"word":135,"frequency":136,"level":88,"language":9,"audioFilePath":137,"partsOfSpeech":138,"audio":39,"audioUrl":139},"01a0ba4b-d63c-7ac4-a46e-b6cccb082eee","antwoorden",8,"tts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",{"id":141,"vocabularyWord":142,"displayOrder":160},"01a0ba4c-5b01-7e8a-9d6a-92be6336093d",{"id":143,"word":144,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":145,"partsOfSpeech":146,"audio":39,"audioUrl":159},"01a0ba4b-d547-7b67-b43f-bdd54e337ec1","houden","tts_d2fcfda65e01b96b_nl-NL.mp3",[147,151,155],{"id":148,"partOfSpeech":36,"definition":149,"exampleSentences":150,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d565-7304-a20d-839bada844ee","Iets bij zich laten en niet weggeven of wegdoen.","Je mag dit boek houden.",{"id":152,"partOfSpeech":36,"definition":153,"exampleSentences":154,"isPrimary":16,"meaningOrder":81},"01a0ba4b-d565-7344-a20d-839bae9d52e2","In de vaste combinatie houden van: iemand of iets leuk of lief vinden.","Wij houden van wandelen in het park.",{"id":156,"partOfSpeech":36,"definition":157,"exampleSentences":158,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-72c0-a20d-839bad31c300","Iets met de hand vasthouden en niet loslaten.","Kun je mijn tas even houden?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d2fcfda65e01b96b_nl-NL.mp3",9,{"id":162,"vocabularyWord":163,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5b01-7ec6-9d6a-92be638921b9",{"id":164,"word":165,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":166,"partsOfSpeech":167,"audio":39,"audioUrl":176},"01a0ba4b-d79e-7599-9e47-d1d0b432dc6e","zitten","tts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",[168,172],{"id":169,"partOfSpeech":36,"definition":170,"exampleSentences":171,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-7aa3-a2d4-3488024c2314","Rustend zijn met het lichaam op een stoel, bank of andere ondergrond.","Mijn oma zit graag bij het raam.",{"id":173,"partOfSpeech":36,"definition":174,"exampleSentences":175,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d7df-7b3f-a2d4-348802d8c21b","Zich in een ruimte, voorwerp of groep bevinden.","De sleutel zit in mijn jaszak.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",{"id":178,"vocabularyWord":179,"displayOrder":189},"01a0ba4c-5b01-7f02-9d6a-92be644316e1",{"id":180,"word":181,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":182,"partsOfSpeech":183,"audio":39,"audioUrl":188},"01a0ba4b-d6d5-7838-8848-f95325bb02ee","praten","tts_f1c43f971e96af2e_nl-NL.mp3",[184],{"id":185,"partOfSpeech":36,"definition":186,"exampleSentences":187,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6df-7334-8a1b-af0b5a222e51","Met woorden iets tegen of met iemand zeggen.","Tijdens de pauze praten we over onze vakantie.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f1c43f971e96af2e_nl-NL.mp3",11,{"id":191,"vocabularyWord":192,"displayOrder":202},"01a0ba4c-5b01-7f3e-9d6a-92be6450ab87",{"id":193,"word":194,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":195,"partsOfSpeech":196,"audio":39,"audioUrl":201},"01a0ba4b-d74a-7251-ac25-0b6f83d17f24","wachten","tts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",[197],{"id":198,"partOfSpeech":36,"definition":199,"exampleSentences":200,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-7a18-afe6-cd9a853efd6f","Op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven tot iemand komt of iets gebeurt.","We wachten bij de ingang op onze vrienden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",12,{"id":204,"vocabularyWord":205,"displayOrder":18},"01a0ba4c-5b01-7f7e-9d6a-92be6467dd6c",{"id":206,"word":207,"frequency":160,"level":52,"language":9,"audioFilePath":208,"partsOfSpeech":209,"audio":39,"audioUrl":218},"01a0ba4b-dc12-70db-928d-ae0637966e26","onderwerp","tts_a755c216fa48bb02_nl-NL.mp3",[210,214],{"id":211,"partOfSpeech":111,"definition":212,"exampleSentences":213,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dc39-74ca-b770-f5ab922cec78","(het; onderwerpen) zaak of thema waarover iemand spreekt, schrijft, denkt of leert.","Tijdens de vergadering kwam veiligheid als eerste onderwerp aan bod.",{"id":215,"partOfSpeech":111,"definition":216,"exampleSentences":217,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-dc39-7512-b770-f5ab930b7f28","(het; onderwerpen) zinsdeel dat aangeeft wie of wat de handeling uitvoert of in een bepaalde toestand is.","In de zin 'De kinderen spelen' is 'de kinderen' het onderwerp.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a755c216fa48bb02_nl-NL.mp3",{"id":220,"vocabularyWord":221,"displayOrder":235},"01a0ba4c-5b02-7019-8a64-e1f18f36d3e4",{"id":222,"word":223,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":224,"partsOfSpeech":225,"audio":39,"audioUrl":234},"01a0ba4b-d53f-7c67-85eb-3b9922c23a39","hebben","tts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",[226,230],{"id":227,"partOfSpeech":36,"definition":228,"exampleSentences":229,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-783b-97f9-ade231f4c857","Iets bezitten, bij je dragen of kunnen gebruiken.","Wij hebben twee fietsen.",{"id":231,"partOfSpeech":57,"definition":232,"exampleSentences":233,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-77f7-97f9-ade231e70113","Een hulpwerkwoord waarmee je bij veel werkwoorden de voltooide tijd maakt.","Ze hebben de deur gesloten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",14,{"id":237,"vocabularyWord":238,"displayOrder":257},"01a0ba4c-5b02-7059-8a64-e1f190128291",{"id":239,"word":240,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":241,"partsOfSpeech":242,"audio":39,"audioUrl":256},"01a0ba4b-d79d-7992-a05f-482e3a79eb3b","zijn","tts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",[243,247,252],{"id":244,"partOfSpeech":57,"definition":245,"exampleSentences":246,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-76f3-a2d4-348800f43663","Een hulpwerkwoord waarmee je bij bepaalde werkwoorden de voltooide tijd maakt.","We zijn gisteren vroeg vertrokken.",{"id":248,"partOfSpeech":249,"definition":250,"exampleSentences":251,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-778f-a2d4-34880166a8ed","PRONOUN","Een bezittelijk woord dat aangeeft dat iets bij een mannelijke persoon of een het-woord hoort.","Joris zoekt zijn jas.",{"id":253,"partOfSpeech":36,"definition":254,"exampleSentences":255,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-7827-a2d4-348801a7c8f6","Een identiteit, eigenschap, toestand of plaats uitdrukken.","De ramen zijn open.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",15,{"name":15,"slug":259,"language":9},"regelmatige-en-scheidbare-werkwoorden-a1",[],[262,271,278],{"@id":263,"@type":264,"id":265,"grammarPage":266,"title":267,"instructions":268,"displayOrder":17,"type":269,"questionCount":257,"blankCount":257,"isCompleted":16,"ogImageUrl":270},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c6ae-7bee-a1eb-cdd2fe1ebe30","GrammarExercise","01a0ba4b-c6ae-7bee-a1eb-cdd2fe1ebe30","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d2b-7ab4-a05a-88f55a28337a","Stam, t of dt?","Kies de juiste werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd. Let op de stam, het onderwerp en de uitgang.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_804f6fef-6047-4f50-bdc4-6373d14fdbba_hero.webp?v=1789831923",{"@id":272,"@type":264,"id":273,"grammarPage":266,"title":274,"instructions":275,"displayOrder":40,"type":269,"questionCount":257,"blankCount":276,"isCompleted":16,"ogImageUrl":277},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c6c7-7b46-a328-e0a54de283f5","01a0ba4b-c6c7-7b46-a328-e0a54de283f5","Van mededeling naar vraag","Kies de juiste tegenwoordige werkwoordsvorm. Vergelijk mededelingen met vragen en let extra op jij, je en u.",22,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_debf4f25-287b-4c68-b18d-1359a2e1095b_hero.webp?v=1789831923",{"@id":279,"@type":264,"id":280,"grammarPage":266,"title":281,"instructions":282,"displayOrder":92,"type":283,"questionCount":92,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":284},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c6ea-72cc-b5dc-d9fa5ed56e0f","01a0ba4b-c6ea-72cc-b5dc-d9fa5ed56e0f","Werkwoordsvormen met -t en -d - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_673a4683-5c7e-46e4-b5fc-5b6d1791b680_hero.webp?v=1789831923",null]