[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-woordvolgorde-bij-presentatief-er":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8d35-7afa-a026-514562d280d4":553,"exercise-list-path-nl-none":576},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":550,"readyImages":552},"01a0ba4b-8d35-7afa-a026-514562d280d4","Woordvolgorde bij presentatief er","woordvolgorde-bij-presentatief-er","Plaats presentatief er correct in hoofdzin, bijzin, vraag en lijdende vorm. Oefen inversie, werkwoordcongruentie en nieuwe onderwerpen in context.","Met **presentatief er** introduceer je een persoon, zaak of gebeurtenis als nieuwe informatie: *Er staat iemand bij de balie.* De plaats van **er**, het nieuwe onderwerp en de werkwoorden verandert met het zinstype.\n\n## Er op de eerste plaats\n\nAls **er** vooraan staat, volgt de persoonsvorm direct daarna. Het nieuwe onderwerp komt na de persoonsvorm.\n\n- **Er staat** een pakket voor de deur.\n- **Er werken** twintig mensen op deze afdeling.\n- **Er gebeurde** gisteren iets onverwachts.\n\nHoewel **er** op de eerste plaats staat, bepaalt het echte onderwerp het getal van de persoonsvorm: *er staat één fiets* maar *er staan twee fietsen*.\n\n| Nieuw onderwerp | Persoonsvorm | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| enkelvoud | enkelvoud | Er **komt** een bezoeker. |\n| meervoud | meervoud | Er **komen** drie bezoekers. |\n| niemand \u002F niets | enkelvoud | Er **is** niemand thuis. |\n\n### Ontkenning en beperking\n\nOok bij ontkenning staat presentatief **er** vóór het nieuwe onderwerp. **Geen** staat binnen de onderwerpsgroep vóór het zelfstandig naamwoord; **niemand** en **niets** kunnen zelf het onderwerp zijn.\n\n- **Er is geen brood meer.** Het onderwerp is *geen brood*.\n- **Er kwam niemand opdagen.** Het onderwerp is *niemand*.\n- **Er is niets veranderd.** Het onderwerp is *niets*.\n\nWil je zeggen dat een bezoeker niet heeft betaald, dan is een natuurlijk patroon: **Er is een bezoeker die niet betaald heeft.** De ontkenning met *niet* staat hier in de betrekkelijke bijzin over die bezoeker. Vergelijk **Er heeft geen bezoeker betaald**: dan heeft niemand van de bezoekers betaald.\n\n**Er zijn er nog maar twee** drukt een beperking uit: er zijn slechts twee over. Het tweede **er** is kwantitatief en staat vóór *nog maar twee*; zie de functietabel verderop.\n\n## Een ander zinsdeel vooraan\n\nStaat tijd, plaats of een ander zinsdeel op positie één, dan komt eerst de persoonsvorm en daarna meestal **er**. Het nieuwe onderwerp volgt later.\n\n- **Morgen begint er** een nieuwe cursus.\n- **Volgende week opent er** een nieuwe vestiging.\n- **Waarschijnlijk komt er** nog een reactie.\n- **Na de pauze werden er** twee vragen gesteld.\n\nDeze volgorde volgt de hoofdzinregel: één zinsdeel vóór de persoonsvorm. **Er** staat daarna vroeg in het middenveld. Het **middenveld** is het deel tussen de persoonsvorm in een hoofdzin of het voegwoord in een bijzin en de werkwoorden achteraan. Als er geen werkwoorden achteraan staan, volgt het middenveld direct op de persoonsvorm.\n\n:::warning\nSchrijf niet *morgen er begint een cursus*. Na het vooropgeplaatste woord staat de persoonsvorm: **morgen begint er een cursus**.\n:::\n\n## In een bijzin\n\nIn een bijzin staat **er** na het voegwoord en vóór het onbepaalde onderwerp. De werkwoorden staan aan het einde.\n\n- Ik hoor **dat er iemand bij de balie wacht**.\n- We vertrekken pas **als er een taxi is gekomen**.\n- Ze vraagt **of er morgen genoeg stoelen zullen zijn**.\n- **Omdat er drie collega’s ziek zijn**, duurt het antwoord langer.\n\nKorte bijwoorden kunnen tussen er en het onderwerp staan: *omdat er waarschijnlijk niemand komt*. Houd **er** zo vroeg mogelijk in het middenveld: *omdat er gisteren niets is besloten*. In *omdat niemand er ooit komt* is **er** locatief (= daar).\n\n## Vragen met presentatief er\n\nIn een ja-neevraag begint de zin met de persoonsvorm; daarna volgt **er**.\n\n- **Is er** een probleem?\n- **Zijn er** nog plaatsen beschikbaar?\n- **Komt er** vanavond iemand langs?\n\nBij een vraagwoord staat eerst het vraagwoord, dan de persoonsvorm en daarna er.\n\n- **Waarom staat er** een rij buiten?\n- **Wanneer worden er** nieuwe data bekendgemaakt?\n- **Hoeveel mensen komen er** naar de bijeenkomst?\n\nIn de laatste vraag is *hoeveel mensen* zelf het bevraagde onderwerp en staat het vooraan; **er** blijft na de persoonsvorm staan.\n\n## Werkwoordgroepen\n\nBij een voltooide tijd of modaal werkwoord blijft de persoonsvorm op de gewone hoofdzinpositie. De overige werkwoorden staan later.\n\n- **Er is** een ongeluk **gebeurd**.\n- Morgen **zal er** iemand **bellen**.\n- **Er moeten** nog twee formulieren **worden ingevuld**.\n- Volgens de planning **zou er** vandaag een besluit **worden genomen**.\n\nLet opnieuw op congruentie: *er moet één formulier* maar *er moeten twee formulieren*.\n\n## Er in lijdende zinnen\n\nPresentatief er komt vaak voor in passieve zinnen. Daarbij introduceert het een onderwerp, zoals *een nieuwe brug*. In een passieve zin zonder onderwerp, zoals *Er wordt in de zaal gedanst*, noemen we **er** hier **onpersoonlijk er**: het introduceert geen nieuw onderwerp. De tabel toont beide gevallen.\n\n| Soort onderwerp | Persoonsvorm | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| geen onderwerp | enkelvoud | **Er wordt** in de zaal **gedanst**. |\n| enkelvoudig onderwerp | enkelvoud | **Er wordt** een nieuwe brug **gebouwd**. |\n| meervoudig onderwerp | meervoud | **Er worden** drie oude bruggen **vervangen**. |\n\nBij een onpersoonlijke lijdende vorm zonder onderwerp gebruik je enkelvoud: *er wordt gelachen*, *er is hard gewerkt*.\n\n:::example\n**Vraag:** Wat gebeurt er morgen op kantoor?\n\n**Neutrale presentatie:** *Morgen worden er twee nieuwe collega’s voorgesteld.*\n\n**Als bekende personen centraal staan:** *De twee nieuwe collega’s worden morgen voorgesteld.*\n:::\n\n## Wanneer laat je er weg?\n\nEen bepaald of al bekend onderwerp staat meestal zelf vroeg in de zin.\n\n- **Een bezoeker** wacht bij de balie. \u002F **Er** wacht een bezoeker bij de balie.\n- **De bezoeker van gisteren** wacht weer bij de balie.\n\nDe laatste zin heeft normaal geen presentatief er, omdat *de bezoeker van gisteren* al identificeerbaar is.\n\nNa een vooropgeplaatste plaatsbepaling blijft presentatief **er** in Nederlands-Nederlands meestal weg: **Bij de ingang staat een automaat.** De vorm *Bij de ingang staat er een automaat* hoor je vooral in Belgisch-Nederlands of sterk spreektalig taalgebruik.\n\n## Presentatief er en andere functies\n\nPresentatief **er** introduceert een nieuw onderwerp. Het verwijst niet naar een eerder genoemde plaats, hoeveelheid of voorzetselgroep.\n\n| Functie | Voorbeeld | Betekenis van er |\n| --- | --- | --- |\n| presentatief | Er staat een fiets voor de deur. | nieuw onderwerp wordt genoemd |\n| locatief | De fiets staat er nog. | daar, op die plaats |\n| kwantitatief | Ik heb er drie. | drie van een al genoemde soort |\n| voorzetselvoorwerp | Ik reken erop. | op een zaak of situatie |\n\nIn één zin kunnen twee vormen van **er** staan: **Er staan er nog drie.** Het eerste **er** is presentatief; het tweede is kwantitatief. Presentatief\u002Fonpersoonlijk **er** en voorzetsel-er vallen normaal samen tot één **er**: **Er wordt niet over gepraat.** Hier vervult **er** de onpersoonlijke functie en vormt het samen met *over* een voorzetselvoorwerp.\n\n## Samenvatting\n\n- Voorop staat **er + persoonsvorm + nieuw onderwerp**.\n- Na een ander eerste zinsdeel staat **persoonsvorm + er + nieuw onderwerp**.\n- In een bijzin volgt er vroeg na het voegwoord en staan de werkwoorden achteraan.\n- De persoonsvorm komt in getal overeen met het echte onderwerp, niet met er.\n- In onpersoonlijke passieven zonder onderwerp gebruik je enkelvoud: **er wordt ...**.\n- Onderscheid presentatief er van locatief, kwantitatief en voorzetsel-er.","nl","B2",157,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87d0-7265-a88b-2959d779faf7","De functies en plaats van er analyseren",false,0,6,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-5b25-781b-9434-0d4c9e6fed1a","Kernwoorden bij Woordvolgorde bij presentatief er",[26,48,57,67,86,94,103,112,124,134,145,169,186,199,221,238,249,263,274,285,296,307,318,332,346,355,364,382,395,421,438,455,468,477,486,499,512,523,532,541],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-5b25-78b3-9434-0d4c9ea085de",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":47},"01a0ba4b-d531-71e0-b92e-e22844b9dcd4","er",10,"A1","tts_78083737665d4e5d_nl-NL.mp3",[35,42],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-71f7-b413-dd0b6ef1d982","ADVERB","Onbeklemtoond woord dat verwijst naar een plaats die al bekend is.","Mijn broer woont in Utrecht en ik werk er.",true,1,{"id":43,"partOfSpeech":37,"definition":44,"exampleSentences":45,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d563-7243-b413-dd0b6fe56f42","Onbeklemtoond woord dat een nieuwe persoon of zaak in een zin met zijn introduceert.","Er is een supermarkt naast het station.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_78083737665d4e5d_nl-NL.mp3",{"id":49,"vocabularyWord":50,"displayOrder":46},"01a0ba4c-5b25-790b-9434-0d4c9f83223f",{"id":51,"word":52,"frequency":41,"level":53,"language":9,"audioFilePath":54,"partsOfSpeech":55,"audio":40,"audioUrl":56},"01a0ba4b-ddb7-7d92-958a-e3effac250fc","presentatief","C1","tts_767285004d22bea1_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_767285004d22bea1_nl-NL.mp3",{"id":58,"vocabularyWord":59,"displayOrder":66},"01a0ba4c-5b25-795b-9434-0d4ca084e62d",{"id":60,"word":61,"frequency":62,"level":10,"language":9,"audioFilePath":63,"partsOfSpeech":64,"audio":40,"audioUrl":65},"01a0ba4b-de52-7c65-9b95-44d79a09cce9","middenveld",5,"tts_57382eb8713941d1_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_57382eb8713941d1_nl-NL.mp3",4,{"id":68,"vocabularyWord":69,"displayOrder":62},"01a0ba4c-5b25-797f-9434-0d4ca169d3e5",{"id":70,"word":71,"frequency":72,"level":73,"language":9,"audioFilePath":74,"partsOfSpeech":75,"audio":40,"audioUrl":85},"01a0ba4b-dc12-70db-928d-ae0637966e26","onderwerp",9,"B1","tts_a755c216fa48bb02_nl-NL.mp3",[76,81],{"id":77,"partOfSpeech":78,"definition":79,"exampleSentences":80,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dc39-74ca-b770-f5ab922cec78","NOUN","(het; onderwerpen) zaak of thema waarover iemand spreekt, schrijft, denkt of leert.","Tijdens de vergadering kwam veiligheid als eerste onderwerp aan bod.",{"id":82,"partOfSpeech":78,"definition":83,"exampleSentences":84,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-dc39-7512-b770-f5ab930b7f28","(het; onderwerpen) zinsdeel dat aangeeft wie of wat de handeling uitvoert of in een bepaalde toestand is.","In de zin 'De kinderen spelen' is 'de kinderen' het onderwerp.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a755c216fa48bb02_nl-NL.mp3",{"id":87,"vocabularyWord":88,"displayOrder":18},"01a0ba4c-5b25-799b-9434-0d4ca2083af7",{"id":89,"word":90,"frequency":41,"level":53,"language":9,"audioFilePath":91,"partsOfSpeech":92,"audio":40,"audioUrl":93},"01a0ba4b-ddae-7c52-9bb4-f0b27b4930ec","congruentie","tts_25b6c1af0beff743_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_25b6c1af0beff743_nl-NL.mp3",{"id":95,"vocabularyWord":96,"displayOrder":99},"01a0ba4c-5b25-79db-9434-0d4ca2a06d70",{"id":97,"word":98,"frequency":99,"level":32,"language":9,"audioFilePath":100,"partsOfSpeech":101,"audio":40,"audioUrl":102},"01a0ba4b-de2c-7469-b2d1-913548d1e5ed","getal",7,"tts_7170c38c9c86a3d7_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7170c38c9c86a3d7_nl-NL.mp3",{"id":104,"vocabularyWord":105,"displayOrder":111},"01a0ba4c-5b25-7a3f-9434-0d4ca2b5acbc",{"id":106,"word":107,"frequency":46,"level":73,"language":9,"audioFilePath":108,"partsOfSpeech":109,"audio":40,"audioUrl":110},"01a0ba4b-d5ca-7ae8-84f0-aaf2b7200257","enkelvoud","tts_c73f8c1bfad2abe5_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_c73f8c1bfad2abe5_nl-NL.mp3",8,{"id":113,"vocabularyWord":114,"displayOrder":72},"01a0ba4c-5b25-7a8f-9434-0d4ca2f9844b",{"id":115,"word":116,"frequency":62,"level":117,"language":9,"audioFilePath":118,"partsOfSpeech":119,"audio":40,"audioUrl":123},"01a0ba4b-dc97-7c68-98b9-012476235590","meervoud","A2","tts_515f74ec5374e41e_nl-NL.mp3",[120],{"id":121,"partOfSpeech":78,"definition":122,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcc1-7084-990e-b37e1f95e289","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_515f74ec5374e41e_nl-NL.mp3",{"id":125,"vocabularyWord":126,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5b25-7ad7-9434-0d4ca3b62282",{"id":127,"word":128,"frequency":41,"level":73,"language":9,"audioFilePath":129,"partsOfSpeech":130,"audio":40,"audioUrl":133},"01a0ba4b-e24a-7725-afb2-a9caf17009a3","hoofdzin","tts_62f5f545fe34d0ae_nl-NL.mp3",[131],{"id":132,"partOfSpeech":78,"definition":122,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e28a-73b9-8157-291a93436927","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_62f5f545fe34d0ae_nl-NL.mp3",{"id":135,"vocabularyWord":136,"displayOrder":144},"01a0ba4c-5b25-7b1f-9434-0d4ca3bb4f05",{"id":137,"word":138,"frequency":41,"level":10,"language":9,"audioFilePath":139,"partsOfSpeech":140,"audio":40,"audioUrl":143},"01a0ba4b-dfd5-75c5-a2b6-d8fdf6c0e1ae","bijzin","tts_247d664ee90907c1_nl-NL.mp3",[141],{"id":142,"partOfSpeech":78,"definition":122,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dfea-744b-8e07-3fb48adcaf63","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_247d664ee90907c1_nl-NL.mp3",11,{"id":146,"vocabularyWord":147,"displayOrder":168},"01a0ba4c-5b25-7b67-9434-0d4ca3eaf413",{"id":148,"word":149,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":150,"partsOfSpeech":151,"audio":40,"audioUrl":167},"01a0ba4b-d79d-7992-a05f-482e3a79eb3b","zijn","tts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",[152,157,162],{"id":153,"partOfSpeech":154,"definition":155,"exampleSentences":156,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-76f3-a2d4-348800f43663","AUXILIARY_VERB","Een hulpwerkwoord waarmee je bij bepaalde werkwoorden de voltooide tijd maakt.","We zijn gisteren vroeg vertrokken.",{"id":158,"partOfSpeech":159,"definition":160,"exampleSentences":161,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-778f-a2d4-34880166a8ed","PRONOUN","Een bezittelijk woord dat aangeeft dat iets bij een mannelijke persoon of een het-woord hoort.","Joris zoekt zijn jas.",{"id":163,"partOfSpeech":164,"definition":165,"exampleSentences":166,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-7827-a2d4-348801a7c8f6","VERB","Een identiteit, eigenschap, toestand of plaats uitdrukken.","De ramen zijn open.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",12,{"id":170,"vocabularyWord":171,"displayOrder":185},"01a0ba4c-5b25-7bb7-9434-0d4ca4046b10",{"id":172,"word":173,"frequency":31,"level":73,"language":9,"audioFilePath":174,"partsOfSpeech":175,"audio":40,"audioUrl":184},"01a0ba4b-dcab-71d4-8980-d55bc3f0b0f8","worden","tts_d88d78f37049edbe_nl-NL.mp3",[176,180],{"id":177,"partOfSpeech":154,"definition":178,"exampleSentences":179,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcc2-7c21-8514-2c016b1d6bae","Vormt samen met een voltooid deelwoord een passieve zin waarin de handeling centraal staat.","De aanvragen worden binnen vijf werkdagen behandeld.",{"id":181,"partOfSpeech":164,"definition":182,"exampleSentences":183,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcc2-7c6d-8514-2c016c00f0ee","In een nieuwe toestand, functie of fase terechtkomen.","Door de extra uitleg wordt het onderwerp steeds duidelijker.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d88d78f37049edbe_nl-NL.mp3",13,{"id":187,"vocabularyWord":188,"displayOrder":198},"01a0ba4c-5b25-7c03-9434-0d4ca4448501",{"id":189,"word":190,"frequency":31,"level":73,"language":9,"audioFilePath":191,"partsOfSpeech":192,"audio":40,"audioUrl":197},"01a0ba4b-da8d-74b2-b0d4-110cfffee047","gebeuren","tts_1298d2fbd95b8b61_nl-NL.mp3",[193],{"id":194,"partOfSpeech":164,"definition":195,"exampleSentences":196,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-daaa-78ed-9fff-6f1490baad46","Plaatsvinden of werkelijkheid worden, vaak zonder dat een handelende persoon wordt genoemd.","Niemand weet precies wat er tijdens de storing is gebeurd.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1298d2fbd95b8b61_nl-NL.mp3",14,{"id":200,"vocabularyWord":201,"displayOrder":220},"01a0ba4c-5b25-7c4b-9434-0d4ca4f2d72a",{"id":202,"word":203,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":204,"partsOfSpeech":205,"audio":40,"audioUrl":219},"01a0ba4b-d711-7d14-8be8-ef138d5f2775","staan","tts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",[206,210,214],{"id":207,"partOfSpeech":164,"definition":208,"exampleSentences":209,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d753-7df0-ac34-23a0ad13a124","Rechtop zijn met de voeten of onderkant op de grond.","Er staan drie mensen bij de halte.",{"id":211,"partOfSpeech":164,"definition":212,"exampleSentences":213,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d753-7e34-ac34-23a0adb137f2","Zich op een bepaalde plaats bevinden, vooral rechtop of op een vaste basis.","De koelkast staat in de keuken.",{"id":215,"partOfSpeech":164,"definition":216,"exampleSentences":217,"isPrimary":16,"meaningOrder":218},"01a0ba4b-d753-7e74-ac34-23a0ae7e0d04","Geschreven of gedrukt te lezen zijn.","Het adres staat onderaan de brief.",3,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",15,{"id":222,"vocabularyWord":223,"displayOrder":237},"01a0ba4c-5b25-7c9b-9434-0d4ca5e7f774",{"id":224,"word":225,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":226,"partsOfSpeech":227,"audio":40,"audioUrl":236},"01a0ba4b-d55a-78c9-bc98-5b30975f6440","komen","tts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",[228,232],{"id":229,"partOfSpeech":164,"definition":230,"exampleSentences":231,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d567-72f6-aa36-e4be4babed76","Zich naar een plaats of persoon toe bewegen en daar aankomen.","De bus komt om acht uur.",{"id":233,"partOfSpeech":164,"definition":234,"exampleSentences":235,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d567-733a-aa36-e4be4c4cf665","Een bepaalde plaats als land, stad of huis als oorsprong hebben.","Mila komt uit België.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",16,{"id":239,"vocabularyWord":240,"displayOrder":248},"01a0ba4c-5b25-7cd7-9434-0d4ca681e3d7",{"id":241,"word":242,"frequency":31,"level":117,"language":9,"audioFilePath":243,"partsOfSpeech":244,"audio":40,"audioUrl":247},"01a0ba4b-e525-72de-9189-db1a30080cc3","zullen","tts_db62e1c74c948569_nl-NL.mp3",[245],{"id":246,"partOfSpeech":164,"definition":122,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e52f-7e82-b8a0-7c156399661e","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_db62e1c74c948569_nl-NL.mp3",17,{"id":250,"vocabularyWord":251,"displayOrder":262},"01a0ba4c-5b25-7d0b-9434-0d4ca69124fa",{"id":252,"word":253,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":254,"partsOfSpeech":255,"audio":40,"audioUrl":261},"01a0ba4b-d6c4-777d-967b-f5b8ec7cb5ea","moeten","tts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",[256],{"id":257,"partOfSpeech":258,"definition":259,"exampleSentences":260,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6dd-7231-8390-ca488f9638c2","MODAL_VERB","Uitdrukken dat iets noodzakelijk, verplicht of niet te vermijden is.","We moeten nu vertrekken om de trein te halen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",18,{"id":264,"vocabularyWord":265,"displayOrder":273},"01a0ba4c-5b25-7d43-9434-0d4ca6f6bd21",{"id":266,"word":267,"frequency":46,"level":73,"language":9,"audioFilePath":268,"partsOfSpeech":269,"audio":40,"audioUrl":272},"01a0ba4b-e254-7136-b146-b261444db728","ontkenning","tts_4fc3ad3f5baa2f4e_nl-NL.mp3",[270],{"id":271,"partOfSpeech":78,"definition":122,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e28b-71cc-817f-699a6aa731ab","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4fc3ad3f5baa2f4e_nl-NL.mp3",19,{"id":275,"vocabularyWord":276,"displayOrder":284},"01a0ba4c-5b25-7d73-9434-0d4ca78559f9",{"id":277,"word":278,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":279,"partsOfSpeech":280,"audio":40,"audioUrl":283},"01a0ba4b-d54a-7cc9-9867-3d87a1878435","iemand","tts_bd4936685674f6a6_nl-NL.mp3",[281],{"id":282,"partOfSpeech":159,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d565-77ec-a20d-839bb2184034","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bd4936685674f6a6_nl-NL.mp3",20,{"id":286,"vocabularyWord":287,"displayOrder":295},"01a0ba4c-5b25-7da7-9434-0d4ca7c7a2d5",{"id":288,"word":289,"frequency":72,"level":32,"language":9,"audioFilePath":290,"partsOfSpeech":291,"audio":40,"audioUrl":294},"01a0ba4b-d6cb-718a-942b-9ee78388cbcd","niemand","tts_eeb18f0784fa8c00_nl-NL.mp3",[292],{"id":293,"partOfSpeech":159,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6dd-7eb5-8390-ca48979f0539","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_eeb18f0784fa8c00_nl-NL.mp3",21,{"id":297,"vocabularyWord":298,"displayOrder":306},"01a0ba4c-5b25-7ddb-9434-0d4ca8a7f399",{"id":299,"word":300,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":301,"partsOfSpeech":302,"audio":40,"audioUrl":305},"01a0ba4b-d54b-77db-968b-6772a3c20096","iets","tts_92fbf747ddd6f084_nl-NL.mp3",[303],{"id":304,"partOfSpeech":159,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d565-7900-a20d-839bb28c8cce","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_92fbf747ddd6f084_nl-NL.mp3",22,{"id":308,"vocabularyWord":309,"displayOrder":317},"01a0ba4c-5b25-7e0b-9434-0d4ca8d0c47b",{"id":310,"word":311,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":312,"partsOfSpeech":313,"audio":40,"audioUrl":316},"01a0ba4b-d6cc-7672-a133-be23a8d9595f","niets","tts_53068665716faf0b_nl-NL.mp3",[314],{"id":315,"partOfSpeech":159,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-713f-9471-be6b2c3c9cef","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_53068665716faf0b_nl-NL.mp3",23,{"id":319,"vocabularyWord":320,"displayOrder":331},"01a0ba4c-5b25-7e37-9434-0d4ca8dc3bc8",{"id":321,"word":322,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":323,"partsOfSpeech":324,"audio":40,"audioUrl":330},"01a0ba4b-d537-7200-9238-37f6e14df4b0","geen","tts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",[325],{"id":326,"partOfSpeech":327,"definition":328,"exampleSentences":329,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-7baf-b413-dd0b7529c34e","DETERMINER","Ontkenningswoord voor een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord.","Wij hebben geen auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",24,{"id":333,"vocabularyWord":334,"displayOrder":345},"01a0ba4c-5b25-7e63-9434-0d4ca9a2ac3b",{"id":335,"word":336,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":337,"partsOfSpeech":338,"audio":40,"audioUrl":344},"01a0ba4b-d6cb-7b66-942b-9ee783ea236d","niet","tts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",[339],{"id":340,"partOfSpeech":341,"definition":342,"exampleSentences":343,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-7027-9471-be6b2be18a92","PARTICLE","Ontkenningswoord bij een werkwoord, eigenschap, plaats of bepaald zinsdeel.","Ik werk vandaag niet.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",25,{"id":347,"vocabularyWord":348,"displayOrder":354},"01a0ba4c-5b25-7e8f-9434-0d4caaa21d73",{"id":349,"word":350,"frequency":18,"level":73,"language":9,"audioFilePath":351,"partsOfSpeech":352,"audio":40,"audioUrl":353},"01a0ba4b-db2d-7726-afe2-20962305d909","beperking","tts_0b33aa89f07f2f5e_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0b33aa89f07f2f5e_nl-NL.mp3",26,{"id":356,"vocabularyWord":357,"displayOrder":363},"01a0ba4c-5b25-7eb7-9434-0d4cab9769cf",{"id":358,"word":359,"frequency":41,"level":53,"language":9,"audioFilePath":360,"partsOfSpeech":361,"audio":40,"audioUrl":362},"01a0ba4b-ddeb-72b1-be88-4e566b838f25","zinsdeel","tts_e457ba2e282236db_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e457ba2e282236db_nl-NL.mp3",27,{"id":365,"vocabularyWord":366,"displayOrder":381},"01a0ba4c-5b25-7ee7-9434-0d4cabf78b5c",{"id":367,"word":368,"frequency":31,"level":73,"language":9,"audioFilePath":369,"partsOfSpeech":370,"audio":40,"audioUrl":380},"01a0ba4b-dca5-73fc-927b-c4121d1418c4","waarschijnlijk","tts_b96e77fa3a4ee149_nl-NL.mp3",[371,376],{"id":372,"partOfSpeech":373,"definition":374,"exampleSentences":375,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcc2-7421-8514-2c0166e5fa3d","ADJECTIVE","Waarvan het aannemelijk is dat het waar is of zal gebeuren.","Een technisch probleem is de meest waarschijnlijke oorzaak van de storing.",{"id":377,"partOfSpeech":37,"definition":378,"exampleSentences":379,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcc2-746d-8514-2c0166f992b4","Naar verwachting, maar niet met volledige zekerheid.","De uitslag wordt waarschijnlijk volgende week bekendgemaakt.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b96e77fa3a4ee149_nl-NL.mp3",28,{"id":383,"vocabularyWord":384,"displayOrder":394},"01a0ba4c-5b25-7f2b-9434-0d4cacd3f595",{"id":385,"word":386,"frequency":66,"level":73,"language":9,"audioFilePath":387,"partsOfSpeech":388,"audio":40,"audioUrl":393},"01a0ba4b-d8d3-7cae-bb40-2f12149118be","voegwoord","tts_7a10b659be244111_nl-NL.mp3",[389],{"id":390,"partOfSpeech":78,"definition":391,"exampleSentences":392,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a10d6f-b5e2-7452-b2a1-e5f593251a13","Een woord dat woorden, zinsdelen of zinnen met elkaar verbindt, zoals 'en', 'maar', 'omdat' en 'als'.","'Maar' is een voegwoord dat een tegenstelling uitdrukt.\nIn deze zin ontbreekt een voegwoord, daarom klinkt hij niet goed.\nOp school leren kinderen het verschil tussen een voegwoord en een voorzetsel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7a10b659be244111_nl-NL.mp3",29,{"id":396,"vocabularyWord":397,"displayOrder":420},"01a0ba4c-5b25-7f5b-9434-0d4cacdf5c88",{"id":398,"word":399,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":400,"partsOfSpeech":401,"audio":40,"audioUrl":419},"01a0ba4b-d525-736a-b5ba-b2891c447de2","dat","tts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",[402,407,411,415],{"id":403,"partOfSpeech":404,"definition":405,"exampleSentences":406,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d561-7c53-8c67-8f0dca208b6c","CONJUNCTION","Voegwoord dat een bijzin met een mededeling of gedachte inleidt.","Ik weet dat de winkel vandaag open is.",{"id":408,"partOfSpeech":327,"definition":409,"exampleSentences":410,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d561-7c97-8c67-8f0dcab6a76a","Aanwijzend woord voor een enkelvoudig het-woord verder van de spreker.","Dat huis aan het einde van de straat is nieuw.",{"id":412,"partOfSpeech":159,"definition":413,"exampleSentences":414,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d561-7cd7-8c67-8f0dcb336235","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar iets verder weg verwijst.","Wat staat daar? Dat is een ziekenhuis.",{"id":416,"partOfSpeech":159,"definition":417,"exampleSentences":418,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d561-7d17-8c67-8f0dcbf8d715","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een enkelvoudig het-woord.","Het boek dat op tafel ligt, is van mijn zus.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",30,{"id":422,"vocabularyWord":423,"displayOrder":437},"01a0ba4c-5b25-7f8b-9434-0d4cad92b5b5",{"id":424,"word":425,"frequency":31,"level":117,"language":9,"audioFilePath":426,"partsOfSpeech":427,"audio":40,"audioUrl":436},"01a0ba4b-d7a7-781c-bb1a-ab952ed5d546","als","tts_bd30c82a09f240a6_nl-NL.mp3",[428,432],{"id":429,"partOfSpeech":404,"definition":430,"exampleSentences":431,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7e2-77cd-b8dd-70559235cdcf","Voegwoord dat een voorwaarde aangeeft.","Als het morgen regent, nemen we de bus.",{"id":433,"partOfSpeech":404,"definition":434,"exampleSentences":435,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d7e2-7871-b8dd-705592c4b955","Voegwoord dat aangeeft wanneer iets gebeurt.","Ik bel je als ik thuis ben.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bd30c82a09f240a6_nl-NL.mp3",31,{"id":439,"vocabularyWord":440,"displayOrder":454},"01a0ba4c-5b26-7018-8eac-2da14f885ce1",{"id":441,"word":442,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":443,"partsOfSpeech":444,"audio":40,"audioUrl":453},"01a0ba4b-d6cf-707c-9c55-9d6b62e4b93f","of","tts_06162fd32b9eb852_nl-NL.mp3",[445,449],{"id":446,"partOfSpeech":404,"definition":447,"exampleSentences":448,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-7677-9471-be6b2e87ecdc","Voegwoord tussen twee of meer mogelijkheden.","Wil je koffie of thee?",{"id":450,"partOfSpeech":404,"definition":451,"exampleSentences":452,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d6de-76bb-9471-be6b2f1e82da","Voegwoord dat een indirecte ja-neevraag inleidt.","Ik weet niet of de winkel open is.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_06162fd32b9eb852_nl-NL.mp3",32,{"id":456,"vocabularyWord":457,"displayOrder":467},"01a0ba4c-5b26-706c-8eac-2da14ff4e04f",{"id":458,"word":459,"frequency":31,"level":73,"language":9,"audioFilePath":460,"partsOfSpeech":461,"audio":40,"audioUrl":466},"01a0ba4b-dc0f-7197-b770-26b12f9ee54d","omdat","tts_37be780517eb3c8a_nl-NL.mp3",[462],{"id":463,"partOfSpeech":404,"definition":464,"exampleSentences":465,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dc38-7f85-bc80-8a5558087854","Leidt een bijzin in die de reden of oorzaak van iets geeft.","We nemen de trein omdat parkeren in het centrum duur is.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_37be780517eb3c8a_nl-NL.mp3",33,{"id":469,"vocabularyWord":470,"displayOrder":476},"01a0ba4c-5b26-709c-8eac-2da150731a29",{"id":471,"word":472,"frequency":41,"level":117,"language":9,"audioFilePath":473,"partsOfSpeech":474,"audio":40,"audioUrl":475},"01a0ba4b-df36-71d0-a8db-9abf42f67b76","ja-neevraag","tts_8d7a3a6fa6e4e97c_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8d7a3a6fa6e4e97c_nl-NL.mp3",34,{"id":478,"vocabularyWord":479,"displayOrder":485},"01a0ba4c-5b26-70c8-8eac-2da150e21642",{"id":480,"word":481,"frequency":46,"level":73,"language":9,"audioFilePath":482,"partsOfSpeech":483,"audio":40,"audioUrl":484},"01a0ba4b-de39-7b84-8181-f0484abce5c0","vraagwoord","tts_816af012fdf6154f_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_816af012fdf6154f_nl-NL.mp3",35,{"id":487,"vocabularyWord":488,"displayOrder":498},"01a0ba4c-5b26-70f4-8eac-2da151203366",{"id":489,"word":490,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":491,"partsOfSpeech":492,"audio":40,"audioUrl":497},"01a0ba4b-d749-76d9-9bc5-a01e7788484d","waarom","tts_049585783d1683a2_nl-NL.mp3",[493],{"id":494,"partOfSpeech":37,"definition":495,"exampleSentences":496,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d759-790c-afe6-cd9a853e39bd","Vraagwoord waarmee naar een reden wordt gevraagd.","Waarom ga je vandaag niet werken?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_049585783d1683a2_nl-NL.mp3",36,{"id":500,"vocabularyWord":501,"displayOrder":511},"01a0ba4c-5b26-7120-8eac-2da1521e675d",{"id":502,"word":503,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":504,"partsOfSpeech":505,"audio":40,"audioUrl":510},"01a0ba4b-d74a-7cfd-ac25-0b6f84879b1c","wanneer","tts_928188504ebabbd8_nl-NL.mp3",[506],{"id":507,"partOfSpeech":37,"definition":508,"exampleSentences":509,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d759-7b28-afe6-cd9a86225e31","Vraagwoord waarmee naar een tijd of moment wordt gevraagd.","Wanneer begint de les?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_928188504ebabbd8_nl-NL.mp3",37,{"id":513,"vocabularyWord":514,"displayOrder":522},"01a0ba4c-5b26-7150-8eac-2da15226031f",{"id":515,"word":516,"frequency":111,"level":117,"language":9,"audioFilePath":517,"partsOfSpeech":518,"audio":40,"audioUrl":521},"01a0ba4b-dfde-705b-87ec-0ad4a1d26d72","hoeveel","tts_959035aead21d6bf_nl-NL.mp3",[519],{"id":520,"partOfSpeech":327,"definition":122,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dfeb-72d4-bab9-7068d201d66c","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_959035aead21d6bf_nl-NL.mp3",38,{"id":524,"vocabularyWord":525,"displayOrder":531},"01a0ba4c-5b26-717c-8eac-2da152e615cf",{"id":526,"word":527,"frequency":99,"level":73,"language":9,"audioFilePath":528,"partsOfSpeech":529,"audio":40,"audioUrl":530},"01a0ba4b-ddac-7eaa-bc49-1bc505e3c4bd","passief","tts_3fc7565b77537487_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fc7565b77537487_nl-NL.mp3",39,{"id":533,"vocabularyWord":534,"displayOrder":540},"01a0ba4c-5b26-71a8-8eac-2da1530adff0",{"id":535,"word":536,"frequency":46,"level":10,"language":9,"audioFilePath":537,"partsOfSpeech":538,"audio":40,"audioUrl":539},"01a0ba4b-df44-7795-8c96-fd921dffce51","onpersoonlijk","tts_72f2ca5870c9aef0_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_72f2ca5870c9aef0_nl-NL.mp3",40,{"id":542,"vocabularyWord":543,"displayOrder":549},"01a0ba4c-5b26-7230-8eac-2da15525f2c4",{"id":544,"word":545,"frequency":46,"level":53,"language":9,"audioFilePath":546,"partsOfSpeech":547,"audio":40,"audioUrl":548},"01a0ba4b-deab-7344-9aaa-071a8afe0426","kwantitatief","tts_c0f3b2092330ad1f_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_c0f3b2092330ad1f_nl-NL.mp3",43,{"name":15,"slug":551,"language":9},"de-functies-en-plaats-van-er-analyseren-b2",[],[554,563,569],{"@id":555,"@type":556,"id":557,"grammarPage":558,"title":559,"instructions":560,"displayOrder":17,"type":561,"questionCount":220,"blankCount":284,"isCompleted":16,"ogImageUrl":562},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c731-7aff-a96a-e770167587e9","GrammarExercise","01a0ba4b-c731-7aff-a96a-e770167587e9","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d35-7afa-a026-514562d280d4","Positie, congruentie en vragen","Kies de vorm en woordvolgorde die een nieuw, onbepaald onderwerp met presentatief er introduceert.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_5862ea6c-0dd8-4892-a79d-4f2f7f550891_hero.webp?v=1789831923",{"@id":564,"@type":556,"id":565,"grammarPage":558,"title":566,"instructions":567,"displayOrder":41,"type":561,"questionCount":220,"blankCount":262,"isCompleted":16,"ogImageUrl":568},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c74e-7a64-8040-3aa67d6bc8d9","01a0ba4b-c74e-7a64-8040-3aa67d6bc8d9","Passief, weglating en functies","Kies de juiste vorm met er en bepaal wanneer er presentatief, locatief, kwantitatief of aan een voorzetsel gekoppeld is.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_0827801c-904b-4519-9d98-71b6ad4045aa_hero.webp?v=1789831923",{"@id":570,"@type":556,"id":571,"grammarPage":558,"title":572,"instructions":573,"displayOrder":46,"type":574,"questionCount":31,"blankCount":31,"isCompleted":16,"ogImageUrl":575},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c767-7ee0-80fe-811c43ceaca5","01a0ba4b-c767-7ee0-80fe-811c43ceaca5","Bouw zinnen met presentatief er","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_74c91df9-8ab1-4ef0-bc1e-4060a09e0c00_hero.webp?v=1789831923",null]