[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-zelfstandig-gebruik-van-deze-die-dit-en-dat":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8d42-71df-be56-dbd45ab0ab54":243,"exercise-list-path-nl-none":267},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":240,"readyImages":242},"01a0ba4b-8d42-71df-be56-dbd45ab0ab54","Zelfstandig gebruik van deze, die, dit en dat","zelfstandig-gebruik-van-deze-die-dit-en-dat","Leer deze, die, dit en dat zelfstandig gebruiken, verwijs correct naar de-woorden, het-woorden en meervouden en kies een natuurlijke vorm in context.","Met **zelfstandig gebruik** bedoelen we dat **deze**, **die**, **dit** of **dat** zonder zelfstandig naamwoord staat. Zo kun je iets aanwijzen of kiezen zonder het woord te herhalen.\n\nNa deze les kun je:\n\n- de juiste vorm kiezen bij een de-woord, een het-woord of een meervoud;\n- iets aanwijzen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen;\n- kiezen wanneer een persoonlijk voornaamwoord natuurlijker klinkt.\n\n## Aanwijzen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen\n\n**Deze**, **die**, **dit** en **dat** kunnen zelfstandig staan. Ze vervangen dan het lidwoord én het zelfstandig naamwoord samen, als dat al duidelijk is door de situatie of door een eerdere zin.\n\n:::example\nWelke fiets wil je? — **Deze**.\n\nWelk boek bedoel je? — **Dat**.\n\nWelke schoenen zijn van jou? — **Die**.\n:::\n\nIn de antwoorden hoef je *de fiets*, *het boek* en *de schoenen* niet te herhalen. Het aanwijzende voornaamwoord neemt hun plaats in.\n\n## De vorm blijft bij het woord passen\n\nKies de vorm alsof het zelfstandig naamwoord nog in de zin staat. Voor een enkelvoudig **de-woord** gebruik je **deze** of **die**. Voor een enkelvoudig **het-woord** gebruik je **dit** of **dat**. Bij een meervoud gebruik je altijd **deze** of **die**.\n\n| Woordsoort | Dichtbij | Verder weg | Voorbeeld zonder herhaling |\n|---|---|---|---|\n| de-woord, enkelvoud | deze | die | De rode jas? **Deze** is goedkoper. |\n| het-woord, enkelvoud | dit | dat | Het blauwe shirt? **Dat** is groter. |\n| meervoud | deze | die | De zwarte sokken? **Die** zijn schoon. |\n\nLet ook op het werkwoord. Een vervangen enkelvoud krijgt **is**; een vervangen meervoud krijgt **zijn**: *Deze is nieuw* tegenover *Deze zijn nieuw*.\n\n:::tip\nZet het zelfstandig naamwoord in gedachten terug: **deze fiets**, **dat boek**, **die schoenen**. Zo controleer je snel zowel de aanwijzende vorm als enkelvoud of meervoud.\n:::\n\n| Niet goed | Goed |\n|---|---|\n| Welk shirt? — *Die.* | Welk shirt? — **Dat.** |\n| De sokken? — *Deze is schoon.* | De sokken? — **Deze zijn schoon.** |\n| De jas? — *Dit is duur.* | De jas? — **Die is duur.** |\n\n## Dichtbij, verder weg en contrast\n\nIn een duidelijke situatie wijzen **deze** en **dit** vaak naar iets dichtbij. **Die** en **dat** wijzen vaak naar iets dat verder weg is.\n\n- Ik neem **deze** hier; jij mag die daar nemen.\n- Welke tas is van jou? — **Deze** hier is van mij, **die** daar is van jou.\n- Welke kop wil je? — **Die** naast de waterkan.\n\nDe afstand is niet altijd letterlijk. Je kunt **deze** of **dit** ook gebruiken om iets extra onder de aandacht te brengen. **Die** en **dat** klinken bij een gewone verwijzing vaak neutraler.\n\n:::example\nWe hebben twee plannen. **Dit** bespreken we nu; **dat** bewaren we voor morgen.\n:::\n\nMet **die van** of **dat van** kun je aangeven van wie iets is. Kies **die** bij een de-woord of meervoud en **dat** bij een enkelvoudig het-woord. Na **van** komt bijvoorbeeld een naam, **mij** of **jou**.\n\n- Welke tas is van jou? — **Die van mij** is rood.\n- Welk boek bedoel je? — **Dat van Sara**.\n- Welke schoenen zijn dit? — **Die van jou**.\n\n## Geen extra lidwoord bij de zelfstandige vorm\n\nEen zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord vervangt het lidwoord én het zelfstandig naamwoord samen, dus zet er geen extra lidwoord bij.\n\n| Niet goed | Goed |\n|---|---|\n| Ik neem *de deze*. | Ik neem **deze**. |\n\n## Met een voorzetsel\n\n:::note\nBij een verwijzing naar een zaak of idee gebruik je vaak **daarvan**: *Wat vind je daarvan?* Je kunt de delen ook apart zetten: *Daar weet ik niets van.* Woorden zoals **daarvan** heten voornaamwoordelijke bijwoorden. Meer hierover leer je in de aparte les over voornaamwoordelijke bijwoorden.\n:::\n\n## Dit en dat voor een situatie of idee\n\n**Dit** en **dat** kunnen ook verwijzen naar een hele situatie, mededeling of idee. Er is dan geen specifiek de-woord of het-woord dat de vorm bepaalt.\n\n- De trein heeft vertraging. **Dat** is vervelend.\n- We gaan volgende week verhuizen. **Dat** wist ik nog niet.\n- Luister goed: **dit** is belangrijk.\n- Eerst maken we een planning. **Dat** helpt ons later.\n\n**Dit** kan een nieuw onderwerp dichtbij halen; **dat** verwijst vaak terug naar wat net gezegd is. Je kunt ze ook gebruiken om twee ideeën te vergelijken: *Dit vind ik goed, dat niet.*\n\n:::note\nBij een introductie gebruik je vaak **dit** of **dat** met *zijn*: *Dit is Sara*, *Dat is mijn docent* en *Dit zijn mijn buren*. Daarna kun je met **hij**, **zij**, **ze** of **die** naar een zojuist genoemde persoon verwijzen. **Die** is daarbij heel gewoon en neutraal.\n\n✓ Natuurlijk: *Dit is Sara. Zij werkt hier al drie jaar.*\n\n✓ Ook natuurlijk: *Ken je Sara? Die werkt hier al drie jaar.*\n\nAls je een aanwezige persoon direct aanwijst met **deze**, kan dat afstandelijk of onbeleefd klinken. Gebruik dan liever de naam: *Sara helpt je verder.*\n:::\n\n## Wanneer een persoonlijk voornaamwoord natuurlijker is\n\nAls je niet meer aanwijst of kiest, klinkt een persoonlijk voornaamwoord vaak natuurlijker dan **deze**. Ook **die** is heel gewoon als je terugverwijst naar een eerder genoemd de-woord.\n\n:::example\n✓ Natuurlijk: Ik heb **de fiets** gisteren gekocht. **Hij** rijdt heel goed.\n\n✓ Ook natuurlijk: Ik heb een nieuwe **fiets**. **Die** rijdt heel goed.\n\nMinder natuurlijk zonder contrast: Ik heb de fiets gisteren gekocht. **Deze** rijdt heel goed.\n:::\n\nDe versie met **deze** is mogelijk als je de fiets met een andere fiets vergelijkt of er extra aandacht op wilt vestigen. Zonder die nadruk klinken **hij** en **die** natuurlijker. **Die** verwijst hier neutraal terug naar de fiets; de fiets hoeft dus niet verder weg te staan.\n\n## Kort samengevat\n\n- Zelfstandige **deze**, **die**, **dit** en **dat** vervangen een zelfstandig naamwoord.\n- Kies **deze\u002Fdie** bij een de-woord en bij een meervoud, en **dit\u002Fdat** bij een enkelvoudig het-woord.\n- **Deze\u002Fdit** wijzen vaak dichtbij; **die\u002Fdat** vaak verder weg of neutraler.\n- Voeg geen lidwoord toe wanneer de aanwijzende vorm al zelfstandig staat.\n- **Dit** en **dat** kunnen ook naar een hele situatie of een idee verwijzen.\n- Bij een gewone terugverwijzing kun je een persoonlijk voornaamwoord gebruiken; ook **die** is natuurlijk bij een eerder genoemde persoon of zaak met een de-woord.","nl","A2",59,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87b7-7b14-98d1-5c54089b2cc2","Verwijzen zonder onnodige herhaling",false,0,16,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-5b37-7e59-9056-955c7af2390f","Zelfstandig aanwijzen en kiezen",[26,48,69,86,112,123,137,151,163,173,183,193,206,223],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-5b37-7ee5-9056-955c7bdbd6e2",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":47},"01a0ba4b-d527-7788-8d1c-437c0e1bb664","deze",10,"A1","tts_f303d29c5bba3ff7_nl-NL.mp3",[35,42],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-70c4-9b4b-5e879c7f0234","DETERMINER","Aanwijzend woord voor een de-woord dichtbij de spreker.","Deze stoel hier is vrij.",true,1,{"id":43,"partOfSpeech":44,"definition":45,"exampleSentences":46,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7110-9b4b-5e879c88c85c","PRONOUN","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar een nabij de-woord of meervoud verwijst.","Welke jas wil je? Deze is mooi.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f303d29c5bba3ff7_nl-NL.mp3",{"id":49,"vocabularyWord":50,"displayOrder":63},"01a0ba4c-5b37-7f39-9056-955c7c063707",{"id":51,"word":52,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":53,"partsOfSpeech":54,"audio":40,"audioUrl":68},"01a0ba4b-d528-730b-8a89-68ee898c3695","die","tts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",[55,59,64],{"id":56,"partOfSpeech":44,"definition":57,"exampleSentences":58,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7268-9b4b-5e879da0f218","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar een verder weg gelegen de-woord of meervoud verwijst.","Ik wil niet deze appels, maar die.",{"id":60,"partOfSpeech":44,"definition":61,"exampleSentences":62,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d562-72a8-9b4b-5e879dfeefdc","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een de-woord of meervoud.","De vrouw die naast ons woont, werkt in het ziekenhuis.",2,{"id":65,"partOfSpeech":37,"definition":66,"exampleSentences":67,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7224-9b4b-5e879cedc960","Aanwijzend woord voor een de-woord verder van de spreker.","Die vrouw aan de overkant is mijn moeder.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",{"id":70,"vocabularyWord":71,"displayOrder":85},"01a0ba4c-5b37-7f7d-9056-955c7cdf004b",{"id":72,"word":73,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":74,"partsOfSpeech":75,"audio":40,"audioUrl":84},"01a0ba4b-d528-7eb3-8a89-68ee89eeda96","dit","tts_8a104071ba6ab5f4_nl-NL.mp3",[76,80],{"id":77,"partOfSpeech":37,"definition":78,"exampleSentences":79,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-73e4-9b4b-5e879e593d79","Aanwijzend woord voor een enkelvoudig het-woord dichtbij de spreker.","Dit boek hier is van mijn zus.",{"id":81,"partOfSpeech":44,"definition":82,"exampleSentences":83,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7428-9b4b-5e879f11b094","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar iets dichtbij verwijst.","Wat is dit op de tafel?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8a104071ba6ab5f4_nl-NL.mp3",3,{"id":87,"vocabularyWord":88,"displayOrder":111},"01a0ba4c-5b38-701d-9067-2d594dd84f71",{"id":89,"word":90,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":91,"partsOfSpeech":92,"audio":40,"audioUrl":110},"01a0ba4b-d525-736a-b5ba-b2891c447de2","dat","tts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",[93,98,102,106],{"id":94,"partOfSpeech":95,"definition":96,"exampleSentences":97,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d561-7c53-8c67-8f0dca208b6c","CONJUNCTION","Voegwoord dat een bijzin met een mededeling of gedachte inleidt.","Ik weet dat de winkel vandaag open is.",{"id":99,"partOfSpeech":37,"definition":100,"exampleSentences":101,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d561-7c97-8c67-8f0dcab6a76a","Aanwijzend woord voor een enkelvoudig het-woord verder van de spreker.","Dat huis aan het einde van de straat is nieuw.",{"id":103,"partOfSpeech":44,"definition":104,"exampleSentences":105,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d561-7cd7-8c67-8f0dcb336235","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar iets verder weg verwijst.","Wat staat daar? Dat is een ziekenhuis.",{"id":107,"partOfSpeech":44,"definition":108,"exampleSentences":109,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d561-7d17-8c67-8f0dcbf8d715","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een enkelvoudig het-woord.","Het boek dat op tafel ligt, is van mijn zus.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",4,{"id":113,"vocabularyWord":114,"displayOrder":122},"01a0ba4c-5b38-7061-9067-2d594e17f53a",{"id":115,"word":116,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":117,"partsOfSpeech":118,"audio":40,"audioUrl":121},"01a0ba4b-d751-7118-bc71-aae33ca2b7cb","welke","tts_3dcae6d93053773d_nl-NL.mp3",[119],{"id":120,"partOfSpeech":37,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d75a-7625-a2c4-a98ba265f5f6","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3dcae6d93053773d_nl-NL.mp3",5,{"id":124,"vocabularyWord":125,"displayOrder":136},"01a0ba4c-5b38-709d-9067-2d594edab465",{"id":126,"word":127,"frequency":128,"level":32,"language":9,"audioFilePath":129,"partsOfSpeech":130,"audio":40,"audioUrl":135},"01a0ba4b-d750-74f6-90f4-42b9e500b9fd","welk",9,"tts_9dd56813404a3b92_nl-NL.mp3",[131],{"id":132,"partOfSpeech":37,"definition":133,"exampleSentences":134,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d75a-7515-a2c4-a98ba23e3b28","Vraagwoord bij een zelfstandig naamwoord waarmee uit mogelijkheden wordt gekozen.","Welk boek wil je lezen?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9dd56813404a3b92_nl-NL.mp3",6,{"id":138,"vocabularyWord":139,"displayOrder":150},"01a0ba4c-5b38-70dd-9067-2d594f75f374",{"id":140,"word":141,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":142,"partsOfSpeech":143,"audio":40,"audioUrl":149},"01a0ba4b-d544-7227-a3c9-09e728360a45","hier","tts_79998145c94116eb_nl-NL.mp3",[144],{"id":145,"partOfSpeech":146,"definition":147,"exampleSentences":148,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d564-7dff-97f9-ade233e8dec3","ADVERB","Op deze plaats, dicht bij de spreker.","Kom hier naast mij zitten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_79998145c94116eb_nl-NL.mp3",7,{"id":152,"vocabularyWord":153,"displayOrder":162},"01a0ba4c-5b38-7119-9067-2d59505aa6db",{"id":154,"word":155,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":156,"partsOfSpeech":157,"audio":40,"audioUrl":161},"01a0ba4b-dfd8-70e2-93ae-46736b48d59b","daar","tts_1d07251c67994d61_nl-NL.mp3",[158],{"id":159,"partOfSpeech":146,"definition":160,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dfea-78b3-8e07-3fb48c7d9503","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1d07251c67994d61_nl-NL.mp3",8,{"id":164,"vocabularyWord":165,"displayOrder":128},"01a0ba4c-5b38-7159-9067-2d595117c02d",{"id":166,"word":167,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":168,"partsOfSpeech":169,"audio":40,"audioUrl":172},"01a0ba4b-d5be-7420-bbeb-6e45582ce5a6","mij","tts_25694a454c326dc9_nl-NL.mp3",[170],{"id":171,"partOfSpeech":44,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fd-7207-b5de-b23baf9a1a2f","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_25694a454c326dc9_nl-NL.mp3",{"id":174,"vocabularyWord":175,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5b38-71b1-9067-2d5951861d5b",{"id":176,"word":177,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":178,"partsOfSpeech":179,"audio":40,"audioUrl":182},"01a0ba4b-d551-7da5-b7e8-5cd2de750bc3","jou","tts_36b5ab76083b5eca_nl-NL.mp3",[180],{"id":181,"partOfSpeech":44,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d566-72d8-bc36-e922a58fcf3a","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_36b5ab76083b5eca_nl-NL.mp3",{"id":184,"vocabularyWord":185,"displayOrder":192},"01a0ba4c-5b38-71f1-9067-2d5951d96a91",{"id":186,"word":187,"frequency":150,"level":188,"language":9,"audioFilePath":189,"partsOfSpeech":190,"audio":40,"audioUrl":191},"01a0ba4b-d86d-7dd6-a210-d9f3e238858a","daarvan","B1","tts_fdcb5c16bd8015fe_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fdcb5c16bd8015fe_nl-NL.mp3",11,{"id":194,"vocabularyWord":195,"displayOrder":205},"01a0ba4c-5b38-7231-9067-2d5951e6bb8f",{"id":196,"word":197,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":198,"partsOfSpeech":199,"audio":40,"audioUrl":204},"01a0ba4b-d544-7ec3-a3c9-09e7287b5df9","hij","tts_a54c9fcbd1b7ff9e_nl-NL.mp3",[200],{"id":201,"partOfSpeech":44,"definition":202,"exampleSentences":203,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d564-7f13-97f9-ade23479d0a2","Persoonlijk voornaamwoord voor een man of jongen over wie wordt gesproken.","Mijn vader kookt vaak en hij maakt lekkere soep.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a54c9fcbd1b7ff9e_nl-NL.mp3",12,{"id":207,"vocabularyWord":208,"displayOrder":222},"01a0ba4c-5b38-7285-9067-2d595237c66b",{"id":209,"word":210,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":211,"partsOfSpeech":212,"audio":40,"audioUrl":221},"01a0ba4b-d79c-7ec1-b129-d0c64e2abf36","zij","tts_578c81f0f6e244b3_nl-NL.mp3",[213,217],{"id":214,"partOfSpeech":44,"definition":215,"exampleSentences":216,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-739b-a2d4-34880087d46f","Beklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor een vrouw of meisje over wie wordt gesproken.","Niet haar broer, maar zij betaalt de rekening.",{"id":218,"partOfSpeech":44,"definition":219,"exampleSentences":220,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d7df-7437-a2d4-348800b20006","Beklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor meerdere mensen, dieren of dingen.","Zij gaan met de trein en wij nemen de bus.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_578c81f0f6e244b3_nl-NL.mp3",13,{"id":224,"vocabularyWord":225,"displayOrder":239},"01a0ba4c-5b38-72c1-9067-2d5952bfe3b4",{"id":226,"word":227,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":228,"partsOfSpeech":229,"audio":40,"audioUrl":238},"01a0ba4b-d799-7662-a10f-d484ab248a91","ze","tts_3fffc0fa9facbfc3_nl-NL.mp3",[230,234],{"id":231,"partOfSpeech":44,"definition":232,"exampleSentences":233,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7de-7614-b35c-f80d6385ad97","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor een vrouw of meisje over wie wordt gesproken.","Lisa komt straks; ze is nu nog op haar werk.",{"id":235,"partOfSpeech":44,"definition":236,"exampleSentences":237,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d7de-7694-b35c-f80d6388381f","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor meerdere mensen, dieren of dingen.","De kinderen zijn buiten en ze spelen in de tuin.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fffc0fa9facbfc3_nl-NL.mp3",14,{"name":15,"slug":241,"language":9},"verwijzen-zonder-onnodige-herhaling-a2",[],[244,254,260],{"@id":245,"@type":246,"id":247,"grammarPage":248,"title":249,"instructions":250,"displayOrder":17,"type":251,"questionCount":252,"blankCount":252,"isCompleted":16,"ogImageUrl":253},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c7b2-7763-ae19-20dc4b172c06","GrammarExercise","01a0ba4b-c7b2-7763-ae19-20dc4b172c06","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d42-71df-be56-dbd45ab0ab54","Dichtbij, verder weg en getal","Kies de zelfstandige aanwijzende vorm die bij het bekende woord en de afstand past.","word_select",15,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_58b55c09-1ef7-416d-9335-ed08392c9df7_hero.webp?v=1789831923",{"@id":255,"@type":246,"id":256,"grammarPage":248,"title":257,"instructions":258,"displayOrder":41,"type":251,"questionCount":252,"blankCount":252,"isCompleted":16,"ogImageUrl":259},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c7cb-7424-a9a9-fb4885e95aae","01a0ba4b-c7cb-7424-a9a9-fb4885e95aae","Kiezen en naar situaties verwijzen","Kies de natuurlijke zelfstandige vorm zonder onnodige herhaling.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_546fb8aa-00d5-4842-986b-907c087ef757_hero.webp?v=1789831923",{"@id":261,"@type":246,"id":262,"grammarPage":248,"title":263,"instructions":264,"displayOrder":111,"type":265,"questionCount":111,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":266},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c7e9-7829-9aa8-213fae09b1f5","01a0ba4b-c7e9-7829-9aa8-213fae09b1f5","Zelfstandig gebruik van deze, die, dit en dat - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_117cc847-2036-4313-8ed9-45b8ab36f0c6_hero.webp?v=1789831923",null]