[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-topic-hubs-nl":3,"grammar-pages-nl":4,"grammar-page-nl-zitten-staan-liggen-en-lopen-te":1297,"grammar-lesson-path-nl-zitten-staan-liggen-en-lopen-te-infinitieven-met-te-a2":1434,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651":1492,"grammar-quick-check-01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651":1511,"grammar-lesson-body-01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651-3xo1fyu4uh":1533},[],[5,12,17,22,27,32,37,42,47,52,57,62,67,72,77,82,87,92,97,102,107,112,117,122,127,132,137,142,147,152,157,162,167,172,177,182,187,192,197,202,207,212,217,222,227,233,238,243,248,253,258,263,268,273,278,283,288,293,298,303,308,313,318,323,328,333,338,343,348,353,358,363,368,373,378,383,388,393,398,403,408,413,418,423,428,433,438,443,448,453,458,463,468,473,478,483,488,494,499,504,509,514,519,524,529,534,539,544,549,554,559,564,569,574,579,584,589,594,599,604,609,614,619,624,629,634,639,644,649,654,659,664,669,674,679,684,689,694,699,704,709,714,719,724,729,734,739,744,750,755,760,765,770,775,780,785,790,795,800,805,810,815,820,825,830,835,840,845,850,855,860,865,870,875,880,885,890,895,900,905,910,915,920,925,930,935,940,945,950,955,960,965,970,975,980,986,991,996,1001,1006,1011,1016,1021,1026,1031,1036,1041,1046,1051,1056,1061,1066,1071,1076,1081,1086,1091,1096,1101,1106,1111,1116,1121,1126,1131,1136,1141,1146,1151,1156,1162,1167,1172,1177,1182,1187,1192,1197,1202,1207,1212,1217,1222,1227,1232,1237,1242,1247,1252,1257,1262,1267,1272,1277,1282,1287,1292],{"id":6,"title":7,"slug":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11},"01a0ba4b-8a31-78d2-bfe8-93cda5da555e","Het Nederlandse alfabet","het-nederlandse-alfabet","nl","A1",1,{"id":13,"title":14,"slug":15,"language":9,"level":10,"displayOrder":16},"01a0ba4b-8b04-72cb-8dcd-87e3496aa32c","Letters benoemen en woorden spellen","letters-benoemen-en-woorden-spellen",2,{"id":18,"title":19,"slug":20,"language":9,"level":10,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8ae8-729b-8783-55b9aacfce21","Korte en lange klinkers horen","korte-en-lange-klinkers-horen",3,{"id":23,"title":24,"slug":25,"language":9,"level":10,"displayOrder":26},"01a0ba4b-8b87-73a9-9518-4d17aa721080","Open en gesloten lettergrepen","open-en-gesloten-lettergrepen",4,{"id":28,"title":29,"slug":30,"language":9,"level":10,"displayOrder":31},"01a0ba4b-891d-7a3f-adbd-527b99c8ed2c","De klanken ij en ei","de-klanken-ij-en-ei",5,{"id":33,"title":34,"slug":35,"language":9,"level":10,"displayOrder":36},"01a0ba4b-8918-783b-9bd7-01ae7a0889dd","De klanken au en ou","de-klanken-au-en-ou",6,{"id":38,"title":39,"slug":40,"language":9,"level":10,"displayOrder":41},"01a0ba4b-8922-78d7-ba25-82e8471e0365","De klanken ui, eu en oe","de-klanken-ui-eu-en-oe",7,{"id":43,"title":44,"slug":45,"language":9,"level":10,"displayOrder":46},"01a0ba4b-89e2-7a23-a9f4-c2593f46a63b","G, ch, sch, ng en nk uitspreken","g-ch-sch-ng-en-nk-uitspreken",8,{"id":48,"title":49,"slug":50,"language":9,"level":10,"displayOrder":51},"01a0ba4b-8d30-78ab-bd02-60732d19d41d","Woordklemtoon en de stomme e","woordklemtoon-en-de-stomme-e",9,{"id":53,"title":54,"slug":55,"language":9,"level":10,"displayOrder":56},"01a0ba4b-8a7b-767e-97a4-08589a7a5ae5","Hoofdletters en de schrijfwijze van IJ","hoofdletters-en-de-schrijfwijze-van-ij",10,{"id":58,"title":59,"slug":60,"language":9,"level":10,"displayOrder":61},"01a0ba4b-890b-7329-92dd-1df1cd56fd40","De en het bij zelfstandige naamwoorden","de-en-het-bij-zelfstandige-naamwoorden",11,{"id":63,"title":64,"slug":65,"language":9,"level":10,"displayOrder":66},"01a0ba4b-8a38-7302-b15f-d5d26e4b4916","Het onbepaalde lidwoord een","het-onbepaalde-lidwoord-een",12,{"id":68,"title":69,"slug":70,"language":9,"level":10,"displayOrder":71},"01a0ba4b-8b1b-7228-af8c-17ac0c446c30","Meervouden op -en","meervouden-op-en",13,{"id":73,"title":74,"slug":75,"language":9,"level":10,"displayOrder":76},"01a0ba4b-8b1f-7950-964b-a1ad404c15ac","Meervouden op -s en 's","meervouden-op-s-en-apostrof-s",14,{"id":78,"title":79,"slug":80,"language":9,"level":10,"displayOrder":81},"01a0ba4b-8c6d-7dc6-ab35-16bde85f631d","Veelvoorkomende onregelmatige meervouden","veelvoorkomende-onregelmatige-meervouden",15,{"id":83,"title":84,"slug":85,"language":9,"level":10,"displayOrder":86},"01a0ba4b-899d-7be4-b614-20975395e6f8","Eenvoudige verkleinwoorden met -je en -tje","eenvoudige-verkleinwoorden-met-je-en-tje",16,{"id":88,"title":89,"slug":90,"language":9,"level":10,"displayOrder":91},"01a0ba4b-8ba9-7b56-ad6e-036c0afd83a6","Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp","persoonlijke-voornaamwoorden-als-onderwerp",17,{"id":93,"title":94,"slug":95,"language":9,"level":10,"displayOrder":96},"01a0ba4b-8ad3-74cd-af06-d68b55f58b83","Je, jij en u aanspreken","je-jij-en-u-aanspreken",18,{"id":98,"title":99,"slug":100,"language":9,"level":10,"displayOrder":101},"01a0ba4b-8871-709b-928b-2f78426a482b","Beklemtoonde en onbeklemtoonde onderwerpsvormen","beklemtoonde-en-onbeklemtoonde-onderwerpsvormen",19,{"id":103,"title":104,"slug":105,"language":9,"level":10,"displayOrder":106},"01a0ba4b-88ab-7903-8f1e-98e859066901","Bezittelijke voornaamwoorden bij een naamwoord","bezittelijke-voornaamwoorden-bij-een-naamwoord",20,{"id":108,"title":109,"slug":110,"language":9,"level":10,"displayOrder":111},"01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d","Deze, die, dit en dat aanwijzen","deze-die-dit-en-dat-aanwijzen",21,{"id":113,"title":114,"slug":115,"language":9,"level":10,"displayOrder":116},"01a0ba4b-8a60-7e86-a650-0d62eb903ae0","Het werkwoord zijn in de tegenwoordige tijd","het-werkwoord-zijn-in-de-tegenwoordige-tijd",22,{"id":118,"title":119,"slug":120,"language":9,"level":10,"displayOrder":121},"01a0ba4b-8a5b-7dc3-86a1-3dd4b376b037","Het werkwoord hebben in de tegenwoordige tijd","het-werkwoord-hebben-in-de-tegenwoordige-tijd",23,{"id":123,"title":124,"slug":125,"language":9,"level":10,"displayOrder":126},"01a0ba4b-8bcf-7b17-96b3-3d0ce096e3b3","Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd","regelmatige-werkwoorden-in-de-tegenwoordige-tijd",24,{"id":128,"title":129,"slug":130,"language":9,"level":10,"displayOrder":131},"01a0ba4b-8947-715c-b329-ba58ae5c2e6a","De stam van een werkwoord vinden","de-stam-van-een-werkwoord-vinden",25,{"id":133,"title":134,"slug":135,"language":9,"level":10,"displayOrder":136},"01a0ba4b-8d2b-7ab4-a05a-88f55a28337a","Werkwoordsvormen met -t en -d","werkwoordsvormen-met-t-en-d",26,{"id":138,"title":139,"slug":140,"language":9,"level":10,"displayOrder":141},"01a0ba4b-8c68-76e3-a5db-16b498338566","Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden","veelgebruikte-onregelmatige-werkwoorden",27,{"id":143,"title":144,"slug":145,"language":9,"level":10,"displayOrder":146},"01a0ba4b-8bfb-7e0d-a8c9-89fe0e425bb7","Scheidbare werkwoorden in de tegenwoordige tijd","scheidbare-werkwoorden-in-de-tegenwoordige-tijd",28,{"id":148,"title":149,"slug":150,"language":9,"level":10,"displayOrder":151},"01a0ba4b-8aec-7d1b-a60f-0ea502ac8c5f","Kunnen, willen, moeten en mogen","kunnen-willen-moeten-en-mogen",29,{"id":153,"title":154,"slug":155,"language":9,"level":10,"displayOrder":156},"01a0ba4b-890f-7513-8d49-b9ada6efdd88","De gebiedende wijs","de-gebiedende-wijs",30,{"id":158,"title":159,"slug":160,"language":9,"level":10,"displayOrder":161},"01a0ba4b-8907-743c-ab57-f49c1cf61cd6","De basisvolgorde van een mededelende zin","de-basisvolgorde-van-een-mededelende-zin",31,{"id":163,"title":164,"slug":165,"language":9,"level":10,"displayOrder":166},"01a0ba4b-8937-790e-a6db-12de4f293c3d","De persoonsvorm op de tweede plaats","de-persoonsvorm-op-de-tweede-plaats",32,{"id":168,"title":169,"slug":170,"language":9,"level":10,"displayOrder":171},"01a0ba4b-8ac7-7991-bf26-9b9c72431320","Inversie na tijd en plaats","inversie-na-tijd-en-plaats",33,{"id":173,"title":174,"slug":175,"language":9,"level":10,"displayOrder":176},"01a0ba4b-8a65-7bbb-93b3-3ca1c28a457f","Het zinskader met twee werkwoorden","het-zinskader-met-twee-werkwoorden",34,{"id":178,"title":179,"slug":180,"language":9,"level":10,"displayOrder":181},"01a0ba4b-8acd-7570-ba56-88ce04558280","Ja-neevragen met inversie","ja-neevragen-met-inversie",35,{"id":183,"title":184,"slug":185,"language":9,"level":10,"displayOrder":186},"01a0ba4b-8cde-7300-830a-aa5794a4dc20","Vraagwoorden in eenvoudige vragen","vraagwoorden-in-eenvoudige-vragen",36,{"id":188,"title":189,"slug":190,"language":9,"level":10,"displayOrder":191},"01a0ba4b-8b7d-745f-abca-1a13bfda9be3","Ontkennen met niet","ontkennen-met-niet",37,{"id":193,"title":194,"slug":195,"language":9,"level":10,"displayOrder":196},"01a0ba4b-8b78-7858-b993-9170c8518752","Ontkennen met geen","ontkennen-met-geen",38,{"id":198,"title":199,"slug":200,"language":9,"level":10,"displayOrder":201},"01a0ba4b-88bf-7ea7-a50c-7274f39cbba0","Bijvoeglijke naamwoorden en de uitzondering bij een het-woord","bijvoeglijke-naamwoorden-en-de-uitzondering-bij-een-het-woord",39,{"id":203,"title":204,"slug":205,"language":9,"level":10,"displayOrder":206},"01a0ba4b-8867-7609-97d9-66b3d8eed485","Basisvoorzetsels van plaats en tijd","basisvoorzetsels-van-plaats-en-tijd",40,{"id":208,"title":209,"slug":210,"language":9,"level":10,"displayOrder":211},"01a0ba4b-8a88-7021-be52-48e4aab7ee50","Hoofdtelwoorden en aantallen","hoofdtelwoorden-en-aantallen",41,{"id":213,"title":214,"slug":215,"language":9,"level":10,"displayOrder":216},"01a0ba4b-8bbf-79ca-8709-d00ebc26530e","Rangtelwoorden en datums","rangtelwoorden-en-datums",42,{"id":218,"title":219,"slug":220,"language":9,"level":10,"displayOrder":221},"01a0ba4b-89c8-7d1c-a51c-a16727d1c740","Er is en er zijn","er-is-en-er-zijn",43,{"id":223,"title":224,"slug":225,"language":9,"level":10,"displayOrder":226},"01a0ba4b-8a8d-79ca-af90-3ef40cd6857a","Hoofdzinnen verbinden met en, maar en of","hoofdzinnen-verbinden-met-en-maar-en-of",44,{"id":228,"title":229,"slug":230,"language":9,"level":231,"displayOrder":232},"01a0ba4b-8a56-7bb1-8e39-141f60acfad3","Het trema bij botsende klinkers","het-trema-bij-botsende-klinkers","A2",45,{"id":234,"title":235,"slug":236,"language":9,"level":231,"displayOrder":237},"01a0ba4b-883b-76c5-9773-3f9bccb7952d","Accenten voor nadruk en uitspraak","accenten-voor-nadruk-en-uitspraak",46,{"id":239,"title":240,"slug":241,"language":9,"level":231,"displayOrder":242},"01a0ba4b-8a9b-706a-b8a6-c298fdf7678a","IJ of ei en au of ou spellen","ij-of-ei-en-au-of-ou-spellen",47,{"id":244,"title":245,"slug":246,"language":9,"level":231,"displayOrder":247},"01a0ba4b-89a2-7ab9-b882-800075e3ebda","Eindklanken en wisselingen tussen d en t, v en f, z en s","eindklanken-en-wisselingen-tussen-d-t-v-f-z-s",48,{"id":249,"title":250,"slug":251,"language":9,"level":231,"displayOrder":252},"01a0ba4b-8ade-76ea-98a6-573794366d51","Klinker- en medeklinkerspelling in meervouden","klinker-en-medeklinkerspelling-in-meervouden",49,{"id":254,"title":255,"slug":256,"language":9,"level":231,"displayOrder":257},"01a0ba4b-8c84-7a25-bf31-1ef3e140aa1c","Verkleinwoorden op -je, -tje, -pje, -etje en -kje","verkleinwoorden-op-je-tje-pje-etje-en-kje",50,{"id":259,"title":260,"slug":261,"language":9,"level":231,"displayOrder":262},"01a0ba4b-8c05-77e1-acf4-9db934d69ec5","Spelling van verkleinwoorden na klinkers","spelling-van-verkleinwoorden-na-klinkers",51,{"id":264,"title":265,"slug":266,"language":9,"level":231,"displayOrder":267},"01a0ba4b-8beb-7df2-870b-08702c72fb43","Samenstellingen en tussenletters","samenstellingen-en-tussenletters",52,{"id":269,"title":270,"slug":271,"language":9,"level":231,"displayOrder":272},"01a0ba4b-8b46-7183-b8ae-e8b35b9b856b","Natuurlijk geslacht bij personen en dieren","natuurlijk-geslacht-bij-personen-en-dieren",53,{"id":274,"title":275,"slug":276,"language":9,"level":231,"displayOrder":277},"01a0ba4b-8ce9-79fd-baa9-db2e0cfebf68","Wanneer een lidwoord wegblijft","wanneer-een-lidwoord-wegblijft",54,{"id":279,"title":280,"slug":281,"language":9,"level":231,"displayOrder":282},"01a0ba4b-8ba4-7bf2-8240-894d40b179fa","Persoonlijke voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp","persoonlijke-voornaamwoorden-als-lijdend-en-meewerkend-voorwerp",55,{"id":284,"title":285,"slug":286,"language":9,"level":231,"displayOrder":287},"01a0ba4b-8d00-7c9f-b91d-b3f67e369916","Wederkerende voornaamwoorden bij dagelijkse handelingen","wederkerende-voornaamwoorden-bij-dagelijkse-handelingen",56,{"id":289,"title":290,"slug":291,"language":9,"level":231,"displayOrder":292},"01a0ba4b-89a7-7961-a088-0a996d2d0453","Elkaar als wederkerig voornaamwoord","elkaar-als-wederkerig-voornaamwoord",57,{"id":294,"title":295,"slug":296,"language":9,"level":231,"displayOrder":297},"01a0ba4b-8a96-78c9-b1c5-55d9df049328","Iemand, niemand, iets en niets","iemand-niemand-iets-en-niets",58,{"id":299,"title":300,"slug":301,"language":9,"level":231,"displayOrder":302},"01a0ba4b-8d42-71df-be56-dbd45ab0ab54","Zelfstandig gebruik van deze, die, dit en dat","zelfstandig-gebruik-van-deze-die-dit-en-dat",59,{"id":304,"title":305,"slug":306,"language":9,"level":231,"displayOrder":307},"01a0ba4b-8d4e-7ce5-afab-039fc2d6502d","Zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden","zelfstandige-bezittelijke-voornaamwoorden",60,{"id":309,"title":310,"slug":311,"language":9,"level":231,"displayOrder":312},"01a0ba4b-89be-7a87-821b-bf950f76af86","Er als aanduiding van een plaats","er-als-aanduiding-van-een-plaats",61,{"id":314,"title":315,"slug":316,"language":9,"level":231,"displayOrder":317},"01a0ba4b-8bf6-7bcd-aa24-327a31370122","Scheidbare en onscheidbare werkwoorden herkennen","scheidbare-en-onscheidbare-werkwoorden-herkennen",62,{"id":319,"title":320,"slug":321,"language":9,"level":231,"displayOrder":322},"01a0ba4b-8b5f-7453-aab4-af4105a9563b","Onbeklemtoonde voorvoegsels be-, ge-, her-, ont- en ver-","onbeklemtoonde-voorvoegsels-be-ge-her-ont-en-ver",63,{"id":324,"title":325,"slug":326,"language":9,"level":231,"displayOrder":327},"01a0ba4b-8a42-7372-b201-afb513dfd163","Het perfectum met hebben","het-perfectum-met-hebben",64,{"id":329,"title":330,"slug":331,"language":9,"level":231,"displayOrder":332},"01a0ba4b-8a47-79e1-9e1a-1500b1c262d3","Het perfectum met zijn","het-perfectum-met-zijn",65,{"id":334,"title":335,"slug":336,"language":9,"level":231,"displayOrder":337},"01a0ba4b-8a2c-787b-9f4b-71b7dd145f99","'t kofschip en het voltooid deelwoord","het-kofschip",66,{"id":339,"title":340,"slug":341,"language":9,"level":231,"displayOrder":342},"01a0ba4b-8c9f-70ac-ae83-6de1c1344585","Voltooide deelwoorden van scheidbare en onscheidbare werkwoorden","voltooide-deelwoorden-van-scheidbare-en-onscheidbare-werkwoorden",67,{"id":344,"title":345,"slug":346,"language":9,"level":231,"displayOrder":347},"01a0ba4b-8b73-7a58-8e24-c6390984b8d4","Onregelmatige voltooide deelwoorden","onregelmatige-voltooide-deelwoorden",68,{"id":349,"title":350,"slug":351,"language":9,"level":231,"displayOrder":352},"01a0ba4b-8a27-7c1c-af66-7383f8c89dbe","Het imperfectum van regelmatige werkwoorden","het-imperfectum-van-regelmatige-werkwoorden",69,{"id":354,"title":355,"slug":356,"language":9,"level":231,"displayOrder":357},"01a0ba4b-8a22-7d3a-a1df-740d81b793b2","Het imperfectum van onregelmatige werkwoorden","het-imperfectum-van-onregelmatige-werkwoorden",70,{"id":359,"title":360,"slug":361,"language":9,"level":231,"displayOrder":362},"01a0ba4b-8b96-7433-8cbe-230bd2eb6d68","Perfectum en imperfectum in alledaagse verhalen","perfectum-en-imperfectum-in-alledaagse-verhalen",71,{"id":364,"title":365,"slug":366,"language":9,"level":231,"displayOrder":367},"01a0ba4b-8a51-7c31-a505-58ffa2df00cf","Het plusquamperfectum voor een eerder verleden","het-plusquamperfectum-voor-een-eerder-verleden",72,{"id":369,"title":370,"slug":371,"language":9,"level":231,"displayOrder":372},"01a0ba4b-8951-71b1-ac16-af18ac47a221","De toekomst met gaan","de-toekomst-met-gaan",73,{"id":374,"title":375,"slug":376,"language":9,"level":231,"displayOrder":377},"01a0ba4b-8956-733e-9339-fea32e5ff0ce","De toekomst met zullen","de-toekomst-met-zullen",74,{"id":379,"title":380,"slug":381,"language":9,"level":231,"displayOrder":382},"01a0ba4b-8998-7c2b-b340-b502436665c9","Doel uitdrukken met om te","doel-uitdrukken-met-om-te",75,{"id":384,"title":385,"slug":386,"language":9,"level":231,"displayOrder":387},"01a0ba4b-8d1d-72a6-961a-ba3b9df2bbdf","Werkwoorden die een te-infinitief krijgen","werkwoorden-die-een-te-infinitief-krijgen",76,{"id":389,"title":390,"slug":391,"language":9,"level":231,"displayOrder":392},"01a0ba4b-88a3-7417-8f7b-0a7af50301e1","Bezig zijn met aan het en een infinitief","bezig-zijn-met-aan-het-en-een-infinitief",77,{"id":394,"title":395,"slug":396,"language":9,"level":231,"displayOrder":397},"01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651","Zitten, staan, liggen en lopen te","zitten-staan-liggen-en-lopen-te",78,{"id":399,"title":400,"slug":401,"language":9,"level":231,"displayOrder":402},"01a0ba4b-8c38-79c0-95eb-c9bab8f41228","Tijd, manier en plaats in het middenstuk","tijd-manier-en-plaats-in-het-middenstuk",79,{"id":404,"title":405,"slug":406,"language":9,"level":231,"displayOrder":407},"01a0ba4b-8979-713a-b198-a682e3d84d78","De werkwoordelijke tang in de hoofdzin","de-werkwoordelijke-tang-in-de-hoofdzin",80,{"id":409,"title":410,"slug":411,"language":9,"level":231,"displayOrder":412},"01a0ba4b-88ce-7ebd-9d5f-43612bb1f1c5","Bijzinnen met omdat","bijzinnen-met-omdat",81,{"id":414,"title":415,"slug":416,"language":9,"level":231,"displayOrder":417},"01a0ba4b-8cef-72d5-a29a-f5ffdc887e45","Want en omdat vergelijken","want-en-omdat-vergelijken",82,{"id":419,"title":420,"slug":421,"language":9,"level":231,"displayOrder":422},"01a0ba4b-8ab3-7bfc-9875-1ec855e5d96e","Inhoudszinnen met dat","inhoudszinnen-met-dat",83,{"id":424,"title":425,"slug":426,"language":9,"level":231,"displayOrder":427},"01a0ba4b-8a9f-7b15-8a5f-35804c226da6","Indirecte ja-neevragen met of","indirecte-ja-neevragen-met-of",84,{"id":429,"title":430,"slug":431,"language":9,"level":231,"displayOrder":432},"01a0ba4b-8ac1-7c50-8d4e-39985be9554a","Inversie na een bijzin","inversie-na-een-bijzin",85,{"id":434,"title":435,"slug":436,"language":9,"level":231,"displayOrder":437},"01a0ba4b-887e-7e76-b9e2-c037c00bbfec","Beleefde verzoeken met even, maar en alstublieft","beleefde-verzoeken-met-even-maar-en-alstublieft",86,{"id":439,"title":440,"slug":441,"language":9,"level":231,"displayOrder":442},"01a0ba4b-8942-7541-b31a-8863dcdd0857","De plaats van niet in de eenvoudige zin","de-plaats-van-niet-in-de-eenvoudige-zin",87,{"id":444,"title":445,"slug":446,"language":9,"level":231,"displayOrder":447},"01a0ba4b-895b-72b5-b26a-e2b99406dc95","De vergrotende en overtreffende trap","de-vergrotende-en-overtreffende-trap",88,{"id":449,"title":450,"slug":451,"language":9,"level":231,"displayOrder":452},"01a0ba4b-8c7e-7e35-9ec2-cc9d688c5fba","Vergelijken met dan en als","vergelijken-met-dan-en-als",89,{"id":454,"title":455,"slug":456,"language":9,"level":231,"displayOrder":457},"01a0ba4b-8c63-7588-9931-4c956065e266","Veel, weinig, genoeg, meer en minder","veel-weinig-genoeg-meer-en-minder",90,{"id":459,"title":460,"slug":461,"language":9,"level":231,"displayOrder":462},"01a0ba4b-8c73-70d5-b945-950d00700878","Veelvoorkomende vaste voorzetselcombinaties","veelvoorkomende-vaste-voorzetselcombinaties",91,{"id":464,"title":465,"slug":466,"language":9,"level":231,"displayOrder":467},"01a0ba4b-8c3f-78c9-926d-2f82bd4bee0f","Tijdsduur met al, sinds, vanaf en gedurende","tijdsduur-met-al-sinds-vanaf-en-gedurende",92,{"id":469,"title":470,"slug":471,"language":9,"level":231,"displayOrder":472},"01a0ba4b-88a7-7681-a830-52fdd77a64aa","Bezitsrelaties met van en apostrof-s","bezitsrelaties-met-van-en-apostrof-s",93,{"id":474,"title":475,"slug":476,"language":9,"level":231,"displayOrder":477},"01a0ba4b-8b6e-7e23-8519-9af18e867efd","Onregelmatige trappen van vergelijking","onregelmatige-trappen-van-vergelijking",94,{"id":479,"title":480,"slug":481,"language":9,"level":231,"displayOrder":482},"01a0ba4b-88c4-7859-852a-22ba4efa3a7a","Bijwoorden van frequentie en graad","bijwoorden-van-frequentie-en-graad",95,{"id":484,"title":485,"slug":486,"language":9,"level":231,"displayOrder":487},"01a0ba4b-8cd8-74ec-852d-9c101777836a","Voorzetsels bij richting en verplaatsing","voorzetsels-bij-richting-en-verplaatsing",96,{"id":489,"title":490,"slug":491,"language":9,"level":492,"displayOrder":493},"01a0ba4b-8d26-7b4b-be17-687d878c0751","Werkwoordspelling van stam tot verleden tijd","werkwoordspelling-van-stam-tot-verleden-tijd","B1",97,{"id":495,"title":496,"slug":497,"language":9,"level":492,"displayOrder":498},"01a0ba4b-8c4f-7144-b05f-05ff200ffd47","Tussen-n en tussen-s in samenstellingen","tussen-n-en-tussen-s-in-samenstellingen",98,{"id":500,"title":501,"slug":502,"language":9,"level":492,"displayOrder":503},"01a0ba4b-885a-7d0b-9c8a-79a701bd718a","Apostroffen en meervouden van leenwoorden","apostroffen-en-meervouden-van-leenwoorden",99,{"id":505,"title":506,"slug":507,"language":9,"level":492,"displayOrder":508},"01a0ba4b-8c18-7c39-8850-4aa863644dc2","Telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden","telbare-en-niet-telbare-zelfstandige-naamwoorden",100,{"id":510,"title":511,"slug":512,"language":9,"level":492,"displayOrder":513},"01a0ba4b-8d56-7170-8598-3f83e20d35d9","Zelfstandige naamwoorden maken met achtervoegsels","zelfstandige-naamwoorden-maken-met-achtervoegsels",101,{"id":515,"title":516,"slug":517,"language":9,"level":492,"displayOrder":518},"01a0ba4b-8c8a-748a-a010-6d01a5dc3f4f","Verkleinwoorden voor betekenis en houding","verkleinwoorden-voor-betekenis-en-houding",102,{"id":520,"title":521,"slug":522,"language":9,"level":492,"displayOrder":523},"01a0ba4b-8bae-789f-a518-7256f03bc1d0","Presentatief er bij een onbepaald onderwerp","presentatief-er-bij-een-onbepaald-onderwerp",103,{"id":525,"title":526,"slug":527,"language":9,"level":492,"displayOrder":528},"01a0ba4b-8af1-72d6-98bb-ea7292642865","Kwantitatief er met aantallen en hoeveelheden","kwantitatief-er-met-aantallen-en-hoeveelheden",104,{"id":530,"title":531,"slug":532,"language":9,"level":492,"displayOrder":533},"01a0ba4b-89cd-7ad4-a14d-0ea3aaa695b0","Er met een voorzetsel","er-met-een-voorzetsel",105,{"id":535,"title":536,"slug":537,"language":9,"level":492,"displayOrder":538},"01a0ba4b-8a6a-7b57-a92b-93358fecbfe3","Hier- en daarwoorden met een voorzetsel","hier-en-daarwoorden-met-een-voorzetsel",106,{"id":540,"title":541,"slug":542,"language":9,"level":492,"displayOrder":543},"01a0ba4b-8a08-7db9-896c-f605ce17aecf","Gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden","gesplitste-voornaamwoordelijke-bijwoorden",107,{"id":545,"title":546,"slug":547,"language":9,"level":492,"displayOrder":548},"01a0ba4b-8a92-7104-a45e-2a65bcd86674","Iedereen, alles, men en algemeen je","iedereen-alles-men-en-algemeen-je",108,{"id":550,"title":551,"slug":552,"language":9,"level":492,"displayOrder":553},"01a0ba4b-8c5e-77df-a653-814551bdae5e","Vaste wederkerende en wederkerige werkwoorden","vaste-wederkerende-en-wederkerige-werkwoorden",109,{"id":555,"title":556,"slug":557,"language":9,"level":492,"displayOrder":558},"01a0ba4b-8b9b-72a6-98d3-2dd2dda56bb7","Perfectum en imperfectum in een samenhangend verhaal","perfectum-en-imperfectum-in-een-samenhangend-verhaal",110,{"id":560,"title":561,"slug":562,"language":9,"level":492,"displayOrder":563},"01a0ba4b-8a4c-7cff-a8fa-d1e2e50d01ba","Het plusquamperfectum in tijdsvolgorde","het-plusquamperfectum-in-tijdsvolgorde",111,{"id":565,"title":566,"slug":567,"language":9,"level":492,"displayOrder":568},"01a0ba4b-8a3d-74ad-82eb-9a81aa9ae38c","Het perfectum met een modaal werkwoord","het-perfectum-met-een-modaal-werkwoord",112,{"id":570,"title":571,"slug":572,"language":9,"level":492,"displayOrder":573},"01a0ba4b-8d7d-75ca-85ab-db19d1769f70","Zullen voor voorspellingen, beloften en aannames","zullen-voor-voorspellingen-beloften-en-aannames",113,{"id":575,"title":576,"slug":577,"language":9,"level":492,"displayOrder":578},"01a0ba4b-8d6d-75b7-82bb-ab97af5da2b1","Zou als toekomst vanuit het verleden","zou-als-toekomst-vanuit-het-verleden",114,{"id":580,"title":581,"slug":582,"language":9,"level":492,"displayOrder":583},"01a0ba4b-8c49-7dfd-8e7b-f19065381670","Tijdsprongen in verhalen markeren","tijdsprongen-in-verhalen-markeren",115,{"id":585,"title":586,"slug":587,"language":9,"level":492,"displayOrder":588},"01a0ba4b-8d22-7010-8019-e829016edf67","Werkwoorden met een vast voorzetsel","werkwoorden-met-een-vast-voorzetsel",116,{"id":590,"title":591,"slug":592,"language":9,"level":492,"displayOrder":593},"01a0ba4b-886c-75b9-b640-aace3da13a67","Beginnen, blijven, stoppen en doorgaan als fasewerkwoorden","beginnen-blijven-stoppen-en-doorgaan-als-fasewerkwoorden",117,{"id":595,"title":596,"slug":597,"language":9,"level":492,"displayOrder":598},"01a0ba4b-8d3b-7a9f-a2e4-e6e1fd140050","Worden, blijven, blijken en lijken als koppelwerkwoorden","worden-blijven-blijken-en-lijken-als-koppelwerkwoorden",118,{"id":600,"title":601,"slug":602,"language":9,"level":492,"displayOrder":603},"01a0ba4b-8d18-71b6-a8e1-a159aa6697c3","Werkwoorden achteraan in de bijzin","werkwoorden-achteraan-in-de-bijzin",119,{"id":605,"title":606,"slug":607,"language":9,"level":492,"displayOrder":608},"01a0ba4b-8c54-7240-82d4-46d7ad35a5d4","Twee werkwoorden in de bijzin","twee-werkwoorden-in-de-bijzin",120,{"id":610,"title":611,"slug":612,"language":9,"level":492,"displayOrder":613},"01a0ba4b-8cbf-7403-bb48-9f3a39d157e4","Voornaamwoorden en bepalingen in het middenstuk","voornaamwoorden-en-bepalingen-in-het-middenstuk",121,{"id":615,"title":616,"slug":617,"language":9,"level":492,"displayOrder":618},"01a0ba4b-893c-7be7-b102-7f79cc64c2f1","De plaats van niet bij werkwoorden en bepalingen","de-plaats-van-niet-bij-werkwoorden-en-bepalingen",122,{"id":620,"title":621,"slug":622,"language":9,"level":492,"displayOrder":623},"01a0ba4b-884d-7c53-9443-5e6c22bcf310","Als, wanneer en toen voor tijd","als-wanneer-en-toen-voor-tijd",123,{"id":625,"title":626,"slug":627,"language":9,"level":492,"displayOrder":628},"01a0ba4b-8c27-7e6e-93d5-e8b43acb0927","Terwijl en toen in beschrijving en verhaal","terwijl-en-toen-in-beschrijving-en-verhaal",124,{"id":630,"title":631,"slug":632,"language":9,"level":492,"displayOrder":633},"01a0ba4b-8ca9-74e1-b5fd-9c2c7b327ec3","Voordat, nadat en totdat","voordat-nadat-en-totdat",125,{"id":635,"title":636,"slug":637,"language":9,"level":492,"displayOrder":638},"01a0ba4b-8ccc-7f50-ac06-a43b549bfa23","Voorwaarden met als en tenzij","voorwaarden-met-als-en-tenzij",126,{"id":640,"title":641,"slug":642,"language":9,"level":492,"displayOrder":643},"01a0ba4b-8c14-7295-8ec8-823481094d8c","Tegenstellingen met hoewel en ook al","tegenstellingen-met-hoewel-en-ook-al",127,{"id":645,"title":646,"slug":647,"language":9,"level":492,"displayOrder":648},"01a0ba4b-8a13-7a97-9d8e-30df8e25cee4","Gevolg uitdrukken met zodat en waardoor","gevolg-uitdrukken-met-zodat-en-waardoor",128,{"id":650,"title":651,"slug":652,"language":9,"level":492,"displayOrder":653},"01a0ba4b-8aa4-7f2c-9483-ca068210593f","Indirecte rede met dat en of","indirecte-rede-met-dat-en-of",129,{"id":655,"title":656,"slug":657,"language":9,"level":492,"displayOrder":658},"01a0ba4b-889a-72b7-b319-38287ecbeed0","Betrekkelijke bijzinnen met die en dat","betrekkelijke-bijzinnen-met-die-en-dat",130,{"id":660,"title":661,"slug":662,"language":9,"level":492,"displayOrder":663},"01a0ba4b-8cd2-7938-8779-ae39d4dc8377","Voorzetsel plus wie en waar plus voorzetsel","voorzetsel-plus-wie-en-waar-plus-voorzetsel",131,{"id":665,"title":666,"slug":667,"language":9,"level":492,"displayOrder":668},"01a0ba4b-8cf4-78eb-866e-888a781e2a62","Wat als betrekkelijk voornaamwoord","wat-als-betrekkelijk-voornaamwoord",132,{"id":670,"title":671,"slug":672,"language":9,"level":492,"displayOrder":673},"01a0ba4b-8896-7047-b4db-4fa96401be6c","Betrekkelijke bijwoorden met waar","betrekkelijke-bijwoorden-met-waar",133,{"id":675,"title":676,"slug":677,"language":9,"level":492,"displayOrder":678},"01a0ba4b-8c0f-74b0-965c-85fbdbf3e755","Te en om te bij infinitiefconstructies","te-en-om-te-bij-infinitiefconstructies",134,{"id":680,"title":681,"slug":682,"language":9,"level":492,"displayOrder":683},"01a0ba4b-8a6f-7ceb-a0f7-d5116fafa9fb","Hoeven te en durven te","hoeven-te-en-durven-te",135,{"id":685,"title":686,"slug":687,"language":9,"level":492,"displayOrder":688},"01a0ba4b-8af5-7504-be93-bd68fa25b103","Laten en doen met een infinitief","laten-en-doen-met-een-infinitief",136,{"id":690,"title":691,"slug":692,"language":9,"level":492,"displayOrder":693},"01a0ba4b-892c-7298-a18f-eca5dc27bed9","De lijdende vorm met worden","de-lijdende-vorm-met-worden",137,{"id":695,"title":696,"slug":697,"language":9,"level":492,"displayOrder":698},"01a0ba4b-896e-7b18-8172-1b381a55ca10","De voltooide lijdende vorm met zijn","de-voltooide-lijdende-vorm-met-zijn",138,{"id":700,"title":701,"slug":702,"language":9,"level":492,"displayOrder":703},"01a0ba4b-8d72-7be2-be7b-5d672d145758","Zou en zouden voor advies en beleefde verzoeken","zou-en-zouden-voor-advies-en-beleefde-verzoeken",139,{"id":705,"title":706,"slug":707,"language":9,"level":492,"displayOrder":708},"01a0ba4b-8bca-7735-b371-9ecae0f90d76","Reële en mogelijke voorwaarden met als","reele-en-mogelijke-voorwaarden-met-als",140,{"id":710,"title":711,"slug":712,"language":9,"level":492,"displayOrder":713},"01a0ba4b-8c78-7a02-91ff-98b545bf9891","Verbanden markeren in verhaal en betoog","verbanden-markeren-in-verhaal-en-betoog",141,{"id":715,"title":716,"slug":717,"language":9,"level":492,"displayOrder":718},"01a0ba4b-8b64-723e-b928-67b424e66aea","Onbepaalde hoeveelheden met wat, enkele en verscheidene","onbepaalde-hoeveelheden-met-wat-enkele-en-verscheidene",142,{"id":720,"title":721,"slug":722,"language":9,"level":492,"displayOrder":723},"01a0ba4b-8bf1-7216-ba74-a4ae3d2ac863","Samenstellingen interpreteren en zelf vormen","samenstellingen-interpreteren-en-zelf-vormen",143,{"id":725,"title":726,"slug":727,"language":9,"level":492,"displayOrder":728},"01a0ba4b-8993-7b0e-a0f7-c69b3304644c","Dit, dat en zo als tekstverwijzers","dit-dat-en-zo-als-tekstverwijzers",144,{"id":730,"title":731,"slug":732,"language":9,"level":492,"displayOrder":733},"01a0ba4b-88d3-7a02-96e8-5ffccdb6ef3e","Bronnen weergeven met afstand en zekerheid","bronnen-weergeven-met-afstand-en-zekerheid",145,{"id":735,"title":736,"slug":737,"language":9,"level":492,"displayOrder":738},"01a0ba4b-8842-774d-8478-b4a6473c8846","Afzwakken en zekerheid doseren","afzwakken-en-zekerheid-doseren",146,{"id":740,"title":741,"slug":742,"language":9,"level":492,"displayOrder":743},"01a0ba4b-8bba-72ef-a8fd-24f8cf944e11","Professioneel register afstemmen op publiek en doel","professioneel-register-afstemmen-op-publiek-en-doel",147,{"id":745,"title":746,"slug":747,"language":9,"level":748,"displayOrder":749},"01a0ba4b-8861-763c-9cb5-3b69f489501a","Assimilatie en klankverbinding in vloeiende spraak","assimilatie-en-klankverbinding-in-vloeiende-spraak","B2",148,{"id":751,"title":752,"slug":753,"language":9,"level":748,"displayOrder":754},"01a0ba4b-8d5c-7448-a8ed-cab5ab14cf00","Zinsaccent en intonatie voor nieuwe informatie","zinsaccent-en-intonatie-voor-nieuwe-informatie",149,{"id":756,"title":757,"slug":758,"language":9,"level":748,"displayOrder":759},"01a0ba4b-8b33-79ad-828e-5e317f92024a","Moeilijke gevallen van d, t en dt","moeilijke-gevallen-van-d-t-en-dt",150,{"id":761,"title":762,"slug":763,"language":9,"level":748,"displayOrder":764},"01a0ba4b-8ae3-7644-92ce-0f7a90f5987d","Koppelteken, trema en tussenletters in samenstellingen","koppelteken-trema-en-tussenletters-in-samenstellingen",151,{"id":766,"title":767,"slug":768,"language":9,"level":748,"displayOrder":769},"01a0ba4b-8a81-7a52-bae3-e76afb2579bf","Hoofdletters en leestekens in formele teksten","hoofdletters-en-leestekens-in-formele-teksten",152,{"id":771,"title":772,"slug":773,"language":9,"level":748,"displayOrder":774},"01a0ba4b-8b4f-7f0b-a6fc-0c11c749e79d","Nominalisaties in informatieve teksten","nominalisaties-in-informatieve-teksten",153,{"id":776,"title":777,"slug":778,"language":9,"level":748,"displayOrder":779},"01a0ba4b-88ba-7f7c-bef5-2a5be5180ac7","Bijvoeglijk gebruikte deelwoorden en hun spelling","bijvoeglijk-gebruikte-deelwoorden-en-hun-spelling",154,{"id":781,"title":782,"slug":783,"language":9,"level":748,"displayOrder":784},"01a0ba4b-8d48-7975-926a-10f6a473824f","Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden","zelfstandig-gebruikte-bijvoeglijke-naamwoorden",155,{"id":786,"title":787,"slug":788,"language":9,"level":748,"displayOrder":789},"01a0ba4b-8b16-795f-adcd-1c534952ca0f","Meerdere functies van er in één zin","meerdere-functies-van-er-in-een-zin",156,{"id":791,"title":792,"slug":793,"language":9,"level":748,"displayOrder":794},"01a0ba4b-8d35-7afa-a026-514562d280d4","Woordvolgorde bij presentatief er","woordvolgorde-bij-presentatief-er",157,{"id":796,"title":797,"slug":798,"language":9,"level":748,"displayOrder":799},"01a0ba4b-88eb-7905-abcb-7079857bb0f1","Complexe hoeveelheidsconstructies met er","complexe-hoeveelheidsconstructies-met-er",158,{"id":801,"title":802,"slug":803,"language":9,"level":748,"displayOrder":804},"01a0ba4b-8cb3-7b56-b860-963f7c68ebc0","Voornaamwoordelijke bijwoorden voor zaken en personen","voornaamwoordelijke-bijwoorden-voor-zaken-en-personen",159,{"id":806,"title":807,"slug":808,"language":9,"level":748,"displayOrder":809},"01a0ba4b-8ce3-7e7a-9447-28112fcf53da","Waarmee, waarover en waarop in vraag en verwijzing","waarmee-waarover-en-waarop-in-vraag-en-verwijzing",160,{"id":811,"title":812,"slug":813,"language":9,"level":748,"displayOrder":814},"01a0ba4b-8c44-7c98-98ff-211d1b8ec869","Tijdsperspectief kiezen in verhalen","tijdsperspectief-kiezen-in-verhalen",161,{"id":816,"title":817,"slug":818,"language":9,"level":748,"displayOrder":819},"01a0ba4b-8913-7733-9229-19fe08b6598c","De historische tegenwoordige tijd","de-historische-tegenwoordige-tijd",162,{"id":821,"title":822,"slug":823,"language":9,"level":748,"displayOrder":824},"01a0ba4b-8b9f-7deb-a298-15bbf3486984","Perfectum en plusquamperfectum in complexe vertellingen","perfectum-en-plusquamperfectum-in-complexe-vertellingen",163,{"id":826,"title":827,"slug":828,"language":9,"level":748,"displayOrder":829},"01a0ba4b-8c1d-75b0-be8a-3b7b2ae131eb","Temporeel en modaal zullen onderscheiden","temporeel-en-modaal-zullen-onderscheiden",164,{"id":831,"title":832,"slug":833,"language":9,"level":748,"displayOrder":834},"01a0ba4b-8d78-70fd-81a1-803404a3de92","Zou voor onzekerheid en informatie uit tweede hand","zou-voor-onzekerheid-en-informatie-uit-tweede-hand",165,{"id":836,"title":837,"slug":838,"language":9,"level":748,"displayOrder":839},"01a0ba4b-8960-72af-9e97-fa0d7bae46a0","De vervangende infinitief in het perfectum","de-vervangende-infinitief-in-het-perfectum",166,{"id":841,"title":842,"slug":843,"language":9,"level":748,"displayOrder":844},"01a0ba4b-8c9a-711a-866e-0f208e490710","Voltooide constructies met modale werkwoorden","voltooide-constructies-met-modale-werkwoorden",167,{"id":846,"title":847,"slug":848,"language":9,"level":748,"displayOrder":849},"01a0ba4b-8964-7d35-9bef-9ace62f5a404","De volgorde in clusters van drie werkwoorden","de-volgorde-in-clusters-van-drie-werkwoorden",168,{"id":851,"title":852,"slug":853,"language":9,"level":748,"displayOrder":854},"01a0ba4b-8c00-7a1b-a7d0-5306815f481c","Scheidbare werkwoorden in werkwoordclusters","scheidbare-werkwoorden-in-werkwoordclusters",169,{"id":856,"title":857,"slug":858,"language":9,"level":748,"displayOrder":859},"01a0ba4b-8be6-791a-a91b-c4e4e710b4e2","Rode en groene volgorde in de bijzin","rode-en-groene-volgorde-in-de-bijzin",170,{"id":861,"title":862,"slug":863,"language":9,"level":748,"displayOrder":864},"01a0ba4b-894c-7323-870c-d03909e1bad2","De tangconstructie met een lang middenstuk","de-tangconstructie-met-een-lang-middenstuk",171,{"id":866,"title":867,"slug":868,"language":9,"level":748,"displayOrder":869},"01a0ba4b-88c9-784d-8839-3d08c55b5424","Bijzinnen en woordgroepen in de uitloop","bijzinnen-en-woordgroepen-in-de-uitloop",172,{"id":871,"title":872,"slug":873,"language":9,"level":748,"displayOrder":874},"01a0ba4b-8b0d-7305-9280-ef11268ee643","Linksplaatsing en hervatting met een voornaamwoord","linksplaatsing-en-hervatting-met-een-voornaamwoord",173,{"id":876,"title":877,"slug":878,"language":9,"level":748,"displayOrder":879},"01a0ba4b-8abb-778a-b78f-b3f5d8855135","Inversie na complexe vooropplaatsing","inversie-na-complexe-vooropplaatsing",174,{"id":881,"title":882,"slug":883,"language":9,"level":748,"displayOrder":884},"01a0ba4b-8aae-7a6c-aa8f-c49cfb96327a","Ingebedde vragen en vraagwoordzinnen","ingebedde-vragen-en-vraagwoordzinnen",175,{"id":886,"title":887,"slug":888,"language":9,"level":748,"displayOrder":889},"01a0ba4b-8b5a-7274-8fbb-cfe29611a76a","Omdat, doordat, aangezien en want","omdat-doordat-aangezien-en-want",176,{"id":891,"title":892,"slug":893,"language":9,"level":748,"displayOrder":894},"01a0ba4b-8a75-73ce-bdd3-8c7e5ca3f31d","Hoewel, ofschoon, ondanks en desondanks","hoewel-ofschoon-ondanks-en-desondanks",177,{"id":896,"title":897,"slug":898,"language":9,"level":748,"displayOrder":899},"01a0ba4b-8848-7308-ae1b-5e9b078a21d2","Als, indien, mits en tenzij voor voorwaarden","als-indien-mits-en-tenzij-voor-voorwaarden",178,{"id":901,"title":902,"slug":903,"language":9,"level":748,"displayOrder":904},"01a0ba4b-89d2-7e0b-a15d-e6131d8f633e","Evenredige vergelijking met hoe en des te","evenredige-vergelijking-met-hoe-en-des-te",179,{"id":906,"title":907,"slug":908,"language":9,"level":748,"displayOrder":909},"01a0ba4b-8875-7a7f-ba1e-d067a39069c3","Beknopte bepalingen met tegenwoordige en voltooide deelwoorden","beknopte-bepalingen-met-tegenwoordige-en-voltooide-deelwoorden",180,{"id":911,"title":912,"slug":913,"language":9,"level":748,"displayOrder":914},"01a0ba4b-8883-72cc-98a4-94343e4f5bfc","Beperkende en uitbreidende betrekkelijke bijzinnen","beperkende-en-uitbreidende-betrekkelijke-bijzinnen",181,{"id":916,"title":917,"slug":918,"language":9,"level":748,"displayOrder":919},"01a0ba4b-8932-78a6-addf-7b2435a81866","De onpersoonlijke lijdende vorm met er","de-onpersoonlijke-lijdende-vorm-met-er",182,{"id":921,"title":922,"slug":923,"language":9,"level":748,"displayOrder":924},"01a0ba4b-8b91-7518-a27d-a7365466884d","Passieve zinnen met modale en voltooide vormen","passieve-zinnen-met-modale-en-voltooide-vormen",183,{"id":926,"title":927,"slug":928,"language":9,"level":748,"displayOrder":929},"01a0ba4b-8927-7af2-8bec-06615ad26161","De krijgen-constructie bij overdracht","de-krijgen-constructie-bij-overdracht",184,{"id":931,"title":932,"slug":933,"language":9,"level":748,"displayOrder":934},"01a0ba4b-898e-78cd-bd1a-d5a07ca9ccf6","Directe en indirecte rede met tijd- en plaatsverschuiving","directe-en-indirecte-rede-met-tijd-en-plaatsverschuiving",185,{"id":936,"title":937,"slug":938,"language":9,"level":748,"displayOrder":939},"01a0ba4b-889e-793d-ba6f-5dae28eafedf","Bevelen en verzoeken indirect weergeven","bevelen-en-verzoeken-indirect-weergeven",186,{"id":941,"title":942,"slug":943,"language":9,"level":748,"displayOrder":944},"01a0ba4b-8d06-7972-a5b6-8cb6a050167e","Wel, toch, even, maar, eens en nou als modale partikels","wel-toch-even-maar-eens-en-nou-als-modale-partikels",187,{"id":946,"title":947,"slug":948,"language":9,"level":748,"displayOrder":949},"01a0ba4b-88e1-7670-ad5e-b5ad8a0af8b9","Combinaties van modale partikels en hun intonatie","combinaties-van-modale-partikels-en-hun-intonatie",188,{"id":951,"title":952,"slug":953,"language":9,"level":748,"displayOrder":954},"01a0ba4b-8c94-7d02-9e7d-fb006bb9593c","Verwijzing en signaalwoorden in een betoog","verwijzing-en-signaalwoorden-in-een-betoog",189,{"id":956,"title":957,"slug":958,"language":9,"level":748,"displayOrder":959},"01a0ba4b-89dd-718f-8ee2-37a48218817e","Formele e-mails, verslagen en adviezen structureren","formele-e-mails-verslagen-en-adviezen-structureren",190,{"id":961,"title":962,"slug":963,"language":9,"level":748,"displayOrder":964},"01a0ba4b-8bb3-7544-aa39-faa0ecdb8456","Productieve afleidingen en nominalisaties","productieve-afleidingen-en-nominalisaties",191,{"id":966,"title":967,"slug":968,"language":9,"level":748,"displayOrder":969},"01a0ba4b-8b08-7855-bf64-93e9361e6c98","Lidwoordkeuze bij abstracte, institutionele en stoffelijke namen","lidwoordkeuze-bij-abstracte-institutionele-en-stoffelijke-namen",192,{"id":971,"title":972,"slug":973,"language":9,"level":748,"displayOrder":974},"01a0ba4b-8902-7e43-9b3b-a4bedec4bce1","Creatieve woordvorming met samenstelling en afleiding","creatieve-woordvorming-met-samenstelling-en-afleiding",193,{"id":976,"title":977,"slug":978,"language":9,"level":748,"displayOrder":979},"01a0ba4b-8b8c-7138-ac2b-739b5849b7cd","Parenthetische toevoegingen en tussenzinnen","parenthetische-toevoegingen-en-tussenzinnen",194,{"id":981,"title":982,"slug":983,"language":9,"level":984,"displayOrder":985},"01a0ba4b-8c59-744f-9954-4dad96d6b47c","Uitspraakreductie en verzorgd spreken per situatie","uitspraakreductie-en-verzorgd-spreken-per-situatie","C1",195,{"id":987,"title":988,"slug":989,"language":9,"level":984,"displayOrder":990},"01a0ba4b-8aff-7801-ad31-043ec2109822","Leestekens in lange en gelaagde zinnen","leestekens-in-lange-en-gelaagde-zinnen",196,{"id":992,"title":993,"slug":994,"language":9,"level":984,"displayOrder":995},"01a0ba4b-89b3-7a37-8149-77c0f8601174","Engelse leenwerkwoorden volgens de Nederlandse spelling","engelse-leenwerkwoorden-volgens-de-nederlandse-spelling",197,{"id":997,"title":998,"slug":999,"language":9,"level":984,"displayOrder":1000},"01a0ba4b-8a18-79ef-b865-80be3240a8eb","Grensgevallen tussen bijvoeglijk naamwoord en bijwoord","grensgevallen-tussen-bijvoeglijk-naamwoord-en-bijwoord",198,{"id":1002,"title":1003,"slug":1004,"language":9,"level":984,"displayOrder":1005},"01a0ba4b-8891-7b07-8277-2d09f93097aa","Betekenisverschillen door de- en het-variatie","betekenisverschillen-door-de-en-het-variatie",199,{"id":1007,"title":1008,"slug":1009,"language":9,"level":984,"displayOrder":1010},"01a0ba4b-8c8f-7a74-90b3-6f9644477629","Verwijsketens zonder dubbelzinnige voornaamwoorden","verwijsketens-zonder-dubbelzinnige-voornaamwoorden",200,{"id":1012,"title":1013,"slug":1014,"language":9,"level":984,"displayOrder":1015},"01a0ba4b-89c3-7d86-9a4b-b0273f2b3875","Er, daar en hier in vaste uitdrukkingen","er-daar-en-hier-in-vaste-uitdrukkingen",201,{"id":1017,"title":1018,"slug":1019,"language":9,"level":984,"displayOrder":1020},"01a0ba4b-8cae-76c5-9faa-a78c7c473a99","Voornaamwoordelijke bijwoorden in spreektaal en schrijftaal","voornaamwoordelijke-bijwoorden-in-spreektaal-en-schrijftaal",202,{"id":1022,"title":1023,"slug":1024,"language":9,"level":984,"displayOrder":1025},"01a0ba4b-89d7-7dd1-857e-c54664898a97","Fase, duur en voltooiing als aspectuele keuze","fase-duur-en-voltooiing-als-aspectuele-keuze",203,{"id":1027,"title":1028,"slug":1029,"language":9,"level":984,"displayOrder":1030},"01a0ba4b-8c22-7563-a522-69538e76339c","Temporeel gezichtspunt en verschuivende verteltijd","temporeel-gezichtspunt-en-verschuivende-verteltijd",204,{"id":1032,"title":1033,"slug":1034,"language":9,"level":984,"displayOrder":1035},"01a0ba4b-8969-7930-8953-bd06179ab5dc","De voltooid toekomende tijd","de-voltooid-toekomende-tijd",205,{"id":1037,"title":1038,"slug":1039,"language":9,"level":984,"displayOrder":1040},"01a0ba4b-8973-7d1b-8b6e-5bf91a6590b7","De voltooide voorwaardelijke wijs met zou hebben","de-voltooide-voorwaardelijke-wijs-met-zou-hebben",206,{"id":1042,"title":1043,"slug":1044,"language":9,"level":984,"displayOrder":1045},"01a0ba4b-8b29-73b7-91cf-a8afeb39d069","Modale betekenis in voltooide werkwoordgroepen","modale-betekenis-in-voltooide-werkwoordgroepen",207,{"id":1047,"title":1048,"slug":1049,"language":9,"level":984,"displayOrder":1050},"01a0ba4b-8c2d-76cd-9ebc-07db702f03d3","Thema, focus en informatiestructuur","thema-focus-en-informatiestructuur",208,{"id":1052,"title":1053,"slug":1054,"language":9,"level":984,"displayOrder":1055},"01a0ba4b-89f2-7749-80e8-de5d8cb78a96","Gemarkeerde woordvolgorde en topicalisatie","gemarkeerde-woordvolgorde-en-topicalisatie",209,{"id":1057,"title":1058,"slug":1059,"language":9,"level":984,"displayOrder":1060},"01a0ba4b-8bc5-70b7-8a4d-a21b38109f60","Rechtsplaatsing en hervatting in gesproken taal","rechtsplaatsing-en-hervatting-in-gesproken-taal",210,{"id":1062,"title":1063,"slug":1064,"language":9,"level":984,"displayOrder":1065},"01a0ba4b-8b54-7c00-8aca-7e8e582da32e","Objecten en bijwoorden herschikken in het middenstuk","objecten-en-bijwoorden-herschikken-in-het-middenstuk",211,{"id":1067,"title":1068,"slug":1069,"language":9,"level":984,"displayOrder":1070},"01a0ba4b-8887-7cfc-b8f4-4cf982a9ac4e","Bereik en contrast van ontkenning","bereik-en-contrast-van-ontkenning",212,{"id":1072,"title":1073,"slug":1074,"language":9,"level":984,"displayOrder":1075},"01a0ba4b-89e7-79e6-91ef-b0c19b27243d","Gedeeltelijke ontkenning met niet alle en niet altijd","gedeeltelijke-ontkenning-met-niet-alle-en-niet-altijd",213,{"id":1077,"title":1078,"slug":1079,"language":9,"level":984,"displayOrder":1080},"01a0ba4b-8d0c-7663-9634-cf27c57e8c93","Werkwoordclusters met vier of meer werkwoorden","werkwoordclusters-met-vier-of-meer-werkwoorden",214,{"id":1082,"title":1083,"slug":1084,"language":9,"level":984,"displayOrder":1085},"01a0ba4b-88f9-7de1-b7d9-7a39d387c57c","Controle en onderwerpsinterpretatie bij infinitieven","controle-en-onderwerpsinterpretatie-bij-infinitieven",215,{"id":1087,"title":1088,"slug":1089,"language":9,"level":984,"displayOrder":1090},"01a0ba4b-8ca3-7f9d-a41a-ff74ee12a783","Voltooide infinitieven met te hebben en te zijn","voltooide-infinitieven-met-te-hebben-en-te-zijn",216,{"id":1092,"title":1093,"slug":1094,"language":9,"level":984,"displayOrder":1095},"01a0ba4b-88f0-70e2-9e9e-aeff8e20f4f3","Concessieve en adversatieve verbanden nuanceren","concessieve-en-adversatieve-verbanden-nuanceren",217,{"id":1097,"title":1098,"slug":1099,"language":9,"level":984,"displayOrder":1100},"01a0ba4b-8b82-7268-bc28-ef8b5721f063","Oorzaak, reden en aanleiding zorgvuldig onderscheiden","oorzaak-reden-en-aanleiding-zorgvuldig-onderscheiden",218,{"id":1102,"title":1103,"slug":1104,"language":9,"level":984,"displayOrder":1105},"01a0ba4b-88fe-7659-8bc8-0184591a1bde","Correlatieve verbindingen met zowel, noch en niet alleen","correlatieve-verbindingen-met-zowel-noch-en-niet-alleen",219,{"id":1107,"title":1108,"slug":1109,"language":9,"level":984,"displayOrder":1110},"01a0ba4b-887a-74c2-87f8-77fe0964b1cb","Beknopte bijzinnen en weggelaten zinsdelen","beknopte-bijzinnen-en-weggelaten-zinsdelen",220,{"id":1112,"title":1113,"slug":1114,"language":9,"level":984,"displayOrder":1115},"01a0ba4b-8cfa-7a61-a334-17199be89a16","Wat na een hele zin als antecedent","wat-na-een-hele-zin-als-antecedent",221,{"id":1117,"title":1118,"slug":1119,"language":9,"level":984,"displayOrder":1120},"01a0ba4b-8afa-7647-8e1d-1e7da7628e95","Leestekens bij beperkende en uitbreidende bijzinnen","leestekens-bij-beperkende-en-uitbreidende-bijzinnen",222,{"id":1122,"title":1123,"slug":1124,"language":9,"level":984,"displayOrder":1125},"01a0ba4b-8b24-73d8-96ae-b307e7d5256b","Meervoudige inbedding leesbaar houden","meervoudige-inbedding-leesbaar-houden",223,{"id":1127,"title":1128,"slug":1129,"language":9,"level":984,"displayOrder":1130},"01a0ba4b-8a1d-7b36-8670-8808d38edfec","Handelende personen weglaten in passieve teksten","handelende-personen-weglaten-in-passieve-teksten",224,{"id":1132,"title":1133,"slug":1134,"language":9,"level":984,"displayOrder":1135},"01a0ba4b-8853-7c23-a983-3c417e58cf87","Alternatieven voor het passief met men, ze en krijgen","alternatieven-voor-het-passief-met-men-ze-en-krijgen",225,{"id":1137,"title":1138,"slug":1139,"language":9,"level":984,"displayOrder":1140},"01a0ba4b-8a0e-740f-97f4-d2092114c6cb","Gestapelde modale partikels en subtiele houding","gestapelde-modale-partikels-en-subtiele-houding",226,{"id":1142,"title":1143,"slug":1144,"language":9,"level":984,"displayOrder":1145},"01a0ba4b-88dc-7d42-a759-f7d4735e1320","Cohesie in academische en beschouwende teksten","cohesie-in-academische-en-beschouwende-teksten",227,{"id":1147,"title":1148,"slug":1149,"language":9,"level":984,"displayOrder":1150},"01a0ba4b-8b4a-7f47-b04f-e46c34bc07ff","Nominale en verbale stijl afwisselen","nominale-en-verbale-stijl-afwisselen",228,{"id":1152,"title":1153,"slug":1154,"language":9,"level":984,"displayOrder":1155},"01a0ba4b-8c0a-73f0-bced-c55e50a93cf9","Standaardtaal in Nederland en België vergelijken","standaardtaal-in-nederland-en-belgie-vergelijken",229,{"id":1157,"title":1158,"slug":1159,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1161},"01a0ba4b-8bd5-708c-948e-9c05d67bd8bf","Regionale uitspraakvariatie herkennen en interpreteren","regionale-uitspraakvariatie-herkennen-en-interpreteren","C2",230,{"id":1163,"title":1164,"slug":1165,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1166},"01a0ba4b-89fd-78a1-bcd5-e31c7323d0a3","Genitiefresten en oude naamvallen in vaste uitdrukkingen","genitiefresten-en-oude-naamvallen-in-vaste-uitdrukkingen",231,{"id":1168,"title":1169,"slug":1170,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1171},"01a0ba4b-88f4-78c3-91da-9a8628961b2a","Congruentie bij complexe onderwerpen en grensgevallen","congruentie-bij-complexe-onderwerpen-en-grensgevallen",232,{"id":1173,"title":1174,"slug":1175,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1176},"01a0ba4b-8cb9-7469-80c5-629be98648f5","Voornaamwoordelijke verwijzing in juridische en academische teksten","voornaamwoordelijke-verwijzing-in-juridische-en-academische-teksten",233,{"id":1178,"title":1179,"slug":1180,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1181},"01a0ba4b-88e6-797c-a1c4-643afba9bfb1","Complex en idiomatisch gebruik van er","complex-en-idiomatisch-gebruik-van-er",234,{"id":1183,"title":1184,"slug":1185,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1186},"01a0ba4b-8a03-722f-a5ea-8f396ec56e85","Gespleten voornaamwoordelijke bijwoorden en voorzetselstranding","gespleten-voornaamwoordelijke-bijwoorden-en-voorzetselstranding",235,{"id":1188,"title":1189,"slug":1190,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1191},"01a0ba4b-8c32-7aac-8a75-d2072a4e667e","Tijd en gezichtspunt in de vrije indirecte rede","tijd-en-gezichtspunt-in-de-vrije-indirecte-rede",236,{"id":1193,"title":1194,"slug":1195,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1196},"01a0ba4b-8b11-7b97-af3f-dbd6f5d143cd","Literaire verschuivingen tussen verteltijden","literaire-verschuivingen-tussen-verteltijden",237,{"id":1198,"title":1199,"slug":1200,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1201},"01a0ba4b-89b9-70b4-8c4d-c943d8d660ee","Epistemische toekomst en voorwaardelijkheid","epistemische-toekomst-en-voorwaardelijkheid",238,{"id":1203,"title":1204,"slug":1205,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1206},"01a0ba4b-8b69-757c-b5df-effc104eaa56","Onpersoonlijke constructies in academische en ambtelijke stijl","onpersoonlijke-constructies-in-academische-en-ambtelijke-stijl",239,{"id":1208,"title":1209,"slug":1210,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1211},"01a0ba4b-888c-7d5c-9447-04bde8300fef","Betekenisverschillen door complexe clustervolgorde","betekenisverschillen-door-complexe-clustervolgorde",240,{"id":1213,"title":1214,"slug":1215,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1216},"01a0ba4b-8d12-7729-8b99-dca7365e1309","Werkwoordclustervolgorde in Nederland en België","werkwoordclustervolgorde-in-nederland-en-belgie",241,{"id":1218,"title":1219,"slug":1220,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1221},"01a0ba4b-882a-7ef6-b063-406970da6735","Absolute constructies in formele teksten","absolute-constructies-in-formele-teksten",242,{"id":1223,"title":1224,"slug":1225,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1226},"01a0ba4b-8b40-77ec-bfb4-30b5846d6379","Naamwoordzinnen en zinnen zonder persoonsvorm","naamwoordzinnen-en-zinnen-zonder-persoonsvorm",243,{"id":1228,"title":1229,"slug":1230,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1231},"01a0ba4b-89ac-7c9a-a4da-858c8f8ecd4f","Ellips en samentrekking over zinsgrenzen heen","ellips-en-samentrekking-over-zinsgrenzen-heen",244,{"id":1233,"title":1234,"slug":1235,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1236},"01a0ba4b-8d61-7e1a-87a6-70dde79c73d0","Zinsvervlechting in gesproken en geschreven taal","zinsvervlechting-in-gesproken-en-geschreven-taal",245,{"id":1238,"title":1239,"slug":1240,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1241},"01a0ba4b-89ed-704e-bf7b-44aab5189ed0","Gemarkeerde ontkenning met pas, slechts en niet dan","gemarkeerde-ontkenning-met-pas-slechts-en-niet-dan",246,{"id":1243,"title":1244,"slug":1245,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1246},"01a0ba4b-8cc6-7a1b-8246-44834fdc4a02","Voorwaardelijke inversie met mocht, ware en had","voorwaardelijke-inversie-met-mocht-ware-en-had",247,{"id":1248,"title":1249,"slug":1250,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1251},"01a0ba4b-89f8-70a8-8988-9f838f3c6926","Gemengde en impliciete tegenfeitelijke voorwaarden","gemengde-en-impliciete-tegenfeitelijke-voorwaarden",248,{"id":1253,"title":1254,"slug":1255,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1256},"01a0ba4b-8bda-78df-936f-3cdf804428fc","Resten van de aanvoegende wijs","resten-van-de-aanvoegende-wijs",249,{"id":1258,"title":1259,"slug":1260,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1261},"01a0ba4b-8989-7325-a700-764e2b152bfe","Dienen te, behoren te en geacht worden te","dienen-te-behoren-te-en-geacht-worden-te",250,{"id":1263,"title":1264,"slug":1265,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1266},"01a0ba4b-8b2e-71b9-bb2b-62eae7a54f1d","Modale partikels voor ironie en afstand","modale-partikels-voor-ironie-en-afstand",251,{"id":1268,"title":1269,"slug":1270,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1271},"01a0ba4b-8be0-7294-83e0-8db09c7564c6","Retorische vragen en stilistische inversie","retorische-vragen-en-stilistische-inversie",252,{"id":1273,"title":1274,"slug":1275,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1276},"01a0ba4b-8aa9-7bec-bae9-d3ded87541e1","Informatiedichtheid en ritme in complexe teksten","informatiedichtheid-en-ritme-in-complexe-teksten",253,{"id":1278,"title":1279,"slug":1280,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1281},"01a0ba4b-88d8-7307-a2c4-2f08400c6d26","Citaten, parafrases en meerstemmige indirecte rede","citaten-parafrases-en-meerstemmige-indirecte-rede",254,{"id":1283,"title":1284,"slug":1285,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1286},"01a0ba4b-8ad8-774e-b512-9e2bd067e629","Juridisch en bestuurlijk Nederlands ontleden","juridisch-en-bestuurlijk-nederlands-ontleden",255,{"id":1288,"title":1289,"slug":1290,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1291},"01a0ba4b-8b3a-74ed-8eb1-8d7b1a9f58cb","Morfosyntaxis in Nederlands-Nederlands en Belgisch-Nederlands","morfosyntaxis-in-nederlands-nederlands-en-belgisch-nederlands",256,{"id":1293,"title":1294,"slug":1295,"language":9,"level":1160,"displayOrder":1296},"01a0ba4b-8983-76d8-a278-981528f599d4","Dialect, omgangstaal en standaardtaal doelgericht plaatsen","dialect-omgangstaal-en-standaardtaal-doelgericht-plaatsen",257,{"id":394,"title":395,"slug":396,"seoDescription":1298,"content":1299,"language":9,"level":231,"displayOrder":397,"grammarTopics":1300,"createdAt":1306,"updatedAt":1307,"vocabularyLists":1308,"primaryTopicHub":1431,"readyImages":1433},"Beschrijf lopende handelingen met zitten, staan, liggen of lopen te, en leer wanneer houding of beweging in een Nederlandse zin betekenis toevoegt.","Het Nederlands kan een lopende activiteit beschrijven met **zitten, staan, liggen** of **lopen + te + infinitief**. Je vertelt dan tegelijk welke activiteit iemand doet en in welke houding of beweging: *Noor zit een boek te lezen.*\n\nNa deze les kun je:\n\n- vier veelgebruikte houdingswerkwoorden met **te** gebruiken;\n- een vorm kiezen die bij de situatie past;\n- vragen, ontkenningen en zinnen in het verleden maken.\n\n## 1. Het basispatroon\n\nDe persoonsvorm van **zitten**, **staan**, **liggen** of **lopen** staat op de tweede plaats. De andere infinitief staat met **te** aan het einde.\n\n**onderwerp + houdingswerkwoord + rest + te + infinitief**\n\n- Ik **zit** in de trein **te lezen**.\n- De klant **staat** bij de kassa **te wachten**.\n- De hond **ligt** op het kleed **te slapen**.\n- De kinderen **lopen** buiten **te zingen**.\n\nHet houdingswerkwoord geeft meer informatie dan alleen **aan het + infinitief**. *De klant is aan het wachten* noemt de activiteit. *De klant staat te wachten* noemt ook zijn houding.\n\n## 2. Zitten te\n\nGebruik **zitten te** als iemand zittend een activiteit doet. Soms is het zitten letterlijk zichtbaar; soms is het vooral de natuurlijke achtergrond van de activiteit.\n\n- We zitten op het terras koffie te drinken.\n- Amir zit achter zijn bureau te werken.\n- Ik zat in de wachtkamer een bericht te schrijven.\n\n:::example\n**Vraag:** Wat doet je zus boven?\n\n**Antwoord:** Ze zit in haar kamer voor haar examen te leren.\n:::\n\nNoem alleen een houding als die logisch is. Het houdingswerkwoord beschrijft hier een stilstaande, plaatsgebonden houding; het past niet bij een verplaatsing naar een doel. Zeg dus **Ik fiets naar mijn werk**, niet *Ik zit naar mijn werk te fietsen*.\n\n## 3. Staan, liggen en lopen te\n\nElke vorm geeft een ander beeld.\n\n| Vorm | Gebruik | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| staan te | activiteit terwijl iemand staat | De kok staat groenten te snijden. |\n| liggen te | activiteit terwijl iemand ligt | De kat ligt in de zon te slapen. |\n| lopen te | activiteit tijdens rondlopen of herhaalde beweging | Hij loopt de hele ochtend te zoeken. |\n\n**Lopen te** kan ook irritatie of een herhaalde bezigheid uitdrukken: *Je loopt steeds te klagen.* Dat klinkt negatief. Gebruik zo'n zin alleen als die houding echt bedoeld is.\n\n:::note\nBij een stil voorwerp gebruik je soms ook **staan** of **liggen**, maar zonder tweede werkwoord: *De fles staat op tafel* en *Het boek ligt op de bank*. Deze les gaat over de combinatie met **te + infinitief**.\n:::\n\n## 4. De vormen in de tegenwoordige tijd\n\n| Onderwerp | zitten | staan | liggen | lopen |\n| --- | --- | --- | --- | --- |\n| ik | zit | sta | lig | loop |\n| jij \u002F je | zit | staat | ligt | loopt |\n| u | zit | staat | ligt | loopt |\n| hij \u002F zij \u002F het | zit | staat | ligt | loopt |\n| wij \u002F jullie \u002F zij | zitten | staan | liggen | lopen |\n\nDaarna blijft **te + infinitief** hetzelfde: *ik sta te koken*, *wij staan te koken*.\n\nBij inversie verliest **jij\u002Fje** altijd de **-t**: *Jij staat te wachten*, maar *Sta jij al lang te wachten?*\n\n## 5. Andere woorden en scheidbare werkwoorden\n\nEen voorwerp, plaats of tijd staat tussen de twee werkwoorden.\n\n- Ik zit **de krant** te lezen.\n- We staan **voor de ingang** te wachten.\n- Zij loopt **al een uur** te zoeken.\n- De kinderen liggen **boven** te slapen.\n\nIn een bijzin staat de hele combinatie achteraan: *Ik lees in de trein*, maar *Mijn vriend belt niet, omdat hij in de trein zit te lezen*. Daar staan **zit te lezen** samen aan het einde van de bijzin.\n\nBij een scheidbare infinitief komt **te** tussen de delen: *Ik zit mijn moeder **op te bellen*** en *De medewerkers staan de zaal **op te ruimen***.\n\nBij een ontkenning staat **niet** meestal vóór **te + infinitief** of bij het deel dat je ontkent: *Hij zit niet op te letten*. Ontken je een bepaling, dan staat **niet** vóór die bepaling: *Ze staat niet bij de kassa te wachten, maar bij de ingang*. Met **geen** ontken je een zelfstandig naamwoord: *Zij zit geen boek te lezen, maar een tijdschrift.*\n\n## 6. Het verleden en de voltooide tijd\n\nIn de verleden tijd verander je het eerste werkwoord.\n\n- Nu: *Ik **zit** te wachten.*\n- Gisteren: *Ik **zat** te wachten.*\n- Nu: *De kinderen **liggen** te slapen.*\n- Gistermiddag: *De kinderen **lagen** te slapen.*\n\nIn de voltooide tijd met **hebben** komen vaak twee infinitieven: *Ik **heb** een uur **zitten wachten*** en *Wij **hebben** buiten **staan praten***. Je gebruikt dan meestal niet *gezeten te wachten* of *gestaan te praten*.\n\n:::tip\nOp A2 is het vooral belangrijk dat je de vormen **zat**, **stond**, **lag** en **liep** herkent. Gebruik in gesprekken gerust de duidelijke verleden tijd: *Ik zat te lezen toen je belde.*\n:::\n\n## 7. Kiezen en controleren\n\nVraag jezelf af:\n\n1. Is de activiteit werkelijk bezig?\n2. Is de houding of beweging belangrijk en logisch?\n3. Past de persoonsvorm bij het onderwerp?\n4. Staat **te + infinitief** achteraan?\n\nAls de houding niet belangrijk is, kun je **aan het + infinitief** gebruiken: *We zijn aan het praten.* Als het beeld van de situatie helpt, kies je: *We staan bij de bushalte te praten.*",[1301],{"id":1302,"name":1303,"level":231,"language":9,"isCompleted":1304,"completionPercentage":1305,"totalExercises":61,"completedExercises":1305},"01a0ba4b-87ae-78b7-8c22-d343950766a2","Infinitieven met te",false,0,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[1309],{"id":1310,"title":1311,"vocabularyListWords":1312,"isPublished":1325},"01a0ba4c-5b8e-71ce-bb2b-f7e99fa1b932","Houding en activiteit met te",[1313,1331,1351,1367,1383,1395,1407,1419],{"id":1314,"vocabularyWord":1315,"displayOrder":11},"01a0ba4c-5b8e-722e-bb2b-f7e9a0016bfe",{"id":1316,"word":1317,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1318,"partsOfSpeech":1319,"audio":1325,"audioUrl":1330},"01a0ba4b-d79e-7599-9e47-d1d0b432dc6e","zitten","tts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",[1320,1326],{"id":1321,"partOfSpeech":1322,"definition":1323,"exampleSentences":1324,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d7df-7aa3-a2d4-3488024c2314","VERB","Rustend zijn met het lichaam op een stoel, bank of andere ondergrond.","Mijn oma zit graag bij het raam.",true,{"id":1327,"partOfSpeech":1322,"definition":1328,"exampleSentences":1329,"isPrimary":1304,"meaningOrder":16},"01a0ba4b-d7df-7b3f-a2d4-348802d8c21b","Zich in een ruimte, voorwerp of groep bevinden.","De sleutel zit in mijn jaszak.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",{"id":1332,"vocabularyWord":1333,"displayOrder":16},"01a0ba4c-5b8e-7262-bb2b-f7e9a02b73a2",{"id":1334,"word":1335,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1336,"partsOfSpeech":1337,"audio":1325,"audioUrl":1350},"01a0ba4b-d711-7d14-8be8-ef138d5f2775","staan","tts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",[1338,1342,1346],{"id":1339,"partOfSpeech":1322,"definition":1340,"exampleSentences":1341,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d753-7df0-ac34-23a0ad13a124","Rechtop zijn met de voeten of onderkant op de grond.","Er staan drie mensen bij de halte.",{"id":1343,"partOfSpeech":1322,"definition":1344,"exampleSentences":1345,"isPrimary":1304,"meaningOrder":16},"01a0ba4b-d753-7e34-ac34-23a0adb137f2","Zich op een bepaalde plaats bevinden, vooral rechtop of op een vaste basis.","De koelkast staat in de keuken.",{"id":1347,"partOfSpeech":1322,"definition":1348,"exampleSentences":1349,"isPrimary":1304,"meaningOrder":21},"01a0ba4b-d753-7e74-ac34-23a0ae7e0d04","Geschreven of gedrukt te lezen zijn.","Het adres staat onderaan de brief.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",{"id":1352,"vocabularyWord":1353,"displayOrder":21},"01a0ba4c-5b8e-728a-bb2b-f7e9a042f355",{"id":1354,"word":1355,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1356,"partsOfSpeech":1357,"audio":1325,"audioUrl":1366},"01a0ba4b-d5b2-7537-9e13-5fc5c5d63216","liggen","tts_e17ca5c85fefaf58_nl-NL.mp3",[1358,1362],{"id":1359,"partOfSpeech":1322,"definition":1360,"exampleSentences":1361,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d5fb-7de8-8a3e-e1b2d088931d","Met het lichaam of de lange kant op een ondergrond rusten.","De hond ligt onder de tafel te slapen.",{"id":1363,"partOfSpeech":1322,"definition":1364,"exampleSentences":1365,"isPrimary":1304,"meaningOrder":16},"01a0ba4b-d5fb-7e30-8a3e-e1b2d11a2372","Zich op een bepaalde plaats bevinden, vooral horizontaal of als plaats op een kaart.","Het dorp ligt dicht bij de stad.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e17ca5c85fefaf58_nl-NL.mp3",{"id":1368,"vocabularyWord":1369,"displayOrder":26},"01a0ba4c-5b8e-72aa-bb2b-f7e9a11f832e",{"id":1370,"word":1371,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1372,"partsOfSpeech":1373,"audio":1325,"audioUrl":1382},"01a0ba4b-d5b3-71db-9d9b-26c34105692c","lopen","tts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",[1374,1378],{"id":1375,"partOfSpeech":1322,"definition":1376,"exampleSentences":1377,"isPrimary":1304,"meaningOrder":16},"01a0ba4b-d5fb-7f98-8a3e-e1b2d27d6ddb","Functioneren of op een bepaalde manier verlopen.","De vergadering loopt vandaag goed.",{"id":1379,"partOfSpeech":1322,"definition":1380,"exampleSentences":1381,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d5fb-7f50-8a3e-e1b2d1c57d3f","Je te voet voortbewegen, meestal zonder te rennen.","Elke ochtend loop ik naar het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",{"id":1384,"vocabularyWord":1385,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5b8e-72ca-bb2b-f7e9a1b16b22",{"id":1386,"word":1387,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1388,"partsOfSpeech":1389,"audio":1325,"audioUrl":1394},"01a0ba4b-d5b0-7c2f-9bc3-4d7f09fec702","lezen","tts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",[1390],{"id":1391,"partOfSpeech":1322,"definition":1392,"exampleSentences":1393,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d5fb-7b64-8a3e-e1b2ce8cf632","Geschreven tekens en woorden bekijken en begrijpen.","Mijn dochter leest graag verhalen over dieren.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",{"id":1396,"vocabularyWord":1397,"displayOrder":36},"01a0ba4c-5b8e-72f6-bb2b-f7e9a28681f3",{"id":1398,"word":1399,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1400,"partsOfSpeech":1401,"audio":1325,"audioUrl":1406},"01a0ba4b-d74a-7251-ac25-0b6f83d17f24","wachten","tts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",[1402],{"id":1403,"partOfSpeech":1322,"definition":1404,"exampleSentences":1405,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d759-7a18-afe6-cd9a853efd6f","Op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven tot iemand komt of iets gebeurt.","We wachten bij de ingang op onze vrienden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",{"id":1408,"vocabularyWord":1409,"displayOrder":41},"01a0ba4c-5b8e-7312-bb2b-f7e9a376c412",{"id":1410,"word":1411,"frequency":56,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1412,"partsOfSpeech":1413,"audio":1325,"audioUrl":1418},"01a0ba4b-d70e-74cf-80d1-ac3d2cc92aef","slapen","tts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",[1414],{"id":1415,"partOfSpeech":1322,"definition":1416,"exampleSentences":1417,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d753-76d0-ac34-23a0a6e41800","Met gesloten ogen en weinig bewustzijn rusten, meestal gedurende meerdere uren.","De baby slaapt rustig in zijn bed.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",{"id":1420,"vocabularyWord":1421,"displayOrder":46},"01a0ba4c-5b8e-7332-bb2b-f7e9a378d94d",{"id":1422,"word":1423,"frequency":51,"level":10,"language":9,"audioFilePath":1424,"partsOfSpeech":1425,"audio":1325,"audioUrl":1430},"01a0ba4b-d79f-7058-b7df-d742dbcc3368","zoeken","tts_6b0b3a2abb2cdf29_nl-NL.mp3",[1426],{"id":1427,"partOfSpeech":1322,"definition":1428,"exampleSentences":1429,"isPrimary":1325,"meaningOrder":11},"01a0ba4b-d7df-7ddf-a2d4-348803935dea","Proberen iemand of iets te vinden.","Ik zoek mijn sleutel, maar ik zie hem nergens.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6b0b3a2abb2cdf29_nl-NL.mp3",{"name":1303,"slug":1432,"language":9},"infinitieven-met-te-a2",[],{"id":1302,"name":1303,"slug":1432,"language":9,"level":231,"introduction":1435,"lessonCount":21,"totalExercises":61,"objectives":1436,"prerequisites":1440,"lessons":1443},"Het woord te staat niet bij iedere infinitief. Je leert het gebruiken om een doel uit te drukken, bij werkwoorden die het vaste patroon vragen en na houdingswerkwoorden die een lopende activiteit in beeld brengen.",[1437,1438,1439],"Een doel met om te helder formuleren.","Werkwoorden met en zonder te-infinitief onderscheiden.","Zitten, staan, liggen en lopen te passend bij een situatie gebruiken.",[1441,1442],"Je kunt een infinitief aan het einde van een hoofdzin plaatsen.","Je herkent scheidbare werkwoorden.",[1444,1459,1476],{"id":379,"contentId":1445,"slug":381,"title":380,"level":231,"summary":1446,"order":11,"exercises":1447},"pg_95e248ba-5227-4705-afd4-eb6e96a61c6a","Formuleer een doel met om te en plaats te binnen een scheidbaar werkwoord wanneer dat nodig is.",[1448,1452,1455],{"id":1449,"title":1450,"order":1305,"type":1451},"01a0ba4b-9e25-7681-81b5-18a31e29f4fc","Handeling en doel","word_select",{"id":1453,"title":1454,"order":11,"type":1451},"01a0ba4b-9e41-759f-a6a8-8cc2bd455ce3","Scheidbare werkwoorden en betekenis",{"id":1456,"title":1457,"order":16,"type":1458},"01a0ba4b-9e56-77be-afca-8cb6504918e9","Bouw doelzinnen met om te","sentence_builder",{"id":384,"contentId":1460,"slug":386,"title":385,"level":231,"summary":1461,"order":16,"exercises":1462},"pg_602e2fed-23cd-4a21-8889-ad70528db9e0","Leer welke werkwoorden door te plus infinitief worden gevolgd en welke modale werkwoorden juist geen te krijgen.",[1463,1466,1469,1472],{"id":1464,"title":1465,"order":1305,"type":1451},"01a0ba4b-c5f2-7b54-8a8b-d8c61e3386ac","Werkwoorden met te",{"id":1467,"title":1468,"order":11,"type":1451},"01a0ba4b-c60c-7082-84eb-120d2e4505a5","Met of zonder te",{"id":1470,"title":1471,"order":16,"type":1458},"01a0ba4b-c622-77e3-a444-a587894cd5e7","Bouw zinnen met te-infinitieven",{"id":1473,"title":1474,"order":26,"type":1475},"01a0ba4b-c632-759f-8f3e-01472a9a5c28","Werkwoorden met een te-infinitief - Woorden sorteren","word_sort",{"id":394,"contentId":1477,"slug":396,"title":395,"level":231,"summary":1478,"order":21,"exercises":1479},"pg_18037214-2c41-46d4-8633-4f3a0cfacda5","Beschrijf een lopende handeling met zitten, staan, liggen of lopen te wanneer houding of beweging betekenis toevoegt.",[1480,1483,1486,1489],{"id":1481,"title":1482,"order":1305,"type":1451},"01a0ba4b-c910-7ac9-b2a9-a5ac5579f926","Houding en activiteit",{"id":1484,"title":1485,"order":11,"type":1451},"01a0ba4b-c931-7267-a7b7-58a4fd364628","Vormen, vragen en verleden tijd",{"id":1487,"title":1488,"order":16,"type":1458},"01a0ba4b-c94b-7832-a605-9d782540c257","Bouw zinnen met houding en activiteit",{"id":1490,"title":1491,"order":26,"type":1475},"01a0ba4b-c95d-7762-b21a-77213300aa5b","Zitten, staan, liggen en lopen te - Woorden sorteren",[1493,1499,1503,1507],{"@id":1494,"@type":1495,"id":1481,"grammarPage":1496,"title":1482,"instructions":1497,"displayOrder":1305,"type":1451,"questionCount":81,"blankCount":81,"isCompleted":1304,"ogImageUrl":1498},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c910-7ac9-b2a9-a5ac5579f926","GrammarExercise","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651","Kies het houdingswerkwoord dat bij het beeld past.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_75e8032b-6863-40c1-a08d-47c0e455763b_hero.webp?v=1789831924",{"@id":1500,"@type":1495,"id":1484,"grammarPage":1496,"title":1485,"instructions":1501,"displayOrder":11,"type":1451,"questionCount":81,"blankCount":81,"isCompleted":1304,"ogImageUrl":1502},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c931-7267-a7b7-58a4fd364628","Kies de juiste vorm en woordvolgorde.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_a074b5bb-6c6f-4f4b-bc89-34bdb8751bfe_hero.webp?v=1789831924",{"@id":1504,"@type":1495,"id":1487,"grammarPage":1496,"title":1488,"instructions":1505,"displayOrder":16,"type":1458,"questionCount":56,"blankCount":56,"isCompleted":1304,"ogImageUrl":1506},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c94b-7832-a605-9d782540c257","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_efbe0313-9fd1-48eb-833f-919b46bf6ed6_hero.webp?v=1789831924",{"@id":1508,"@type":1495,"id":1490,"grammarPage":1496,"title":1491,"instructions":1509,"displayOrder":26,"type":1475,"questionCount":36,"blankCount":1305,"isCompleted":1304,"ogImageUrl":1510},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c95d-7762-b21a-77213300aa5b","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_5e7513c9-c15b-428c-8484-a9ee2d9272a1_hero.webp?v=1789831924",{"id":1481,"grammarPage":1496,"title":1482,"instructions":1497,"seoTitle":1512,"seoDescription":1513,"displayOrder":1305,"type":1451,"questions":1514,"ogImageUrl":1498},"Zitten, staan en liggen te: houding kiezen","Kies zitten, staan, liggen of lopen te bij de houding tijdens een activiteit, in beeldende zinnen over opa aan het knutselen en klanten in de rij.",[1515],{"id":1516,"sentenceTemplate":1517,"displayOrder":1305,"explanation":1518,"exampleSentence":1519,"blanks":1520},"01a0ba4b-c910-7d8d-b2a9-a5ac578d035e","Opa __1__ op de kruk zijn modelvliegtuig te maken.","Op een kruk neem je plaats, dus zit past hier. Sta drukt rechtop staan uit en loop een beweging; geen van beide past bij het zitten op de kruk.","Mila zit rustig aan tafel te tekenen.",[1521],{"id":1522,"blankNumber":11,"options":1523},"01a0ba4b-c910-7d0d-b2a9-a5ac571ffd7a",[1524,1527,1530],{"id":1525,"optionText":1526,"isCorrect":1304,"displayOrder":1305},"01a0ba4b-c910-7c29-b2a9-a5ac55bc420d","staat",{"id":1528,"optionText":1529,"isCorrect":1325,"displayOrder":11},"01a0ba4b-c910-7c81-b2a9-a5ac5607ba9d","zit",{"id":1531,"optionText":1532,"isCorrect":1304,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c910-7cc9-b2a9-a5ac56dde4a9","loopt",{"html":1534,"toc":1535},"\u003Cp>Het Nederlands kan een lopende activiteit beschrijven met \u003Cstrong>zitten, staan, liggen\u003C\u002Fstrong> of \u003Cstrong>lopen + te + infinitief\u003C\u002Fstrong>. Je vertelt dan tegelijk welke activiteit iemand doet en in welke houding of beweging: \u003Cem>Noor zit een boek te lezen.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Na deze les kun je:\u003C\u002Fp>\n\u003Cul>\n\u003Cli>vier veelgebruikte houdingswerkwoorden met \u003Cstrong>te\u003C\u002Fstrong> gebruiken;\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>een vorm kiezen die bij de situatie past;\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>vragen, ontkenningen en zinnen in het verleden maken.\u003C\u002Fli>\n\u003C\u002Ful>\n\u003Ch2 id=\"het-basispatroon\">\u003Cspan class=\"section-number\" aria-hidden=\"true\">1.\u003C\u002Fspan>Het basispatroon\u003C\u002Fh2>\n\u003Cp>De persoonsvorm van \u003Cstrong>zitten\u003C\u002Fstrong>, \u003Cstrong>staan\u003C\u002Fstrong>, \u003Cstrong>liggen\u003C\u002Fstrong> of \u003Cstrong>lopen\u003C\u002Fstrong> staat op de tweede plaats. De andere infinitief staat met \u003Cstrong>te\u003C\u002Fstrong> aan het einde.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>\u003Cstrong>onderwerp + houdingswerkwoord + rest + te + infinitief\u003C\u002Fstrong>\u003C\u002Fp>\n\u003Cul>\n\u003Cli>Ik \u003Cstrong>zit\u003C\u002Fstrong> in de trein \u003Cstrong>te lezen\u003C\u002Fstrong>.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>De klant \u003Cstrong>staat\u003C\u002Fstrong> bij de kassa \u003Cstrong>te wachten\u003C\u002Fstrong>.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>De hond \u003Cstrong>ligt\u003C\u002Fstrong> op het kleed \u003Cstrong>te slapen\u003C\u002Fstrong>.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>De kinderen \u003Cstrong>lopen\u003C\u002Fstrong> buiten \u003Cstrong>te zingen\u003C\u002Fstrong>.\u003C\u002Fli>\n\u003C\u002Ful>\n\u003Cp>Het houdingswerkwoord geeft meer informatie dan alleen \u003Cstrong>aan het + infinitief\u003C\u002Fstrong>. \u003Cem>De klant is aan het wachten\u003C\u002Fem> noemt de activiteit. \u003Cem>De klant staat te wachten\u003C\u002Fem> noemt ook zijn houding.\u003C\u002Fp>\n\u003Ch2 id=\"zitten-te\">\u003Cspan class=\"section-number\" aria-hidden=\"true\">2.\u003C\u002Fspan>Zitten te\u003C\u002Fh2>\n\u003Cp>Gebruik \u003Cstrong>zitten te\u003C\u002Fstrong> als iemand zittend een activiteit doet. Soms is het zitten letterlijk zichtbaar; soms is het vooral de natuurlijke achtergrond van de activiteit.\u003C\u002Fp>\n\u003Cul>\n\u003Cli>We zitten op het terras koffie te drinken.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Amir zit achter zijn bureau te werken.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Ik zat in de wachtkamer een bericht te schrijven.\u003C\u002Fli>\n\u003C\u002Ful>\n\u003Cdiv class=\"grammar-callout grammar-callout--example\">\u003Cp>\u003Cstrong>Vraag:\u003C\u002Fstrong> Wat doet je zus boven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>\u003Cstrong>Antwoord:\u003C\u002Fstrong> Ze zit in haar kamer voor haar examen te leren.\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>\n\u003Cp>Noem alleen een houding als die logisch is. Het houdingswerkwoord beschrijft hier een stilstaande, plaatsgebonden houding; het past niet bij een verplaatsing naar een doel. Zeg dus \u003Cstrong>Ik fiets naar mijn werk\u003C\u002Fstrong>, niet \u003Cem>Ik zit naar mijn werk te fietsen\u003C\u002Fem>.\u003C\u002Fp>\n\u003Ch2 id=\"staan-liggen-en-lopen-te\">\u003Cspan class=\"section-number\" aria-hidden=\"true\">3.\u003C\u002Fspan>Staan, liggen en lopen te\u003C\u002Fh2>\n\u003Cp>Elke vorm geeft een ander beeld.\u003C\u002Fp>\n\u003Ctable>\n\u003Cthead>\n\u003Ctr>\n\u003Cth>Vorm\u003C\u002Fth>\n\u003Cth>Gebruik\u003C\u002Fth>\n\u003Cth>Voorbeeld\u003C\u002Fth>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003C\u002Fthead>\n\u003Ctbody>\u003Ctr>\n\u003Ctd>staan te\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>activiteit terwijl iemand staat\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>De kok staat groenten te snijden.\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003Ctr>\n\u003Ctd>liggen te\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>activiteit terwijl iemand ligt\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>De kat ligt in de zon te slapen.\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003Ctr>\n\u003Ctd>lopen te\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>activiteit tijdens rondlopen of herhaalde beweging\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>Hij loopt de hele ochtend te zoeken.\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003C\u002Ftbody>\u003C\u002Ftable>\n\u003Cp>\u003Cstrong>Lopen te\u003C\u002Fstrong> kan ook irritatie of een herhaalde bezigheid uitdrukken: \u003Cem>Je loopt steeds te klagen.\u003C\u002Fem> Dat klinkt negatief. Gebruik zo&#39;n zin alleen als die houding echt bedoeld is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cdiv class=\"grammar-callout grammar-callout--note\">\u003Cp>Bij een stil voorwerp gebruik je soms ook \u003Cstrong>staan\u003C\u002Fstrong> of \u003Cstrong>liggen\u003C\u002Fstrong>, maar zonder tweede werkwoord: \u003Cem>De fles staat op tafel\u003C\u002Fem> en \u003Cem>Het boek ligt op de bank\u003C\u002Fem>. Deze les gaat over de combinatie met \u003Cstrong>te + infinitief\u003C\u002Fstrong>.\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>\n\u003Ch2 id=\"de-vormen-in-de-tegenwoordige-tijd\">\u003Cspan class=\"section-number\" aria-hidden=\"true\">4.\u003C\u002Fspan>De vormen in de tegenwoordige tijd\u003C\u002Fh2>\n\u003Ctable>\n\u003Cthead>\n\u003Ctr>\n\u003Cth>Onderwerp\u003C\u002Fth>\n\u003Cth>zitten\u003C\u002Fth>\n\u003Cth>staan\u003C\u002Fth>\n\u003Cth>liggen\u003C\u002Fth>\n\u003Cth>lopen\u003C\u002Fth>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003C\u002Fthead>\n\u003Ctbody>\u003Ctr>\n\u003Ctd>ik\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>zit\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>sta\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>lig\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>loop\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003Ctr>\n\u003Ctd>jij \u002F je\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>zit\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>staat\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>ligt\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>loopt\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003Ctr>\n\u003Ctd>u\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>zit\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>staat\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>ligt\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>loopt\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003Ctr>\n\u003Ctd>hij \u002F zij \u002F het\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>zit\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>staat\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>ligt\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>loopt\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003Ctr>\n\u003Ctd>wij \u002F jullie \u002F zij\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>zitten\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>staan\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>liggen\u003C\u002Ftd>\n\u003Ctd>lopen\u003C\u002Ftd>\n\u003C\u002Ftr>\n\u003C\u002Ftbody>\u003C\u002Ftable>\n\u003Cp>Daarna blijft \u003Cstrong>te + infinitief\u003C\u002Fstrong> hetzelfde: \u003Cem>ik sta te koken\u003C\u002Fem>, \u003Cem>wij staan te koken\u003C\u002Fem>.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij inversie verliest \u003Cstrong>jij\u002Fje\u003C\u002Fstrong> altijd de \u003Cstrong>-t\u003C\u002Fstrong>: \u003Cem>Jij staat te wachten\u003C\u002Fem>, maar \u003Cem>Sta jij al lang te wachten?\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fp>\n\u003Ch2 id=\"andere-woorden-en-scheidbare-werkwoorden\">\u003Cspan class=\"section-number\" aria-hidden=\"true\">5.\u003C\u002Fspan>Andere woorden en scheidbare werkwoorden\u003C\u002Fh2>\n\u003Cp>Een voorwerp, plaats of tijd staat tussen de twee werkwoorden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cul>\n\u003Cli>Ik zit \u003Cstrong>de krant\u003C\u002Fstrong> te lezen.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>We staan \u003Cstrong>voor de ingang\u003C\u002Fstrong> te wachten.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Zij loopt \u003Cstrong>al een uur\u003C\u002Fstrong> te zoeken.\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>De kinderen liggen \u003Cstrong>boven\u003C\u002Fstrong> te slapen.\u003C\u002Fli>\n\u003C\u002Ful>\n\u003Cp>In een bijzin staat de hele combinatie achteraan: \u003Cem>Ik lees in de trein\u003C\u002Fem>, maar \u003Cem>Mijn vriend belt niet, omdat hij in de trein zit te lezen\u003C\u002Fem>. Daar staan \u003Cstrong>zit te lezen\u003C\u002Fstrong> samen aan het einde van de bijzin.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij een scheidbare infinitief komt \u003Cstrong>te\u003C\u002Fstrong> tussen de delen: \u003Cem>Ik zit mijn moeder \u003Cstrong>op te bellen\u003C\u002Fstrong>\u003C\u002Fem> en \u003Cem>De medewerkers staan de zaal \u003Cstrong>op te ruimen\u003C\u002Fstrong>\u003C\u002Fem>.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij een ontkenning staat \u003Cstrong>niet\u003C\u002Fstrong> meestal vóór \u003Cstrong>te + infinitief\u003C\u002Fstrong> of bij het deel dat je ontkent: \u003Cem>Hij zit niet op te letten\u003C\u002Fem>. Ontken je een bepaling, dan staat \u003Cstrong>niet\u003C\u002Fstrong> vóór die bepaling: \u003Cem>Ze staat niet bij de kassa te wachten, maar bij de ingang\u003C\u002Fem>. Met \u003Cstrong>geen\u003C\u002Fstrong> ontken je een zelfstandig naamwoord: \u003Cem>Zij zit geen boek te lezen, maar een tijdschrift.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fp>\n\u003Ch2 id=\"het-verleden-en-de-voltooide-tijd\">\u003Cspan class=\"section-number\" aria-hidden=\"true\">6.\u003C\u002Fspan>Het verleden en de voltooide tijd\u003C\u002Fh2>\n\u003Cp>In de verleden tijd verander je het eerste werkwoord.\u003C\u002Fp>\n\u003Cul>\n\u003Cli>Nu: \u003Cem>Ik \u003Cstrong>zit\u003C\u002Fstrong> te wachten.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Gisteren: \u003Cem>Ik \u003Cstrong>zat\u003C\u002Fstrong> te wachten.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Nu: \u003Cem>De kinderen \u003Cstrong>liggen\u003C\u002Fstrong> te slapen.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Gistermiddag: \u003Cem>De kinderen \u003Cstrong>lagen\u003C\u002Fstrong> te slapen.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fli>\n\u003C\u002Ful>\n\u003Cp>In de voltooide tijd met \u003Cstrong>hebben\u003C\u002Fstrong> komen vaak twee infinitieven: \u003Cem>Ik \u003Cstrong>heb\u003C\u002Fstrong> een uur \u003Cstrong>zitten wachten\u003C\u002Fstrong>\u003C\u002Fem> en \u003Cem>Wij \u003Cstrong>hebben\u003C\u002Fstrong> buiten \u003Cstrong>staan praten\u003C\u002Fstrong>\u003C\u002Fem>. Je gebruikt dan meestal niet \u003Cem>gezeten te wachten\u003C\u002Fem> of \u003Cem>gestaan te praten\u003C\u002Fem>.\u003C\u002Fp>\n\u003Cdiv class=\"grammar-callout grammar-callout--tip\">\u003Cp>Op A2 is het vooral belangrijk dat je de vormen \u003Cstrong>zat\u003C\u002Fstrong>, \u003Cstrong>stond\u003C\u002Fstrong>, \u003Cstrong>lag\u003C\u002Fstrong> en \u003Cstrong>liep\u003C\u002Fstrong> herkent. Gebruik in gesprekken gerust de duidelijke verleden tijd: \u003Cem>Ik zat te lezen toen je belde.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>\n\u003Ch2 id=\"kiezen-en-controleren\">\u003Cspan class=\"section-number\" aria-hidden=\"true\">7.\u003C\u002Fspan>Kiezen en controleren\u003C\u002Fh2>\n\u003Cp>Vraag jezelf af:\u003C\u002Fp>\n\u003Col>\n\u003Cli>Is de activiteit werkelijk bezig?\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Is de houding of beweging belangrijk en logisch?\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Past de persoonsvorm bij het onderwerp?\u003C\u002Fli>\n\u003Cli>Staat \u003Cstrong>te + infinitief\u003C\u002Fstrong> achteraan?\u003C\u002Fli>\n\u003C\u002Fol>\n\u003Cp>Als de houding niet belangrijk is, kun je \u003Cstrong>aan het + infinitief\u003C\u002Fstrong> gebruiken: \u003Cem>We zijn aan het praten.\u003C\u002Fem> Als het beeld van de situatie helpt, kies je: \u003Cem>We staan bij de bushalte te praten.\u003C\u002Fem>\u003C\u002Fp>\n",[1536,1540,1544,1548,1552,1556,1560],{"id":1537,"text":1538,"depth":16,"number":1539},"het-basispatroon","Het basispatroon","1",{"id":1541,"text":1542,"depth":16,"number":1543},"zitten-te","Zitten te","2",{"id":1545,"text":1546,"depth":16,"number":1547},"staan-liggen-en-lopen-te","Staan, liggen en lopen te","3",{"id":1549,"text":1550,"depth":16,"number":1551},"de-vormen-in-de-tegenwoordige-tijd","De vormen in de tegenwoordige tijd","4",{"id":1553,"text":1554,"depth":16,"number":1555},"andere-woorden-en-scheidbare-werkwoorden","Andere woorden en scheidbare werkwoorden","5",{"id":1557,"text":1558,"depth":16,"number":1559},"het-verleden-en-de-voltooide-tijd","Het verleden en de voltooide tijd","6",{"id":1561,"text":1562,"depth":16,"number":1563},"kiezen-en-controleren","Kiezen en controleren","7"]