[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-zitten-staan-liggen-en-lopen-te":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651":158,"exercise-list-path-nl-none":189},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":155,"readyImages":157},"01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651","Zitten, staan, liggen en lopen te","zitten-staan-liggen-en-lopen-te","Beschrijf lopende handelingen met zitten, staan, liggen of lopen te, en leer wanneer houding of beweging in een Nederlandse zin betekenis toevoegt.","Het Nederlands kan een lopende activiteit beschrijven met **zitten, staan, liggen** of **lopen + te + infinitief**. Je vertelt dan tegelijk welke activiteit iemand doet en in welke houding of beweging: *Noor zit een boek te lezen.*\n\nNa deze les kun je:\n\n- vier veelgebruikte houdingswerkwoorden met **te** gebruiken;\n- een vorm kiezen die bij de situatie past;\n- vragen, ontkenningen en zinnen in het verleden maken.\n\n## 1. Het basispatroon\n\nDe persoonsvorm van **zitten**, **staan**, **liggen** of **lopen** staat op de tweede plaats. De andere infinitief staat met **te** aan het einde.\n\n**onderwerp + houdingswerkwoord + rest + te + infinitief**\n\n- Ik **zit** in de trein **te lezen**.\n- De klant **staat** bij de kassa **te wachten**.\n- De hond **ligt** op het kleed **te slapen**.\n- De kinderen **lopen** buiten **te zingen**.\n\nHet houdingswerkwoord geeft meer informatie dan alleen **aan het + infinitief**. *De klant is aan het wachten* noemt de activiteit. *De klant staat te wachten* noemt ook zijn houding.\n\n## 2. Zitten te\n\nGebruik **zitten te** als iemand zittend een activiteit doet. Soms is het zitten letterlijk zichtbaar; soms is het vooral de natuurlijke achtergrond van de activiteit.\n\n- We zitten op het terras koffie te drinken.\n- Amir zit achter zijn bureau te werken.\n- Ik zat in de wachtkamer een bericht te schrijven.\n\n:::example\n**Vraag:** Wat doet je zus boven?\n\n**Antwoord:** Ze zit in haar kamer voor haar examen te leren.\n:::\n\nNoem alleen een houding als die logisch is. Het houdingswerkwoord beschrijft hier een stilstaande, plaatsgebonden houding; het past niet bij een verplaatsing naar een doel. Zeg dus **Ik fiets naar mijn werk**, niet *Ik zit naar mijn werk te fietsen*.\n\n## 3. Staan, liggen en lopen te\n\nElke vorm geeft een ander beeld.\n\n| Vorm | Gebruik | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| staan te | activiteit terwijl iemand staat | De kok staat groenten te snijden. |\n| liggen te | activiteit terwijl iemand ligt | De kat ligt in de zon te slapen. |\n| lopen te | activiteit tijdens rondlopen of herhaalde beweging | Hij loopt de hele ochtend te zoeken. |\n\n**Lopen te** kan ook irritatie of een herhaalde bezigheid uitdrukken: *Je loopt steeds te klagen.* Dat klinkt negatief. Gebruik zo'n zin alleen als die houding echt bedoeld is.\n\n:::note\nBij een stil voorwerp gebruik je soms ook **staan** of **liggen**, maar zonder tweede werkwoord: *De fles staat op tafel* en *Het boek ligt op de bank*. Deze les gaat over de combinatie met **te + infinitief**.\n:::\n\n## 4. De vormen in de tegenwoordige tijd\n\n| Onderwerp | zitten | staan | liggen | lopen |\n| --- | --- | --- | --- | --- |\n| ik | zit | sta | lig | loop |\n| jij \u002F je | zit | staat | ligt | loopt |\n| u | zit | staat | ligt | loopt |\n| hij \u002F zij \u002F het | zit | staat | ligt | loopt |\n| wij \u002F jullie \u002F zij | zitten | staan | liggen | lopen |\n\nDaarna blijft **te + infinitief** hetzelfde: *ik sta te koken*, *wij staan te koken*.\n\nBij inversie verliest **jij\u002Fje** altijd de **-t**: *Jij staat te wachten*, maar *Sta jij al lang te wachten?*\n\n## 5. Andere woorden en scheidbare werkwoorden\n\nEen voorwerp, plaats of tijd staat tussen de twee werkwoorden.\n\n- Ik zit **de krant** te lezen.\n- We staan **voor de ingang** te wachten.\n- Zij loopt **al een uur** te zoeken.\n- De kinderen liggen **boven** te slapen.\n\nIn een bijzin staat de hele combinatie achteraan: *Ik lees in de trein*, maar *Mijn vriend belt niet, omdat hij in de trein zit te lezen*. Daar staan **zit te lezen** samen aan het einde van de bijzin.\n\nBij een scheidbare infinitief komt **te** tussen de delen: *Ik zit mijn moeder **op te bellen*** en *De medewerkers staan de zaal **op te ruimen***.\n\nBij een ontkenning staat **niet** meestal vóór **te + infinitief** of bij het deel dat je ontkent: *Hij zit niet op te letten*. Ontken je een bepaling, dan staat **niet** vóór die bepaling: *Ze staat niet bij de kassa te wachten, maar bij de ingang*. Met **geen** ontken je een zelfstandig naamwoord: *Zij zit geen boek te lezen, maar een tijdschrift.*\n\n## 6. Het verleden en de voltooide tijd\n\nIn de verleden tijd verander je het eerste werkwoord.\n\n- Nu: *Ik **zit** te wachten.*\n- Gisteren: *Ik **zat** te wachten.*\n- Nu: *De kinderen **liggen** te slapen.*\n- Gistermiddag: *De kinderen **lagen** te slapen.*\n\nIn de voltooide tijd met **hebben** komen vaak twee infinitieven: *Ik **heb** een uur **zitten wachten*** en *Wij **hebben** buiten **staan praten***. Je gebruikt dan meestal niet *gezeten te wachten* of *gestaan te praten*.\n\n:::tip\nOp A2 is het vooral belangrijk dat je de vormen **zat**, **stond**, **lag** en **liep** herkent. Gebruik in gesprekken gerust de duidelijke verleden tijd: *Ik zat te lezen toen je belde.*\n:::\n\n## 7. Kiezen en controleren\n\nVraag jezelf af:\n\n1. Is de activiteit werkelijk bezig?\n2. Is de houding of beweging belangrijk en logisch?\n3. Past de persoonsvorm bij het onderwerp?\n4. Staat **te + infinitief** achteraan?\n\nAls de houding niet belangrijk is, kun je **aan het + infinitief** gebruiken: *We zijn aan het praten.* Als het beeld van de situatie helpt, kies je: *We staan bij de bushalte te praten.*","nl","A2",78,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87ae-78b7-8c22-d343950766a2","Infinitieven met te",false,0,11,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-5b8e-71ce-bb2b-f7e99fa1b932","Houding en activiteit met te",[26,48,69,85,102,115,128,141],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-5b8e-722e-bb2b-f7e9a0016bfe",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":47},"01a0ba4b-d79e-7599-9e47-d1d0b432dc6e","zitten",10,"A1","tts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",[35,42],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-7aa3-a2d4-3488024c2314","VERB","Rustend zijn met het lichaam op een stoel, bank of andere ondergrond.","Mijn oma zit graag bij het raam.",true,1,{"id":43,"partOfSpeech":37,"definition":44,"exampleSentences":45,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d7df-7b3f-a2d4-348802d8c21b","Zich in een ruimte, voorwerp of groep bevinden.","De sleutel zit in mijn jaszak.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",{"id":49,"vocabularyWord":50,"displayOrder":46},"01a0ba4c-5b8e-7262-bb2b-f7e9a02b73a2",{"id":51,"word":52,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":53,"partsOfSpeech":54,"audio":40,"audioUrl":68},"01a0ba4b-d711-7d14-8be8-ef138d5f2775","staan","tts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",[55,59,63],{"id":56,"partOfSpeech":37,"definition":57,"exampleSentences":58,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d753-7df0-ac34-23a0ad13a124","Rechtop zijn met de voeten of onderkant op de grond.","Er staan drie mensen bij de halte.",{"id":60,"partOfSpeech":37,"definition":61,"exampleSentences":62,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d753-7e34-ac34-23a0adb137f2","Zich op een bepaalde plaats bevinden, vooral rechtop of op een vaste basis.","De koelkast staat in de keuken.",{"id":64,"partOfSpeech":37,"definition":65,"exampleSentences":66,"isPrimary":16,"meaningOrder":67},"01a0ba4b-d753-7e74-ac34-23a0ae7e0d04","Geschreven of gedrukt te lezen zijn.","Het adres staat onderaan de brief.",3,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",{"id":70,"vocabularyWord":71,"displayOrder":67},"01a0ba4c-5b8e-728a-bb2b-f7e9a042f355",{"id":72,"word":73,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":74,"partsOfSpeech":75,"audio":40,"audioUrl":84},"01a0ba4b-d5b2-7537-9e13-5fc5c5d63216","liggen","tts_e17ca5c85fefaf58_nl-NL.mp3",[76,80],{"id":77,"partOfSpeech":37,"definition":78,"exampleSentences":79,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-7de8-8a3e-e1b2d088931d","Met het lichaam of de lange kant op een ondergrond rusten.","De hond ligt onder de tafel te slapen.",{"id":81,"partOfSpeech":37,"definition":82,"exampleSentences":83,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fb-7e30-8a3e-e1b2d11a2372","Zich op een bepaalde plaats bevinden, vooral horizontaal of als plaats op een kaart.","Het dorp ligt dicht bij de stad.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e17ca5c85fefaf58_nl-NL.mp3",{"id":86,"vocabularyWord":87,"displayOrder":101},"01a0ba4c-5b8e-72aa-bb2b-f7e9a11f832e",{"id":88,"word":89,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":90,"partsOfSpeech":91,"audio":40,"audioUrl":100},"01a0ba4b-d5b3-71db-9d9b-26c34105692c","lopen","tts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",[92,96],{"id":93,"partOfSpeech":37,"definition":94,"exampleSentences":95,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fb-7f98-8a3e-e1b2d27d6ddb","Functioneren of op een bepaalde manier verlopen.","De vergadering loopt vandaag goed.",{"id":97,"partOfSpeech":37,"definition":98,"exampleSentences":99,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-7f50-8a3e-e1b2d1c57d3f","Je te voet voortbewegen, meestal zonder te rennen.","Elke ochtend loop ik naar het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",4,{"id":103,"vocabularyWord":104,"displayOrder":114},"01a0ba4c-5b8e-72ca-bb2b-f7e9a1b16b22",{"id":105,"word":106,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":107,"partsOfSpeech":108,"audio":40,"audioUrl":113},"01a0ba4b-d5b0-7c2f-9bc3-4d7f09fec702","lezen","tts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",[109],{"id":110,"partOfSpeech":37,"definition":111,"exampleSentences":112,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-7b64-8a3e-e1b2ce8cf632","Geschreven tekens en woorden bekijken en begrijpen.","Mijn dochter leest graag verhalen over dieren.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",5,{"id":116,"vocabularyWord":117,"displayOrder":127},"01a0ba4c-5b8e-72f6-bb2b-f7e9a28681f3",{"id":118,"word":119,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":120,"partsOfSpeech":121,"audio":40,"audioUrl":126},"01a0ba4b-d74a-7251-ac25-0b6f83d17f24","wachten","tts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",[122],{"id":123,"partOfSpeech":37,"definition":124,"exampleSentences":125,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d759-7a18-afe6-cd9a853efd6f","Op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven tot iemand komt of iets gebeurt.","We wachten bij de ingang op onze vrienden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",6,{"id":129,"vocabularyWord":130,"displayOrder":140},"01a0ba4c-5b8e-7312-bb2b-f7e9a376c412",{"id":131,"word":132,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":133,"partsOfSpeech":134,"audio":40,"audioUrl":139},"01a0ba4b-d70e-74cf-80d1-ac3d2cc92aef","slapen","tts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",[135],{"id":136,"partOfSpeech":37,"definition":137,"exampleSentences":138,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d753-76d0-ac34-23a0a6e41800","Met gesloten ogen en weinig bewustzijn rusten, meestal gedurende meerdere uren.","De baby slaapt rustig in zijn bed.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",7,{"id":142,"vocabularyWord":143,"displayOrder":154},"01a0ba4c-5b8e-7332-bb2b-f7e9a378d94d",{"id":144,"word":145,"frequency":146,"level":32,"language":9,"audioFilePath":147,"partsOfSpeech":148,"audio":40,"audioUrl":153},"01a0ba4b-d79f-7058-b7df-d742dbcc3368","zoeken",9,"tts_6b0b3a2abb2cdf29_nl-NL.mp3",[149],{"id":150,"partOfSpeech":37,"definition":151,"exampleSentences":152,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-7ddf-a2d4-348803935dea","Proberen iemand of iets te vinden.","Ik zoek mijn sleutel, maar ik zie hem nergens.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6b0b3a2abb2cdf29_nl-NL.mp3",8,{"name":15,"slug":156,"language":9},"infinitieven-met-te-a2",[],[159,169,175,182],{"@id":160,"@type":161,"id":162,"grammarPage":163,"title":164,"instructions":165,"displayOrder":17,"type":166,"questionCount":167,"blankCount":167,"isCompleted":16,"ogImageUrl":168},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c910-7ac9-b2a9-a5ac5579f926","GrammarExercise","01a0ba4b-c910-7ac9-b2a9-a5ac5579f926","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d67-7c7a-a8a4-a90aecfeb651","Houding en activiteit","Kies het houdingswerkwoord dat bij het beeld past.","word_select",15,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_75e8032b-6863-40c1-a08d-47c0e455763b_hero.webp?v=1789831924",{"@id":170,"@type":161,"id":171,"grammarPage":163,"title":172,"instructions":173,"displayOrder":41,"type":166,"questionCount":167,"blankCount":167,"isCompleted":16,"ogImageUrl":174},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c931-7267-a7b7-58a4fd364628","01a0ba4b-c931-7267-a7b7-58a4fd364628","Vormen, vragen en verleden tijd","Kies de juiste vorm en woordvolgorde.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_a074b5bb-6c6f-4f4b-bc89-34bdb8751bfe_hero.webp?v=1789831924",{"@id":176,"@type":161,"id":177,"grammarPage":163,"title":178,"instructions":179,"displayOrder":46,"type":180,"questionCount":31,"blankCount":31,"isCompleted":16,"ogImageUrl":181},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c94b-7832-a605-9d782540c257","01a0ba4b-c94b-7832-a605-9d782540c257","Bouw zinnen met houding en activiteit","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_efbe0313-9fd1-48eb-833f-919b46bf6ed6_hero.webp?v=1789831924",{"@id":183,"@type":161,"id":184,"grammarPage":163,"title":185,"instructions":186,"displayOrder":101,"type":187,"questionCount":127,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":188},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c95d-7762-b21a-77213300aa5b","01a0ba4b-c95d-7762-b21a-77213300aa5b","Zitten, staan, liggen en lopen te - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_5e7513c9-c15b-428c-8484-a9ee2d9272a1_hero.webp?v=1789831924",null]