Question 1
Als _____, bewaren we een stoel voor je.
Options: je komt later, je later komt, komt je later
Kies de grammaticaal juiste aanvulling. Behoud bij herformuleringen precies de beschreven voorwaarde of uitzondering.
Question 1
Als _____, bewaren we een stoel voor je.
Options: je komt later, je later komt, komt je later
Question 2
Indien u het formulier vandaag indient, _____.
Options: u ontvangt morgen bericht, u morgen bericht ontvangt, ontvangt u morgen bericht
Question 3
Je kunt de logeerkamer gebruiken, mits _____.
Options: je zelf lakens meebrengt, je brengt zelf lakens mee, breng je zelf lakens mee
Question 4
Tenzij de weg afgesloten is, _____.
Options: we rijden langs de kust, rijden we langs de kust, we langs de kust rijden
Question 5
We openen een extra loket als _____.
Options: de rij wordt te lang, wordt de rij te lang, de rij te lang wordt
Question 6
Vul beide persoonsvormen in de tegenwoordige tijd in: ‘Als het pakket morgen _____, _____ ik het meteen.’
Options: komt, kwam, komen, opent, opende, open
Question 7
Ik heb geen balkon. Vul het hypothetische patroon met verleden tijd en zou in: ‘Als ik een balkon _____, _____ ik daar kruiden kweken.’
Options: heb, had, heeft, zal, zouden, zou
Question 8
De laatste bus is gisteren zonder ons vertrokken. Vul de gemiste mogelijkheid in het verleden aan: ‘Als we eerder bij de halte _____ geweest, _____ we met die bus meegegaan.’
Options: zijn, hebben, waren, hadden
Question 9
‘Bel niet, tenzij je geen bevestiging ontvangt.’ De genoemde uitzondering op het belverbod is de situatie waarin je _____.
Options: wel een bevestiging ontvangt, geen bevestiging ontvangt, hoe dan ook een bevestiging ontvangt
Question 10
‘De verzending gaat door, tenzij de klant niet betaalt.’ Herschrijf alleen de uitzondering: ‘De verzending gaat door, behalve als de klant _____.’
Options: niet betaalt, wel betaalt, al betaald heeft
Question 11
‘We plaatsen het hek, mits de buren geen bezwaar hebben.’ Met ‘op voorwaarde dat’ wordt dit: ‘We plaatsen het hek, op voorwaarde dat de buren _____.’
Options: wel bezwaar hebben, bezwaar moeten hebben, geen bezwaar hebben
Question 12
De regel luidt: ‘Als je geen toegangspas hebt, mag je niet naar binnen.’ Behoud precies deze beperking: ‘Je mag niet naar binnen, tenzij je _____.’
Options: geen toegangspas hebt, een toegangspas hebt, je toegangspas vergeten bent
Practice Zinsbouw, hypothetische situaties en ontkenning with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Zinsbouw, hypothetische situaties en ontkenning in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.