Question 1
Sorteer de onderwerpsvormen op een volle vorm of een korte vorm.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de onderwerpsvormen op een volle vorm of een korte vorm.
Question 2
Sorteer de zinnen op informatie met nadruk of gewone informatie zonder nadruk.
Question 3
Sorteer op het gebruik van de onderwerpsvorm: een kort antwoord, een groep met en of gewone informatie.
Question 4
Sorteer de vormen op gewone schrijftaal of informele, gereduceerde spreektaal.
Question 5
Het onderwerp staat hier na het werkwoord. Sorteer de vragen op nadruk op het onderwerp.
Practice Beklemtoonde en onbeklemtoonde onderwerpsvormen - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 5 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Beklemtoonde en onbeklemtoonde onderwerpsvormen - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.