Build the sentence

Compact beschrijven en logisch verbinden

Maak met de tegels één correcte zin. Gebruik de hoofdletter en leestekens als ankers. Laat de lokwoorden weg.

0 / 10 sentences built0%

Question 1

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: zingende,, Luid het volkslied zingend, kwam de kok binnen., Luide

Question 2

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: Hulp zoekend, belde de reiziger aan., zoekende,, bellen

Question 3

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: Uitgeputte,, vielen, Uitgeput, viel de wandelaar neer.

Question 4

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: Afgeleid door het lawaai, struikelde de spreker., Afgeleide, struikelen

Question 5

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: ingediende,, Eenmaal ingediend, wordt de aanvraag beoordeeld., worden

Question 6

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: aangetaste, worden, De motor, aangetast door roest, wordt vervangen.

Question 7

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: ondertekend, Het ondertekende contract moet worden ingeleverd., inleveren.

Question 8

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: Het beschreven probleem kan worden opgelost., beschrevene, oplossen.

Question 9

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: Gelette, blijven, Gelet op de mist, blijft het vliegveld gesloten.

Question 10

Zet de woorden in de juiste volgorde: _____

Options: Strikt genomen, is dit bedrog., nemend,, zijn

Practice Compact beschrijven en logisch verbinden with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Compact beschrijven en logisch verbinden in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.