Question 1
De manager zei vriendelijk: “Wacht even.” De manager vroeg mij _____.
Options: even te wachten, om even wachten, even wachten
Kies het patroon dat het bevel, verzoek, advies of de waarschuwing correct indirect weergeeft.
Question 1
De manager zei vriendelijk: “Wacht even.” De manager vroeg mij _____.
Options: even te wachten, om even wachten, even wachten
Question 2
Het bestuur zei formeel tegen de leden: “Reageer schriftelijk.” Het bestuur verzocht de leden _____.
Options: schriftelijk reageren, schriftelijk te reageren, om schriftelijk reageren
Question 3
De inspecteur gaf de assistent een opdracht. Hij droeg haar _____ de uitgang vrij te maken.
Options: aan, om, op
Question 4
De agent zei streng: “Maak de ingang vrij.” De agent beval de omstanders de ingang _____.
Options: vrij te maken, vrij maken, te vrijmaken
Question 5
De fysiotherapeut gaf advies: “Beweeg wat vaker.” Hij raadde haar _____ wat vaker te bewegen.
Options: om, aan, op
Question 6
De laborant zei waarschuwend: “Raak de vloeistof niet aan.” De laborant waarschuwde ons de vloeistof _____.
Options: aan niet raken, niet te aanraken, niet aan te raken
Question 7
“Controleer de bijlagen zorgvuldig.” De redacteur vroeg de auteur de bijlagen zorgvuldig _____.
Options: te controleren, controleren, te controleer
Question 8
De uitgever vroeg de schrijver binnenkort contact met de illustrator _____.
Options: te opnemen, op te nemen, op nemen te
Question 9
De buurvrouw vroeg mij om tijdens haar vakantie de planten _____.
Options: water geven, water te gaf, water te geven
Question 10
De voorzitter zei: “Lever de stukken vóór donderdag in.” Indirect: hij zei dat wij de stukken vóór donderdag _____.
Options: moesten inleveren, moesten te inleveren, moesten ingeleverd
Question 11
Kun je met één hand typen? Als dit echt naar mogelijkheid vraagt: Zij vroeg _____.
Options: mij één hand te typen, of ik met één hand kon typen, dat ik met één hand moest typen
Question 12
De archivaris zei: “Gooi dit document niet weg.” De archivaris droeg ons op het document _____.
Options: weg te gooien niet, niet te weggooien, niet weg te gooien
Practice Patronen en infinitieven with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Patronen en infinitieven in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.