Question 1
Ik ben mijn sleutel kwijt. Kan ik _____ lenen?
Options: de buurmans sleutel, de sleutel van de buurmans, de sleutel van mijn buurman
Kies de bezitsvorm of samenstelling die in de zin past.
Question 1
Ik ben mijn sleutel kwijt. Kan ik _____ lenen?
Options: de buurmans sleutel, de sleutel van de buurmans, de sleutel van mijn buurman
Question 2
We bleven tot de laatste minuut kijken, want _____ was spannend.
Options: de films einde, de film's einde, het einde van de film
Question 3
We kunnen de deur niet openen: _____ is verdwenen.
Options: Fatimas sleutel, Fatima's sleutel, Fatima' sleutel
Question 4
Ik neem vandaag de bus, want _____ staat bij de garage.
Options: mijn vader's auto, mijn vader auto, mijn vaders auto
Question 5
Ik lees _____ dit weekend uit.
Options: het Amirs boek, Amirs boek, het boek van Amirs
Question 6
Bij de automaat koop ik een _____ naar Utrecht.
Options: treins kaart, trein kaart, treinkaart
Question 7
Doe de _____ dicht, anders loopt de hond naar buiten.
Options: tuindeur, tuin's deur, tuin deur
Question 8
Ik leen _____ om naar school te rijden.
Options: Annas fiets, Anna's fiets, Anna' fiets
Question 9
Voor korte ritten in het centrum gebruik ik een _____.
Options: stads fiets, stad fiets, stadsfiets
Question 10
Voor informatie over de buslijnen kun je terecht bij _____.
Options: het kantoor van het busbedrijf, het busbedrijfs kantoor, het kantoor van het busbedrijfs
Question 11
Op dit formulier moet ik _____ invullen.
Options: mijn moeder naam, mijn moeders naam, mijn moeder's naam
Question 12
Er staan drie rode auto's buiten. _____ is op deze foto goed te zien.
Options: De auto's kleur, De kleur van de auto, De kleur van de auto's
Question 13
Onze afspraak staat al in _____.
Options: onze projectleiders agenda, de agenda van onze projectleider, de agenda van onze projectleiders'
Question 14
Het vriest buiten. _____ hangt in de gang.
Options: Maxs jas, Max' jas, Max's jas
Question 15
Het overleg is verplaatst: _____ staat nu op donderdag.
Options: Joyce's agenda, Joyce' agenda, Joyces agenda
Practice Bezitsvormen en samenstellingen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bezitsvormen en samenstellingen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.