Question 1
‘De lift werkt niet.’ — ‘De lift werkt wél.’ De klemtoon op wél markeert _____.
Options: een vraag om bevestiging, een correctie van een negatieve bewering, berusting in een noodoplossing
Kies de beschrijving die past bij de expliciet gegeven situatie, klemtoon of bedoeling. Je hoeft geen uitspraak te beluisteren.
Question 1
‘De lift werkt niet.’ — ‘De lift werkt wél.’ De klemtoon op wél markeert _____.
Options: een vraag om bevestiging, een correctie van een negatieve bewering, berusting in een noodoplossing
Question 2
‘Omar zou thuisblijven.’ — ‘Omar gaat tóch mee.’ Tóch benadrukt hier _____.
Options: een neutrale vraag naar ervaring, een beleefde uitnodiging, een onverwachte ommekeer
Question 3
Bij het nakijken van een gewone tekst wil je contrastaccenten alleen gebruiken wanneer _____.
Options: ze een relevant betekenisverschil aangeven, er twee partikels naast elkaar staan, de zin met een vraagteken eindigt
Question 4
Je leest zonder verdere context: ‘Je hebt de uitnodiging toch wel ontvangen?’ Alleen het vraagteken laat zien _____.
Options: dat dit een vraag is; de emotionele toon is vriendelijk, dat dit een vraag is; de emotionele toon blijft onbepaald, dat dit een vraag is; de emotionele toon is geïrriteerd
Question 5
‘Je vindt toch wel een oplossing.’ De spreker gebruikt een rustige stem en een dalende eindtoon. Welke lezing past het best bij deze uitvoering? _____.
Options: een verwijt over een eerdere fout, een onzekere vraag om bevestiging, een geruststellende verwachting
Question 6
‘Deze bus stopt toch wel bij het ziekenhuis?’ De spreker gebruikt een stijgende eindtoon. De beschreven intonatie ondersteunt _____.
Options: twijfel bij een positieve verwachting, een definitieve afwijzing, berusting in een vaststaand feit
Question 7
Bij de balie zegt een medewerker: ‘Wilt u misschien even wachten?’ Misschien laat ruimte voor de luisteraar; even presenteert het wachten als _____.
Options: een onverwachte ommekeer, een beperkte handeling, een eerdere ervaring
Question 8
‘Kun je nou eindelijk eens antwoorden?’ De spreker klinkt verwijtend. Deze zin laat zien dat meerdere partikels _____.
Options: een verzoek altijd beleefd maken, de invloed van andere woorden uitschakelen, een verzoek niet automatisch beleefd maken
Question 9
‘Dat is nou eenmaal ons beleid.’ Nou eenmaal presenteert het beleid hier als _____.
Options: een moeilijk veranderbaar gegeven, een uitnodiging tot een poging, een aarzelende vraag om toestemming
Question 10
Een klant wil weten waarom een aanvraag langer duurt. In plaats van ‘Dat duurt nou eenmaal zo lang’ kies je een constructieve uitleg: _____.
Options: U moet nou eenmaal wachten., Voor deze aanvraag moeten we eerst uw gegevens controleren., Dat is nou eenmaal de gang van zaken.
Question 11
In een zakelijke e-mail wil je expliciet vragen om bevestiging van een concrete handeling. Vervang ‘Je hebt de factuur toch wel verstuurd?’ door _____.
Options: Kun je uitleggen hoe ik de factuur moet versturen?, Kun je de factuur morgen versturen?, Kun je bevestigen dat je de factuur hebt verstuurd?
Question 12
Je wilt iemand alleen vragen een adres te controleren, zonder ongeduld of extra gesprekseffecten. Welke vereenvoudiging bewaart die feitelijke boodschap? ‘Controleer dat adres nou toch maar eens even.’ → _____
Options: Controleer dat adres., Controleer dat adres nou toch., Controleer dat adres maar eens.
Practice Klemtoon, houding en duidelijke communicatie with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Klemtoon, houding en duidelijke communicatie in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.