Question 1
‘In 1871 nadert de eerste trein de bergpas en rijdt hij het pas geopende bergstation binnen.’ De verteller gebruikt hier _____.
Options: het presens voor gebeurtenissen in het verleden, het presens voor een toekomstige afspraak, het presens voor gebeurtenissen op het spreekmoment
Question 2
‘Gisteravond stap ik op mijn fiets, fiets ik naar huis en staat er ineens een vos voor me.’ De werkwoordstijd en het tijdstip van de gebeurtenissen _____.
Options: vallen samen: de vormen en de gebeurtenissen horen bij het heden, verschillen: de vormen staan in het heden, de gebeurtenissen liggen in het verleden, verschillen: de vormen staan in het verleden, de gebeurtenissen liggen in het heden
Question 3
‘In de slotaflevering opent de rechercheur de envelop en ontdekt hij wie de brief heeft verstuurd.’ De voltooide vorm verwijst naar een handeling _____.
Options: die pas na de hoofdscène zal plaatsvinden, waarmee de verteller terugschakelt naar de onvoltooid verleden tijd, die voorafgaat aan de hoofdscène
Question 4
‘In 1963 steekt een zware storm op en breekt de dijk door. Daarna stroomt het water snel het dorp in.’ Na de eerste zin _____.
Options: blijft de verteller in de historische tegenwoordige tijd, schakelt de verteller terug naar de onvoltooid verleden tijd, beschrijft de verteller met het plusquamperfectum een eerdere gebeurtenis
Question 5
Vorige maand zit ik in een café. Opeens _____ een onbekende mijn naam.
Options: roept, riep, heeft geroepen, zou roepen
Question 6
‘In de biografie introduceert de schrijver de jonge zangeres en beschrijft hij hoe zij haar eerste optreden voorbereidt.’ Het presens dient hier om _____.
Options: een toekomstige afspraak met de auteur vast te leggen, de inhoud van een werk te bespreken, vast te stellen wat de auteur op het spreekmoment doet
Question 7
‘Op 12 augustus 1926 bereikt de expeditie de kust en slaat de leider het kamp op.’ De twee opeenvolgende handelingen staan _____.
Options: beide in het plusquamperfectum, eerst in het historische presens en daarna in het perfectum, beide in het historische presens
Question 8
‘We wachtten uren in de hal. Dan gaat de deur open, komt de directeur binnen en deelt hij het besluit mee.’ Bij het begin van de tweede zin _____.
Options: schakelt de verteller van de verleden tijd naar het historische presens, schakelt de verteller van het historische presens naar de verleden tijd, blijft de verteller de onvoltooid verleden tijd gebruiken
Question 9
‘In 1988 sluit de fabriek haar oude vestiging en verplaatst zij haar productie naar een nieuwe locatie.’ Door de gekozen werkwoordstijd _____.
Options: verschuiven de gebeurtenissen van 1988 naar het spreekmoment, komen de gebeurtenissen dichterbij zonder dat hun tijdstip verandert, worden de gebeurtenissen als voltooid vóór 1988 gemarkeerd
Question 10
‘In de roman verkoopt de hoofdpersoon haar huis, zegt ze haar baan op en vertrekt ze zonder plan naar het zuiden.’ Deze reeks bevat _____.
Options: een terugblik in het plusquamperfectum tussen twee handelingen in het presens, een overgang van het presens naar de onvoltooid verleden tijd, drie handelingen in dezelfde samenvattingstijd
Question 11
In 1920 _____ twee jonge architecten het oude pakhuis en _____ ze er een theater in.
Options: betrekt, heeft betrokken, betrekken, zal betrekken, richt, hebben ingericht, zullen inrichten, richten
Question 12
Afgelopen winter sta ik bij de haven. Plotseling _____ een vrachtschip van koers en _____ iedereen weg van de kade.
Options: veranderde, heeft veranderd, zou veranderen, verandert, rende, rent, heeft gerend, zou rennen