Question 1
De winkel blijft vandaag de hele dag open. Hij _____.
Options: sluit vandaag niet, niet sluit vandaag, sluit vandaag geen
Kies de plaats of vorm waarmee de bedoelde informatie correct wordt ontkend.
Question 1
De winkel blijft vandaag de hele dag open. Hij _____.
Options: sluit vandaag niet, niet sluit vandaag, sluit vandaag geen
Question 2
Die buurman is nieuw voor mij. Ik _____.
Options: niet ken hem, ken hem niet, ken hem geen
Question 3
Wij kiezen een ander kledingstuk. Wij _____, maar de broek.
Options: koopt niet de blauwe jas, niet kopen de blauwe jas, kopen niet de blauwe jas
Question 4
De kamer heeft weinig ruimte. De kamer _____.
Options: is niet groot, niet is groot, is niet grote
Question 5
Amir neemt de tijd om alles rustig te vertellen. Amir _____.
Options: niet praat snel, praat niet snel, praten niet snel
Question 6
Ons huis staat buiten de stad. Wij _____.
Options: niet wonen in het centrum, wonen in geen het centrum, wonen niet in het centrum
Question 7
Deze trein eindigt in Gouda. Hij _____.
Options: rijdt niet naar Leiden, niet rijdt naar Leiden, rijden niet naar Leiden
Question 8
De jas heeft een lage prijs. Hij is _____.
Options: niet erg dure, niet erg duur, erg niet duur
Question 9
Lina moet morgen thuisblijven. Ze kan _____.
Options: morgen niet gekomen, morgen niet komt, morgen niet komen
Question 10
De e-mail staat nog in de map Concepten. Sara heeft _____.
Options: hem niet verstuurd, hem niet verstuur, hem niet versturen
Question 11
De wekker bleef stil, dus de kinderen _____.
Options: niet stonden vanochtend op, stonden vanochtend niet op, stonden vanochtend niet opstaan
Question 12
De film viel tegen. Wij willen hem volgende week _____.
Options: niet opnieuw gezien, niet opnieuw ziet, niet opnieuw zien
Question 13
De doos blijft dicht. Welke zin past? _____
Options: Lina opent de doos niet., Lina opent geen de doos., Lina opent de niet doos.
Question 14
De afspraak blijft ongewijzigd. Welke zin past? _____
Options: We gaan de afspraak niet verandert., We gaan de afspraak niet veranderen., We gaan de afspraak niet veranderd.
Question 15
Het antwoord bevat een fout. Welke zin past? _____
Options: Het antwoord niet is juist., Het antwoord is niet juiste., Het antwoord is niet juist.
Practice Niet bij de ontkenning with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Niet bij de ontkenning in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.