Fill in the blank

Geen, contrast en vaste combinaties

Kies de ontkenning die precies past bij de bedoelde tegenstelling of tijd.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik bezit helemaal geen voertuig. Ik heb _____ auto.

Options: niet een, geen, niet

Question 2

Noor lust deze drank nooit. Zij _____.

Options: geen drinkt koffie, drinkt koffie geen, drinkt geen koffie

Question 3

Het gaat om één bekende fiets. Ik koop de fiets _____.

Options: niet, geen, niet de

Question 4

Mijn werkweek begint op de tweede werkdag. Ik werk _____, maar op dinsdag.

Options: niet maandag op, niet op maandag, op maandag geen

Question 5

We kiezen een ander vervoermiddel. We _____, maar met de bus.

Options: niet gaan met de trein, gaan met de niet trein, gaan niet met de trein

Question 6

Sara kiest een andere kleur. Zij koopt _____, maar de blauwe.

Options: niet de rode rok, de rode niet rok, geen de rode rok

Question 7

De uitslag komt later; op dit moment is hij _____ bekend.

Options: niet meer, nog niet, ook niet

Question 8

Vroeger woonde Amir in Delft, maar nu _____.

Options: hij woont daar niet meer, woont hij daar geen meer, woont hij daar niet meer

Question 9

De oefening is juist heel eenvoudig. Ze is _____ moeilijk.

Options: helemaal niet, niet meer, nog niet

Question 10

Noor komt niet naar het feest en voor Amir geldt hetzelfde: Amir komt _____.

Options: nog niet, ook niet, niet meer

Question 11

Er staat geen enkele stoel in de kamer. Er staat _____ stoel.

Options: niet, niet een, geen

Question 12

Ik wil twee kaartjes, niet één. Ik koop _____ kaartje, maar twee.

Options: niet één, geen enkel, één niet

Question 13

Door de regen kozen we een andere plek voor de lunch. Welke zin past? _____

Options: We niet aten in de tuin, maar binnen., We aten niet in de tuin, maar binnen., We aten in de niet tuin, maar binnen.

Question 14

De bezorger is onderweg. Welke zin past? _____

Options: Het pakket is nog geen bezorgd., Het pakket zijn nog niet bezorgd., Het pakket is nog niet bezorgd.

Question 15

Lina stopte vorig jaar met roken. Welke zin beschrijft haar situatie nu? _____

Options: Lina rookt niet meer., Lina rookt nog niet., Lina rookt ook niet later.

Practice Geen, contrast en vaste combinaties with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Geen, contrast en vaste combinaties in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.