Question 1
Ik beloof dat ik contact opneem: ik _____ je vanavond bellen.
Options: zal, zult, zullen
Kies de vorm die bij de belofte, het aanbod, het voorstel of de toekomstkeuze past.
Question 1
Ik beloof dat ik contact opneem: ik _____ je vanavond bellen.
Options: zal, zult, zullen
Question 2
De rekening ligt nog open. Ik neem nu het besluit: ik zal de rekening _____.
Options: betaalt, betalen, betaald
Question 3
Wij beloven voorzichtig te zijn: we _____ goed opletten.
Options: zal, zult, zullen
Question 4
Niemand heeft een oplossing. Ik neem nu het besluit: ik zal het probleem morgen _____.
Options: oplossen, opgelost, oplost
Question 5
De zware deur staat nog open en iedereen vertrekt. Bied hulp aan: _____ ik de deur sluiten?
Options: Zullen, Zal, Zult
Question 6
Je gasten hebben lege kopjes. Bied aan iets voor hen te doen: zal ik koffie _____?
Options: gezet, zet, zetten
Question 7
De groep is klaar om te starten. Doe een gezamenlijk voorstel: _____ we beginnen?
Options: Zullen, Zal, Zult
Question 8
Jullie kiezen samen vervoer. Doe een voorstel: zullen we de bus _____?
Options: genomen, nemen, neemt
Question 9
Mijn rooster verandert; daardoor _____ ik morgen kunnen komen.
Options: zult, zullen, zal
Question 10
De afspraak loopt uit. Je zult nog even moeten _____.
Options: wachten, gewacht, wacht
Question 11
Het regent waarschijnlijk niet; de kinderen _____ buiten kunnen spelen.
Options: zal, zullen, zult
Question 12
De verf is al gekocht en zaterdag is gekozen. We gaan zaterdag de kamer _____.
Options: geschilderd, schildert, schilderen
Question 13
Volgens de vaste dienstregeling _____ de trein om 08.15 uur.
Options: vertrekt, vertrekken, vertrekkend
Question 14
Je denkt dat het morgen druk wordt, maar weet het niet zeker. Het zal morgen waarschijnlijk druk _____.
Options: wordt, worden, geworden
Question 15
Je buurvrouw heeft hulp nodig. Je zegt toe: ik _____ morgen je boodschappen dragen.
Options: zullen, zult, zal
Practice Beloften, aanbiedingen en voorstellen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Beloften, aanbiedingen en voorstellen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.