Question 1
Bouw de onzekere weersverwachting: _____
Options: Morgen zal het regenen., zult, geregend
Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.
Question 1
Bouw de onzekere weersverwachting: _____
Options: Morgen zal het regenen., zult, geregend
Question 2
Bouw de neutrale zin met jij: _____
Options: zullen, Jij zult het nieuws horen., gehoord
Question 3
Bouw de verwachting over meerdere bezoekers: _____
Options: zal, gekomen, De bezoekers zullen komen.
Question 4
Doe een belofte op het spreekmoment: _____
Options: Ik zal je helpen., zult, geholpen
Question 5
Bied aan om zelf de deur dicht te doen: _____
Options: Zult, Zal ik de deur sluiten?, gesloten
Question 6
Doe een voorstel voor een gezamenlijke reis: _____
Options: Zal, genomen, Zullen we de bus nemen?
Question 7
Bouw de vraag met de twee infinitieven kunnen komen: _____
Options: Zul jij kunnen komen?, Zult, gekomen
Question 8
Bouw de zin met een toekomstige noodzaak: _____
Options: zullen, Je zult nog even moeten wachten., gewacht
Question 9
Bouw de zin met een toekomstige mogelijkheid: _____
Options: zal, gespeeld, De kinderen zullen kunnen spelen.
Question 10
Gebruik voor de vaste dienstregeling het presens: _____
Options: De trein vertrekt om acht uur., vertrekken, vertrokken
Practice Bouw zinnen met zullen with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw zinnen met zullen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.