Build the sentence

Bouw zinnen met zullen

Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.

0 / 10 sentences built0%

Question 1

Bouw de onzekere weersverwachting: _____

Options: Morgen zal het regenen., zult, geregend

Question 2

Bouw de neutrale zin met jij: _____

Options: zullen, Jij zult het nieuws horen., gehoord

Question 3

Bouw de verwachting over meerdere bezoekers: _____

Options: zal, gekomen, De bezoekers zullen komen.

Question 4

Doe een belofte op het spreekmoment: _____

Options: Ik zal je helpen., zult, geholpen

Question 5

Bied aan om zelf de deur dicht te doen: _____

Options: Zult, Zal ik de deur sluiten?, gesloten

Question 6

Doe een voorstel voor een gezamenlijke reis: _____

Options: Zal, genomen, Zullen we de bus nemen?

Question 7

Bouw de vraag met de twee infinitieven kunnen komen: _____

Options: Zul jij kunnen komen?, Zult, gekomen

Question 8

Bouw de zin met een toekomstige noodzaak: _____

Options: zullen, Je zult nog even moeten wachten., gewacht

Question 9

Bouw de zin met een toekomstige mogelijkheid: _____

Options: zal, gespeeld, De kinderen zullen kunnen spelen.

Question 10

Gebruik voor de vaste dienstregeling het presens: _____

Options: De trein vertrekt om acht uur., vertrekken, vertrokken

Practice Bouw zinnen met zullen with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw zinnen met zullen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.