Question 1
Zonder die tegenstrijdige cijfers zou de twijfel bij de accountant niet _____.
Options: hebben ontstaan, zijn ontstaan, was ontstaan
Kies de vorm die een onwerkelijke voorwaarde of een alternatief gevolg in het verleden correct uitdrukt.
Question 1
Zonder die tegenstrijdige cijfers zou de twijfel bij de accountant niet _____.
Options: hebben ontstaan, zijn ontstaan, was ontstaan
Question 2
Met een langere overstaptijd zouden we de laatste trein nog _____.
Options: zijn gehaald, hadden gehaald, hebben gehaald
Question 3
Zij zou eerder _____ als de trein had gereden.
Options: hebben gekomen, worden gekomen, zijn gekomen
Question 4
Als de redactie de fout tijdig had ontdekt, zou ze het artikel _____.
Options: hebben ingetrokken, zijn ingetrokken, hebben ingetrekten
Question 5
Als de reisleider ons eerder _____ gewaarschuwd, zouden we een andere route hebben genomen.
Options: was, had, zou had
Question 6
Als de mist eerder was opgetrokken, zouden de gestrande reizigers nog die avond _____.
Options: hebben vertrokken, zijn vertrekken, zijn vertrokken
Question 7
De onderzoekers zouden de afwijking hebben opgemerkt als ze de metingen opnieuw _____.
Options: hadden gecontroleerd, waren gecontroleerd, hadden controleren
Question 8
Als de delegatie eerder _____ aangekomen, zou de voorzitter haar nog hebben ontvangen.
Options: had, was, zou was
Question 9
Als de tunnel open was geweest, _____ we vóór middernacht op onze bestemming aangekomen.
Options: hadden, zouden, waren
Question 10
Hadden de onderhandelaars meer ruimte gekregen, dan _____ ze een compromis bereikt.
Options: hadden, waren, zouden
Question 11
Met een volledige inventaris zou de verzekeraar de schade sneller _____.
Options: zijn vergoed, hebben vergoed, hebben vergoedt
Question 12
Als de stukken compleet waren geweest, zou de bank de aanvraag _____.
Options: hebben niet afgewezen, niet hebben afgewezen, niet had afgewezen
Practice Vorm en tegenfeitelijk verleden with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vorm en tegenfeitelijk verleden in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.