Fill in the blank

Precies formuleren: vorm, ontkenning en tijd

Kies de grammaticaal juiste aanvulling of de interpretatie die bij de expliciete context past.

0 / 14 blanks filled0%

Question 1

Vul de modale constructie aan: “De beheerder dient de slagboom om zes uur _____ sluiten.”

Options: tot, te, als

Question 2

“Deze kaart dient als toegangsbewijs.” Het werkwoord “dient” betekent hier _____.

Options: is verplicht te handelen als, wordt verondersteld te handelen als, heeft de functie van

Question 3

“De kaart met wandelroutes behoort tot de bijlagen.” Hier drukt “behoort” _____ uit.

Options: een relatie van deel tot geheel, een verplichting om iets toe te voegen, een verwachting over toekomstig gedrag

Question 4

Kies de vervangende infinitief in deze terugblik: “De directie had de omwonenden eerder _____ te raadplegen.”

Options: gediend, dienen, diende

Question 5

Vul de twee verschillende gebruiken aan: “De penningmeester had de fout _____ te herstellen. Het oude kasboek had tot de verenigingsadministratie _____.”

Options: behoorde, behoord, behoren

Question 6

Vul de twee verschillende gebruiken aan: “De gids had de groep tijdig _____ te waarschuwen. Zij had het museum jarenlang als vrijwilliger _____.”

Options: diende, dienen, gediend

Question 7

De beoordeling vond uitsluitend vorig jaar plaats; over het huidige oordeel is niets bekend. Vul de verleden tijd in: “De leverancier _____ destijds geacht voldoende ervaring te hebben.”

Options: werd, wordt, zal worden

Question 8

“De sleutel wordt geacht vóór de verbouwing te zijn zoekgeraakt.” De voltooide infinitief geeft aan dat het zoekraken _____.

Options: tegelijk met de huidige aanname plaatsvindt en bewezen is, aan de huidige aanname voorafgaat, zonder daardoor bewezen te zijn, op de huidige aanname volgt, zonder daardoor bewezen te zijn

Question 9

“De accountant wordt geacht de bijlage al te hebben gelezen.” Kies de juiste analyse: _____.

Options: Zowel de beoordeling als het lezen wordt als toekomstig voorgesteld, De beoordeling is verleden; het lezen volgt daarop, De beoordeling is tegenwoordig; het veronderstelde lezen is eerder

Question 10

Een medewerker mag een kopie bewaren, maar is daartoe niet verplicht. Vul de zin zo aan dat afwezigheid van een plicht ondubbelzinnig wordt uitgedrukt: “U _____ geen kopie te bewaren.”

Options: hoeft, dient, behoort

Question 11

“Volgens de beroepscode behoort een bemiddelaar vertrouwelijke notities niet aan derden te geven.” De ontkenning betekent hier dat _____.

Options: het verstrekken naar eigen keuze wel of niet mag, het verstrekken van de notities tegen de norm ingaat, de beroepscode geen uitspraak over het verstrekken doet

Question 12

Een redacteur verduidelijkt “De inspecteur wordt niet geacht op kantoor te zijn”. Bedoeld is uitsluitend: de instantie doet geen aanname over zijn aanwezigheid, niet dat zij afwezigheid verwacht. Kies: “_____.”

Options: De instantie verwacht dat de inspecteur afwezig is, De inspecteur hoeft niet op kantoor te zijn, De instantie neemt niet aan dat de inspecteur op kantoor is

Practice Precies formuleren: vorm, ontkenning en tijd with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Precies formuleren: vorm, ontkenning en tijd in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.