Build the sentence

Bouw zinnen met er en een voorzetsel

Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.

0 / 10 sentences built0%

Question 1

De bus is al genoemd. Zeg kort dat je op de bus wacht: _____

Options: Ik wacht erop., eraan, wachten

Question 2

Het plan is al bekend. Zeg zonder herhaling dat jullie over het plan praten: _____

Options: ervan, We praten erover., praat

Question 3

De afspraak is al genoemd. Vraag of iemand eraan denkt: _____

Options: erop, denkt, Denk je eraan?

Question 4

Het programma is al genoemd. Vraag of iemand met het programma kan werken: _____

Options: Kun je ermee werken?, ermet, werkte

Question 5

Je wacht al een uur op de genoemde uitslag. Plaats al een uur tussen er en op: _____

Options: eraan, Ik wacht er al een uur op., wachten

Question 6

Jullie praten na de lunch over het bekende voorstel. Plaats de tijd tussen er en over: _____

Options: ervan, praatte, Wij willen er na de lunch over praten.

Question 7

De trein is al genoemd en je hebt lang op die trein gewacht. Bouw de gesplitste vorm: _____

Options: Ik heb er lang op gewacht., eraan, wachten

Question 8

Jullie overwegen de keuken te verbouwen. Bouw de zin met denken aan: _____

Options: ervan, We denken eraan om de keuken te verbouwen., dachten

Question 9

Noor is een persoon. Zeg dat je op haar wacht en gebruik dus geen erop: _____

Options: hem, wachten, Ik wacht op haar.

Question 10

Het gaat om aantrekken, niet om trekken aan iets. Bouw de zin met de laarzen: _____

Options: Zij trekt haar laarzen aan., eraan, trekken

Practice Bouw zinnen met er en een voorzetsel with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw zinnen met er en een voorzetsel in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.