Question 1
De kok woog voor elk broodje precies evenveel deeg af, _____.
Options: zodat de broodjes even groot werden, waardoor werden de broodjes even groot, zodat de broodjes werden even groot
Kies de verbinding die in de zin past.
Question 1
De kok woog voor elk broodje precies evenveel deeg af, _____.
Options: zodat de broodjes even groot werden, waardoor werden de broodjes even groot, zodat de broodjes werden even groot
Question 2
Het raam sloeg door een harde windstoot dicht, _____.
Options: waardoor brak het glas, waardoor het glas brak, daardoor het glas brak
Question 3
We plaatsen een bord bij de parkeerplaats, _____ bezoekers de ingang meteen kunnen vinden.
Options: waardoor, zodat, want
Question 4
De gemeente plaatste extra lampen. _____ werd het plein aantoonbaar veiliger.
Options: Daardoor, Want, Doordat
Question 5
De lift viel plotseling uit, _____ bewoners de trap moesten nemen.
Options: waardoor, daardoor, want
Question 6
Er ontstond kortsluiting, _____.
Options: waardoor viel het alarmsysteem uit, daardoor het alarmsysteem uitviel, waardoor het alarmsysteem uitviel
Question 7
Het examen is pas morgen. We oefenden gisteren het gesprek, zodat we tijdens dat examen minder zenuwachtig _____.
Options: zouden zijn, waren, zijn geweest
Question 8
Het vroor de hele nacht. De fietspaden waren _____ glad.
Options: daarom, daardoor, want
Question 9
Houd de deur even open, zodat _____.
Options: ik kan met de kinderwagen naar binnen, kan ik met de kinderwagen naar binnen, ik met de kinderwagen naar binnen kan
Question 10
Een steen raakte de voorruit, _____ er een barst in het glas ontstond.
Options: waardoor, want, daardoor
Question 11
Snijd het brood in kleine stukjes, zodat _____.
Options: kan de peuter het zelf eten, de peuter het zelf kan eten, de peuter kan het zelf eten
Question 12
De hond beet in de ballon, _____.
Options: waardoor ging die met een harde knal kapot, daardoor die met een harde knal kapotging, waardoor die met een harde knal kapotging
Question 13
Ik zet de vergadering in de agenda, _____ niemand hem vergeet.
Options: daardoor, zodat, waardoor
Question 14
De school opende later, _____ ouders hun planning moesten aanpassen.
Options: want, waardoor, daardoor
Question 15
De spreker wilde ook achterin verstaanbaar zijn. _____ besloot hij een microfoon te gebruiken.
Options: Omdat, Doordat, Daarom
Practice Resultaat, doel en oorzaak with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Resultaat, doel en oorzaak in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.