Fill in the blank

Resultaat, doel en oorzaak

Kies de verbinding die in de zin past.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

De kok woog voor elk broodje precies evenveel deeg af, _____.

Options: zodat de broodjes even groot werden, waardoor werden de broodjes even groot, zodat de broodjes werden even groot

Question 2

Het raam sloeg door een harde windstoot dicht, _____.

Options: waardoor brak het glas, waardoor het glas brak, daardoor het glas brak

Question 3

We plaatsen een bord bij de parkeerplaats, _____ bezoekers de ingang meteen kunnen vinden.

Options: waardoor, zodat, want

Question 4

De gemeente plaatste extra lampen. _____ werd het plein aantoonbaar veiliger.

Options: Daardoor, Want, Doordat

Question 5

De lift viel plotseling uit, _____ bewoners de trap moesten nemen.

Options: waardoor, daardoor, want

Question 6

Er ontstond kortsluiting, _____.

Options: waardoor viel het alarmsysteem uit, daardoor het alarmsysteem uitviel, waardoor het alarmsysteem uitviel

Question 7

Het examen is pas morgen. We oefenden gisteren het gesprek, zodat we tijdens dat examen minder zenuwachtig _____.

Options: zouden zijn, waren, zijn geweest

Question 8

Het vroor de hele nacht. De fietspaden waren _____ glad.

Options: daarom, daardoor, want

Question 9

Houd de deur even open, zodat _____.

Options: ik kan met de kinderwagen naar binnen, kan ik met de kinderwagen naar binnen, ik met de kinderwagen naar binnen kan

Question 10

Een steen raakte de voorruit, _____ er een barst in het glas ontstond.

Options: waardoor, want, daardoor

Question 11

Snijd het brood in kleine stukjes, zodat _____.

Options: kan de peuter het zelf eten, de peuter het zelf kan eten, de peuter kan het zelf eten

Question 12

De hond beet in de ballon, _____.

Options: waardoor ging die met een harde knal kapot, daardoor die met een harde knal kapotging, waardoor die met een harde knal kapotging

Question 13

Ik zet de vergadering in de agenda, _____ niemand hem vergeet.

Options: daardoor, zodat, waardoor

Question 14

De school opende later, _____ ouders hun planning moesten aanpassen.

Options: want, waardoor, daardoor

Question 15

De spreker wilde ook achterin verstaanbaar zijn. _____ besloot hij een microfoon te gebruiken.

Options: Omdat, Doordat, Daarom

Practice Resultaat, doel en oorzaak with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Resultaat, doel en oorzaak in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.