Question 1
Bouw de zin over ontbrekende noodzaak: _____
Options: Vandaag hoef je niet te werken., hoeft, werkte
Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.
Question 1
Bouw de zin over ontbrekende noodzaak: _____
Options: Vandaag hoef je niet te werken., hoeft, werkte
Question 2
Een afspraak maken is voor u niet nodig. Bouw de zin met geen: _____
Options: moet, U hoeft geen afspraak te maken., maakte
Question 3
Bouw de zin met een beperking: _____
Options: hoeven, tekent., Alleen jij hoeft te tekenen.
Question 4
Bouw de vraag naar noodzaak: _____
Options: Hoef jij dit af te maken?, Hoeft, maakt?
Question 5
Bouw het ontkennende antwoord op een vraag naar noodzaak: _____
Options: moet, Nee, u hoeft niet te betalen., betaalde
Question 6
Je hebt genoeg moed om de manager te bellen. Bouw de zin met durven te: _____
Options: durft, belde, Ik durf de manager te bellen.
Question 7
Bouw de zin over gebrek aan moed: _____
Options: Hij durft niet te fietsen., durven, fietste
Question 8
Gebruik bij opbellen bewust de standaardvariant van durven zonder te. Bouw de zin: _____
Options: op, Ik durf hem niet opbellen., hoef
Question 9
Bouw de zin in het imperfectum: _____
Options: hoeven, wachtten, Gisteren hoefden we niet te wachten.
Question 10
Achteraf bleek dat wachten niet nodig was. Gebruik het perfectum met hoeven wachten zonder te: _____
Options: We hebben niet hoeven wachten., gehoefd, te
Practice Bouw zinnen met hoeven en durven with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw zinnen met hoeven en durven in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.