Question 1
Noor ziet 's nachts de _____ aan de hemel.
Options: man, maan, men
Kies de spelling die bij de betekenis van de zin past.
Question 1
Noor ziet 's nachts de _____ aan de hemel.
Options: man, maan, men
Question 2
Na een lange dag gaat Amir om negen uur naar _____.
Options: bied, beed, bed
Question 3
De witte trui lag in de modder en is nu _____.
Options: vies, vis, ves
Question 4
Wij varen met een _____ op het water.
Options: bod, bot, boot
Question 5
Voor school neemt Lotte lijn 4; bij de halte stapt ze in de _____.
Options: buus, bus, buur
Question 6
Omdat de man naast ons woont, noemen we hem onze _____.
Options: buis, bur, buur
Question 7
Na het sporten heeft Yara pijn aan haar _____.
Options: been, ben, bien
Question 8
Door het open _____ komt frisse lucht de kamer in.
Options: rem, ram, raam
Question 9
Tijdens de wandeling rent de hond tussen de bomen in het _____.
Options: boos, bos, bus
Question 10
Zeg het woord kamer hardop. De e klinkt _____.
Options: dof, lang, kort
Question 11
De foto hangt recht aan de witte _____ van de woonkamer.
Options: moer, mur, muur
Question 12
De zwarte _____ slaapt rustig op de bank.
Options: kaat, kat, kap
Question 13
Het water in de smalle _____ stroomt tussen de weilanden door.
Options: beek, bek, biek
Question 14
In het water zwemt een kleine _____.
Options: vies, vis, ves
Question 15
Zeg bomen hardop. De eerste o klinkt _____.
Options: lang, kort, dof
Practice Klinkers in de buurt with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Klinkers in de buurt in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.