Question 1
Noor heeft zes planten. Amir heeft _____.
Options: er vier, vier er, ze vier
Vervang het bekende telbare zelfstandig naamwoord door er en behoud de hoeveelheid.
Question 1
Noor heeft zes planten. Amir heeft _____.
Options: er vier, vier er, ze vier
Question 2
Hoeveel toegangsbewijzen hebben jullie nog? We hebben _____.
Options: nog één er, er nog één, er nog ene
Question 3
De winkel verkocht gisteren veel lampen en heeft _____ bijbesteld.
Options: vandaag veel er, er vandaag er veel, er vandaag veel
Question 4
Er waren twintig ontwerpen, maar de commissie besprak _____.
Options: er enkele, er enkelen, enkele er
Question 5
Voor het diner zijn twaalf glazen nodig. We hebben _____.
Options: genoeg er, er genoeg, ze genoeg
Question 6
We hadden koekjes, maar nu hebben we _____ meer.
Options: geen er, er niet, er geen
Question 7
Van de vijftien voorstellen hebben we _____ uitvoerig besproken.
Options: er een paar, er paar, een paar er
Question 8
De verzamelaar bezit honderden munten en heeft _____ uit de jaren zestig.
Options: een heleboel er, er een heleboel, er er een heleboel
Question 9
Ik heb vijf handdoeken nodig en kocht _____ en drie blauwe.
Options: er twee wit, twee witte er, er twee witte
Question 10
We bekeken acht appartementen en vonden _____.
Options: er drie die rustig lagen, drie er die rustig lagen, er drie dat rustig lagen
Question 11
De vazen waren afgeprijsd. Gisteren _____ drie gekocht.
Options: ik heb er, heb ik er, heb er ik
Question 12
De formulieren liggen klaar. Hoeveel heb je _____ ingevuld?
Options: ze, die, er
Question 13
De fotograaf maakte veertig portretten, maar publiceerde _____.
Options: er vijf, vijf er, er er vijf
Question 14
Hoeveel pakketten liggen klaar? We kunnen _____ ophalen.
Options: nog maar drie er, er nog maar drie, ze nog maar drie
Question 15
De gids zegt dat hij van de twaalf routes _____ goed kent.
Options: zes er, er er zes, er zes
Practice Aantallen zonder herhaling with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Aantallen zonder herhaling in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.