Question 1
Die nieuwe mokken zijn mooi. Heb je _____ besteld?
Options: er vier, vier er, vier besteld er
Kies de natuurlijke woordvolgorde met kwantitatief er in vragen, bijzinnen en langere zinnen.
Question 1
Die nieuwe mokken zijn mooi. Heb je _____ besteld?
Options: er vier, vier er, vier besteld er
Question 2
Van de tien stoelen weet ik niet of we _____ moeten vervangen.
Options: nog maar twee er, er nog maar twee, nog er maar twee
Question 3
De dozen zijn ingepakt. We zijn blij omdat we _____ kunnen versturen.
Options: vandaag vijf er, vijf er vandaag, er vandaag vijf
Question 4
De exemplaren liggen klaar. Hoeveel kun je _____ meenemen?
Options: er, die, ze
Question 5
Van de blauwe truien heb ik _____ gepast.
Options: verschillende er, er verschillende, er verschillenden
Question 6
De winkel ontving vijftig aanvragen, maar keurde _____ goed.
Options: weinig er, er weinigen, er weinig
Question 7
Van de zes jassen liggen _____ in de etalage.
Options: er twee rode, twee rode er, er twee rood
Question 8
We zochten tien vrijwilligers en vonden _____ die in het weekend konden.
Options: drie er, er drie, drieën er
Question 9
De school bestelde acht schilderijen. _____ al zes boven de trap.
Options: Er er hangen, Hangen er, Er hangen er
Question 10
Van de negen lampen _____ gisteren vier vervangen.
Options: zijn er, er zijn, zijn vier er
Question 11
De bibliotheek heeft twintig tijdschriften; ik heb _____ over reizen gaan.
Options: er drie geleend dat, er drie geleend die, drie er geleend die
Question 12
De gasten vroegen of er nog koekjes waren, maar ik zei dat we _____ meer hadden.
Options: geen er, er er geen, er geen
Question 13
Ik zag twaalf fietsen in de winkel en heb _____ getest.
Options: er een aantal, een aantal er, er aantal
Question 14
We hadden genoeg handdoeken; nu hebben we _____ meer.
Options: niet genoeg er, er niet genoeg, er geen genoeg
Question 15
We hebben vier printers nodig en _____ morgen twee ophalen.
Options: er kunnen, kunnen twee er, kunnen er
Practice Plaats en beschrijving met kwantitatief er with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Plaats en beschrijving met kwantitatief er in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.