Question 1
Sara schrijft een onbekende naam op. Tegen haar klasgenoot vraagt ze: Hoe _____ je dat?
Options: spelt, spel, spellen
Kies het woord of de spelling die past in elk gesprek.
Question 1
Sara schrijft een onbekende naam op. Tegen haar klasgenoot vraagt ze: Hoe _____ je dat?
Options: spelt, spel, spellen
Question 2
Bij de balie vraagt Amir beleefd: Hoe _____ u uw achternaam?
Options: spel, spellen, spelt
Question 3
Nina geeft de letters van Bos: Dat _____ je B-O-S.
Options: spellen, spel, spelt
Question 4
Op het briefje is de tweede letter onduidelijk. Mila vraagt: Is dat een B _____ een D?
Options: en, van, of
Question 5
Je hebt de gegeven letters niet kunnen noteren en wilt ze nog een keer. Je vraagt beleefd: Kunt u dat _____?
Options: controleren, veranderen, herhalen
Question 6
Op het formulier staat M-I-L-A. Welke geschreven reeks noemt deze letters? _____.
Options: el – ie – em – aa, em – ie – el – aa, em – el – ie – aa
Question 7
Naast de letter M staat op een oefenkaart de juiste Nederlandse letternaam: _____.
Options: en, el, em
Question 8
Voor een duidelijke spelling zeg je eerst het hele woord en daarna _____.
Options: alleen de laatste letter, elke letter langzaam, meteen een ander woord
Question 9
Bakker kun je kort spellen als B-A-_____-E-R.
Options: dubbele B, dubbele K, dubbele R
Question 10
Je schrijft alle letters apart. Welke reeks is de juiste spelling van Bakker? B-A-_____-E-R.
Options: K, C-K, K-K
Question 11
Op een kaart staat de letter D. Welke verduidelijking volgt de regel letter eerst, voorbeeldwoord daarna? _____.
Options: Daan van D, B van Daan, D van Daan
Question 12
Bij de uitleg P van Peter is Peter alleen een voorbeeldwoord. Voor de spelling van Pim gebruik je als eerste letter _____.
Options: Peter, P-Peter, P
Question 13
Na het spellen zegt Omar: Dus V-O-S. _____?
Options: Waar woont u, Klopt dat, Hoe heet u
Question 14
Kies de passende aanspreekvormen: bij een onbekende medewerker meestal _____, bij een vriend meestal _____.
Options: je, ze, u, hij
Practice Namen spellen en controleren with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Namen spellen en controleren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.