Fill in the blank

Constructies vergelijken: vorm, betekenis en status

Kies de aanvulling die past bij de genoemde constructie en het aangegeven gebruikskader. Beoordeel nationale standaardvarianten niet op persoonlijke vertrouwdheid.

0 / 22 blanks filled0%

Question 1

Vergelijk «De bezoeker heeft kunnen komen» en «De bezoeker is kunnen komen». De variant met «is» is _____.

Options: standaardtaal in het hele taalgebied, standaardtaal in België, maar niet algemeen standaardtalig in Nederland, geen standaardtaal in België of Nederland

Question 2

Vul de werkwoordgroep in: «De technicus heeft vandaag niet _____ komen».

Options: gekund, kunt, kunnen

Question 3

In «omdat de medewerker de bijlage heeft verstuurd» staat de _____ volgorde; in «omdat de medewerker de bijlage verstuurd heeft» staat de _____ volgorde.

Options: rode, groene, dialectale

Question 4

Een redacteur noemt «omdat de student de tekst moeten bestuderen had» de Belgische standaardvolgorde. Dat oordeel is _____.

Options: juist: elke volgorde met het hulpwerkwoord achteraan is Belgische standaardtaal, onjuist: deze volgorde is dialectaal of perifeer, niet de Belgische standaardvolgorde, onjuist: deze volgorde is uitsluitend Nederlands-Nederlandse standaardtaal

Question 5

In «Een bestelwagen kwam aanrijden» en «Een bestelwagen kwam aangereden» zijn de twee constructies _____. In «De voetganger werd door een bestelwagen aangereden» is «aangereden» onderdeel van _____.

Options: respectievelijk uitsluitend NN en uitsluitend BN, respectievelijk standaardtalig en niet-standaardtalig, standaardtalig in het hele taalgebied, een passieve constructie met de betekenis botsen tegen, een constructie met komen die het verschijnen presenteert, een modale constructie met een vervangende infinitief

Question 6

Een Belgisch gemeentebestuur schrijft: «Wij vragen dat bewoners hun afval sorteren». Het patroon «vragen dat + bijzin» is hier _____.

Options: geen standaardtaal, ook niet in België, standaardtaal in België, uitsluitend standaardtaal in Nederland

Question 7

Welke reeks bevat uitsluitend algemeen standaardtalige aanvullingspatronen? «De vereniging vraagt _____».

Options: om hulp / de leden om te helpen / van de leden dat zij helpen, om hulp / de leden om helpen / van de leden dat zij helpen, om hulp / de leden om te helpen / van de leden om zij helpen

Question 8

Het gaat om gewone beschrijvingen, niet om namen of vaste verbindingen: «Een _____ raam staat naast het _____ raam».

Options: smalle, smal, smallen, breed, breden, brede

Question 9

Een onderzoeker vergelijkt verbogen en onverbogen bijvoeglijke naamwoorden vóór een het-woord in krantenkoppen zonder lidwoord. Een nationaal frequentieverschil daarin rechtvaardigt _____.

Options: het vrij weglaten van de buigings-e na het in Belgische lopende tekst, het oordeel dat elke verbogen vorm zonder lidwoord fout is, een beschrijving van kopstijl, niet het afschaffen van de gewone buigingsregels

Question 10

Een Belgische routebeschrijving vermeldt «de rechtse deur». Een verkiezingsverslag noemt «een rechtse partij». Een automatische vervanging van «rechtse» door een vorm met «rechter» is _____.

Options: ongeschikt: de ruimtelijke BN-vorm is standaardtalig en de politieke betekenis vraagt geen rechter-vorm, verplicht: rechtse is in beide betekenissen niet-standaardtalig, verplicht: rechter drukt overal precies dezelfde politieke betekenis uit

Question 11

Classificeer «De tegel viel in twee» in de betekenis «in twee delen», zonder uitgedrukt zelfstandig naamwoord: _____. «De tegel viel in twee stukken» is _____.

Options: standaardtaal in het hele taalgebied, standaardtaal in België, geen standaardtaal in België, uitsluitend standaardtaal in België, geen standaardtaal wegens het ontbreken van tweeën

Question 12

Vijf collega’s beschrijven zichzelf als één groep: «Wij zijn met vijf» is _____; «Wij komen met vijven» is in de bedoelde groepsbetekenis _____.

Options: geen standaardtaal, uitsluitend standaardtaal in Nederland, standaardtaal in België, standaardtaal in het hele taalgebied, uitsluitend standaardtaal in België

Question 13

Voor een technische beschrijving die in Nederland en België algemeen standaardtalig moet zijn, kiest de redacteur: «Het lint is _____ lang».

Options: drie meter en een half, drieënhalve meter, drie en een half meter

Question 14

Kies voor beide zinnen standaardtaal. Het tweede voornaamwoord is nadrukkelijk beklemtoond: «_____ hebben de deelnemers gebeld. De organisator heeft juist _____ uitgenodigd, niet de begeleiders».

Options: Hun, Hen, Zij, hen, hun, ze

Question 15

Vul de standaardtalige vormen in: «De secretaris gaf _____ meteen antwoord op _____ verzoek».

Options: hen, hun, zij

Practice Constructies vergelijken: vorm, betekenis en status with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Constructies vergelijken: vorm, betekenis en status in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.