Fill in the blank

Terugblikken en terugkeren

Kies de vormen die tijdsprongen en terugkeer naar de verhaallijn helder markeren.

0 / 21 blanks filled0%

Question 1

Ik liep het magazijn binnen. De leverancier _____ de dozen een uur eerder _____.

Options: had, hadden, was, brengen, gebracht, bracht

Question 2

Vorige week _____ de politie een doorbraak _____; de zaak is nu bijna rond. De speurders hadden nieuw beeldmateriaal ontvangen.

Options: hebben, heeft, is, melden, meldde, gemeld

Question 3

In 2018 verhuisde Noor naar Gent. Daarvoor _____ ze tien jaar in Breda _____.

Options: hadden, was, had, wonen, gewoond, woonde

Question 4

De chauffeur merkte de omleiding te laat op, hoewel de gemeente die de dag ervoor _____ _____.

Options: had, was, hadden, bekendmaken, maakte bekend, bekendgemaakt

Question 5

Ik heb nu eindelijk begrepen waarom de oude machine die avond uitviel. Terwijl ik de handleiding _____, viel plotseling ook het licht uit.

Options: gelezen, las, lezen

Question 6

De lichten waren uit. Het personeel _____ het gebouw al _____.

Options: waren, hadden, had, verlaten, verliet, verlaat

Question 7

Nadat de jury alle inzendingen _____ _____, maakte zij de winnaar bekend.

Options: was, had, hadden, beoordelen, beoordeelde, beoordeeld

Question 8

We hadden drie dagen door de bergen gelopen. Daarna _____ we eindelijk het dal.

Options: hebben bereikt, hadden bereikt, bereikten

Question 9

De wetenschappers _____ dit jaar meerdere afwijkingen _____; het onderzoek loopt nog.

Options: hebben, heeft, zijn, vaststellen, vastgesteld, stelden vast

Question 10

Toen de wekker ging, _____ zij al een uur aan haar verslag _____.

Options: was, had, hadden, gewerkt, werken, werkte

Question 11

Toen ik de curator bij de opening zag, herkende ik haar meteen. We hadden vijftien jaar eerder in hetzelfde museum samengewerkt. Destijds _____ ik daar de rondleidingen.

Options: verzorgen, verzorgd, verzorgde

Question 12

Sinds de software-update _____ we geen enkele storing meer _____; het systeem draait nog steeds probleemloos.

Options: hebben, zijn, heeft, gehad, hadden

Practice Terugblikken en terugkeren with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Terugblikken en terugkeren in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.