Fill in the blank

Voorwerpen in dagelijkse zinnen

Kies het voornaamwoord of de woordvolgorde die past. Gebruik bij hen en hun de regel van de verzorgde standaardtaal.

0 / 16 blanks filled0%

Question 1

Ik zie de buurvrouw bij de winkel. Ik groet _____.

Options: haar, hen, het

Question 2

Mijn zus is haar fiets kwijt. Ik leen _____ mijn fiets.

Options: hen, haar, het

Question 3

Mijn broer wil alleen met mij praten. Hij belt niet jou, maar _____.

Options: ik, me, mij

Question 4

Ik laat _____ straks de nieuwe foto zien.

Options: je, jij, jouw

Question 5

Meneer De Wit, ik stuur _____ morgen een bevestiging.

Options: het, u, jij

Question 6

Omar staat bij de ingang. We zien _____ al.

Options: hun, het, hem

Question 7

Het boek is goedkoop, dus ik koop _____ vandaag.

Options: het, hem, hij

Question 8

Wij krijgen een uitnodiging voor het feest van de buren. Ze nodigen _____ uit.

Options: hun, ons, het

Question 9

Jullie praten zacht, maar ik hoor _____ goed.

Options: hun, zij, jullie

Question 10

Mila en Noor staan bij het station. Ik zie _____ daar.

Options: ze, zij, hun

Question 11

De gasten willen koffie. Ik geef _____ meteen een kopje.

Options: hen, ze, het

Question 12

De kinderen krijgen samen een cadeau. Ik zie _____ bij de deur en _____.

Options: hun, zij, hen, geef het hun, geef hun het, het hun geef

Question 13

De klanten hebben informatie nodig. Ik stuur _____ het bericht.

Options: hen, hun, zij

Question 14

De klant wacht. Ik stuur het bericht _____.

Options: aan hij, aan hem, aan zijn

Question 15

Jij hebt gewonnen! De prijs is niet voor mij, maar voor _____.

Options: jij, je, jou

Practice Voorwerpen in dagelijkse zinnen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Voorwerpen in dagelijkse zinnen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.