Question 1
Ik zie de buurvrouw bij de winkel. Ik groet _____.
Options: haar, hen, het
Kies het voornaamwoord of de woordvolgorde die past. Gebruik bij hen en hun de regel van de verzorgde standaardtaal.
Question 1
Ik zie de buurvrouw bij de winkel. Ik groet _____.
Options: haar, hen, het
Question 2
Mijn zus is haar fiets kwijt. Ik leen _____ mijn fiets.
Options: hen, haar, het
Question 3
Mijn broer wil alleen met mij praten. Hij belt niet jou, maar _____.
Options: ik, me, mij
Question 4
Ik laat _____ straks de nieuwe foto zien.
Options: je, jij, jouw
Question 5
Meneer De Wit, ik stuur _____ morgen een bevestiging.
Options: het, u, jij
Question 6
Omar staat bij de ingang. We zien _____ al.
Options: hun, het, hem
Question 7
Het boek is goedkoop, dus ik koop _____ vandaag.
Options: het, hem, hij
Question 8
Wij krijgen een uitnodiging voor het feest van de buren. Ze nodigen _____ uit.
Options: hun, ons, het
Question 9
Jullie praten zacht, maar ik hoor _____ goed.
Options: hun, zij, jullie
Question 10
Mila en Noor staan bij het station. Ik zie _____ daar.
Options: ze, zij, hun
Question 11
De gasten willen koffie. Ik geef _____ meteen een kopje.
Options: hen, ze, het
Question 12
De kinderen krijgen samen een cadeau. Ik zie _____ bij de deur en _____.
Options: hun, zij, hen, geef het hun, geef hun het, het hun geef
Question 13
De klanten hebben informatie nodig. Ik stuur _____ het bericht.
Options: hen, hun, zij
Question 14
De klant wacht. Ik stuur het bericht _____.
Options: aan hij, aan hem, aan zijn
Question 15
Jij hebt gewonnen! De prijs is niet voor mij, maar voor _____.
Options: jij, je, jou
Practice Voorwerpen in dagelijkse zinnen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Voorwerpen in dagelijkse zinnen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.