Fill in the blank

Nadruk, hen en hun

Kies de passende voorwerpsvorm. Gebruik verzorgde standaardtaal en schrijf zonder apostrofvormen, zoals in een neutrale e-mail. Let op nadruk bij een tegenstelling.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

De docent kiest niet jou, maar _____.

Options: mij, me, mijn

Question 2

Ik bedoel niet je broer, maar _____.

Options: je, jou, jouw

Question 3

De manager ziet de medewerkers elke dag. Hij ziet _____ elke dag.

Options: hun, zij, hen

Question 4

De medewerkers gaan naar kantoor. Ik ga met _____ mee.

Options: hen, hun, zij

Question 5

De gasten wachten op koffie. Ik geef _____ koffie.

Options: hen, hun, zij

Question 6

Ik geef de documenten aan de medewerkers. Ik geef ze aan _____.

Options: hun, zij, hen

Question 7

De buren staan buiten en ik zie _____.

Options: ze, hun, zij

Question 8

De gasten hebben dorst, dus ik geef _____ water.

Options: zij, ze, hen

Question 9

De klant heeft een vraag. Ik bel _____ morgen terug.

Options: 'm, hij, hem

Question 10

Daan ontvangt een kopie van deze e-mail. Wilt u _____ ook de bijlage sturen?

Options: hem, 'm, zijn

Question 11

Onze nieuwe collega heeft nog geen rooster. Ik stuur _____ de planning.

Options: d'r, haar, zij

Question 12

Mevrouw Smit heeft een afspraak aangevraagd. Wilt u _____ een bevestiging sturen?

Options: zij, d'r, haar

Question 13

Uw pakket is aangekomen. Ik bewaar _____ voor u.

Options: het, 't, hij

Question 14

Het formulier staat in de bijlage. Wilt u _____ ondertekenen?

Options: 't, het, hij

Question 15

Die vraag is niet voor mijn collega, maar voor _____.

Options: me, ik, mij

Practice Nadruk, hen en hun with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Nadruk, hen en hun in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.