Fill in the blank

Uitspraakvariatie: kenmerken en patronen

Kies de aanvulling die volgens de les bij de beschreven gegevens past. Alle benodigde waarnemingen staan in de tekst; je hoeft geen accent te beluisteren.

0 / 12 blanks filled0%

Question 1

In een onderzoek verschilt de uitspraak zowel tussen leeftijdsgroepen als tussen gesprekssituaties. De onderzoekers moeten deze verschillen _____.

Options: als één geografisch verschil behandelen, naar generatie en stijl onderscheiden, uitsluitend aan taalcontact toeschrijven

Question 2

Twee zussen groeiden samen op, maar gebruiken niet precies dezelfde regionale klanken. Volgens de les betekent dit dat _____.

Options: een van beiden haar regionale repertoire volledig heeft verloren, de geografische achtergrond bij minstens een van beiden verkeerd is vastgesteld, een gedeelde herkomst geen identiek uitspraakrepertoire garandeert

Question 3

De aantekeningen vermelden alleen: ‘De g wordt achter in de mond gevormd en klinkt sterk schurend.’ Dit is in de eerste plaats _____.

Options: een beschrijving van de articulatie, een bepaling van de woonplaats, een beoordeling van de taalbeheersing

Question 4

Een onderzoeker wil bij g en ch verder gaan dan de labels ‘hard’ en ‘zacht’. Welke reeks bevat uitsluitend uitspraakkenmerken die de les hiervoor noemt? _____.

Options: Articulatieplaats, letterkeuze en mate van wrijving, Articulatieplaats, stemgeving en mate van wrijving, Letterkeuze, woordbetekenis en stemgeving

Question 5

Een relatief voorin gevormde, weinig schurende g komt in een fragment herhaaldelijk voor. Volgens de les past daarbij de uitspraak: ‘Dit kenmerk _____.’

Options: bewijst een Belgische herkomst en sluit een Nederlandse herkomst uit, bepaalt de herkomst onafhankelijk van de spreekstijl, komt veel voor in België en Zuid-Nederland, maar bepaalt geen exacte herkomst

Question 6

Voor een vergelijking van g en ch worden woorden verzameld. Om de fonetische omgeving mee te nemen, moet de onderzoeker _____.

Options: woordpositie, samenstellingen en aangrenzende klanken registreren, alleen het aantal letters per woord registreren, alle g- en ch-realisaties zonder positieverschil samenvoegen

Question 7

Bij dezelfde spreker is de r in ring rollend en in deur zwak benaderend. Volgens de les moet de analyse _____.

Options: de zwakke realisatie als fout uitsluiten van het repertoire, beide realisaties per positie beschrijven zonder één ervan als fout te bestempelen, de begin-r als enige representatieve r van de spreker nemen

Question 8

Een analyse onderscheidt vier r-omgevingen: woordbegin, tussen klinkers, na een medeklinker en na een klinker vóór een medeklinker. De r in arm hoort bij _____.

Options: tussen klinkers, na een medeklinker, na een klinker vóór een medeklinker

Question 9

Om bij r-variatie de invloed van de klankomgeving en het tempo te onderzoeken, is het meest gerichte rooster: _____.

Options: positie, voorafgaande klinker, volgende klank en spreektempo, woonplaats, provincie, landsdeel en nationaliteit, woordlengte, spelling, lettertype en leestekens

Question 10

Een onderzoeker vergelijkt de klinkers in vijf woorden met ui van dezelfde spreker. Volgens de les moet de analyse letten op _____.

Options: alleen de duur, omdat het begin- en eindpunt van ui vaststaan, beginpunt, bewegingsrichting, duur en invloed van de volgende medeklinker, alleen het beginpunt, omdat de volgende medeklinker geen invloed kan hebben

Question 11

In de opnames klinken ee en oo bij de ene spreker sterker tweeklankachtig dan bij de andere. Volgens de les is dit _____.

Options: een afwijking, omdat ee en oo nooit tweeklankachtig mogen klinken, een sluitend middel om beide sprekers een nationaliteit toe te kennen, een mogelijke uitspraakvariatie, geen bewijs dat de spelling moet veranderen

Question 12

Een redacteur schrijft een orthografisch transcript. De g in geven klinkt zacht en de ij in blijven opvallend open. De redacteur gebruikt _____.

Options: de gewone woordspelling, met g en met i en j als twee tekens, ch in plaats van g om de zachte uitspraak weer te geven, een ij-ligatuur in plaats van twee tekens om de open uitspraak te markeren

Practice Uitspraakvariatie: kenmerken en patronen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Uitspraakvariatie: kenmerken en patronen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.