Question 1
Welke verbinding kan vóór het fragment staan? Gebruik de woordvolgorde uit de les voor verzorgde schrijftaal.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Welke verbinding kan vóór het fragment staan? Gebruik de woordvolgorde uit de les voor verzorgde schrijftaal.
Question 2
Sorteer de toegevingen: de spreker beschrijft wat gisteren werkelijk gebeurde, of overweegt wat morgen zou kunnen gebeuren.
Question 3
Waar past de hoofdzin volgens de les: direct na een vooropstaande hoewel-bijzin, of na een ook-al-zin of het verbindende maar? Er staat geen toch vooraan.
Question 4
Sorteer de zinnen op correcte of incorrecte woordvolgorde na hoewel en ook al.
Practice Toegeving met hoewel en ook al - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Toegeving met hoewel en ook al - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.