Fill in the blank

Voltooiing, berichten en bedoelingen

Kies de vorm of betekenis die bij de volledige context past. Let op het tijdanker en op wat de spreker met de uitspraak doet.

0 / 12 blanks filled0%

Question 1

Vandaag is het maandag. De planner zegt: “Uiterlijk donderdag zal de schilder alle deuren hebben geverfd.” Het verven wordt voorgesteld als _____.

Options: een gewoonte zonder concreet tijdanker, voltooid tegen een toekomstig tijdstip, een waargenomen handeling van vorige week

Question 2

De schilder is nergens te zien en alle deuren zien er fris uit. “Hij zal ze al geverfd hebben.” De spreker _____.

Options: belooft zelf de deuren te verven, kondigt uitsluitend een toekomstige start aan, vermoedt dat het verven al klaar is

Question 3

Het is nog ochtend. Volgens de planning zal de laatste gast tegen middernacht _____ vertrokken.

Options: zijn, hebben, worden

Question 4

De bezoekers zijn weg en hun auto staat er niet meer. “Ze zullen al naar huis _____ zijn.”

Options: gaan, gegaan, gingen

Question 5

Vorige dinsdag zei Eva: “Ik kom vrijdag terug.” Je vertelt nu wat ze toen aankondigde: “Eva zei dinsdag dat ze vrijdag _____ terugkomen.”

Options: zouden, zult, zou

Question 6

In haar dagboek beschreef Noor een plan dat toen nog moest worden uitgevoerd: “We zouden de volgende ochtend de grens oversteken.” “Zouden” verwijst hier naar _____.

Options: toekomst vanuit een moment in het verleden, een verplichting die de lezer nu krijgt, een gewoonte zonder tijdsreferentie

Question 7

Een journalist schrijft: “Volgens een anonieme bron zou de directeur ontslag genomen hebben; wij hebben dit niet kunnen bevestigen.” De journalist _____.

Options: garandeert dat het ontslag heeft plaatsgevonden, geeft een bericht weer zonder het zelf te bevestigen, belooft dat de directeur later ontslag neemt

Question 8

Een collega maakt zich zorgen over een deadline. Je antwoordt: “Je kunt op me rekenen: ik zal de aanvraag vandaag indienen.” Je gebruikt “zal” vooral voor _____.

Options: een onbevestigd bericht, een vermoeden over het verleden, een belofte

Question 9

Je ziet dat een bezoeker moeite heeft met een zware tas. “Zal ik die even voor u dragen?” Dit is vooral _____.

Options: een aanbod om te helpen, een formele verplichting voor de bezoeker, een conclusie over een eerdere handeling

Question 10

Twee vrienden bespreken wat ze samen kunnen doen. Eén vraagt: “Zullen we zaterdag samen koken?” De vraag functioneert als _____.

Options: een onbevestigd bericht over anderen, een voorstel voor gezamenlijk handelen, een formeel voorschrift

Question 11

In een overeenkomst staat onder “Verplichtingen van de huurder”: “De huurder zal schade onmiddellijk melden.” “Zal” formuleert hier _____.

Options: een persoonlijke gok over huidig gedrag, een vrijblijvend aanbod van hulp, een formeel voorschrift

Question 12

Vergelijk: A “Ik haal je morgen op.” B “Ik zal je morgen ophalen, dat beloof ik.” Welke analyse past bij deze formuleringen? _____.

Options: Beide verwijzen naar later; B maakt de toezegging expliciet, Alleen B kan naar later verwijzen, B beschrijft uitsluitend een vermoeden over nu

Practice Voltooiing, berichten en bedoelingen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Voltooiing, berichten en bedoelingen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.