Fill in the blank

Tussen-s en woordgrenzen

Kies de gebruikelijke spelling van de samenstelling. Let op de tussen-s en schrijf de delen aaneen.

0 / 16 blanks filled0%

Question 1

Bij de ingang van het _____ moeten bezoekers hun identiteitsbewijs laten zien.

Options: overheidengebouw, overheidgebouw, overheidsgebouw

Question 2

Morgen bespreekt het parlement het nieuwe _____.

Options: regeringplan, regeringsplan, regerings-plan

Question 3

Bij de oversteekplaats staat een extra _____.

Options: verkeerlicht, verkeerenlicht, verkeerslicht

Question 4

De reizigers wachten in de verwarmde _____.

Options: stationnenhal, stationhal, stationshal

Question 5

Na het ongeval onderzoekt de _____ de werkplek.

Options: bedrijfarts, bedrijfsarts, bedrijvenarts

Question 6

De nieuwe fietsenstalling komt aan de _____.

Options: Stationstraat, Stationenstraat, Stationsstraat

Question 7

Door de verbouwing krijgt de kleine _____ drie extra lokalen.

Options: dorpenschool, dorpschool, dorpsschool

Question 8

Aan de telefoon herkende ik meteen de _____ van mijn dochter.

Options: meisjenstem, meisjesstem, meisjestem

Question 9

De vakbond onderhandelt over de nieuwe regels voor de _____.

Options: arbeidmarkt, arbeidenmarkt, arbeidsmarkt

Question 10

De gemeenteraad vergadert in het _____; buiten wachten mensen op het _____.

Options: stadhuis, stadshuis, stedenhuis, stadplein, stadsplein, stadensplein

Question 11

Na het inchecken brengen we onze koffers naar de _____.

Options: hotelskamer, hotelkamer, hotelenkamer

Question 12

De matrozen staan op het dek van het _____.

Options: oorlogschip, oorlogenschip, oorlogsschip

Question 13

In de keuken staat een ronde _____.

Options: keukentafel, keukenntafel, keukenstafel

Question 14

Er staat iemand voor het huis: hoor je de _____?

Options: deursbel, deurbel, deur bel

Question 15

Tijdens de pauze spelen de kinderen op het _____.

Options: schoolsplein, school plein, schoolplein

Practice Tussen-s en woordgrenzen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Tussen-s en woordgrenzen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.