Question 1
Bij de ingang van het _____ moeten bezoekers hun identiteitsbewijs laten zien.
Options: overheidengebouw, overheidgebouw, overheidsgebouw
Kies de gebruikelijke spelling van de samenstelling. Let op de tussen-s en schrijf de delen aaneen.
Question 1
Bij de ingang van het _____ moeten bezoekers hun identiteitsbewijs laten zien.
Options: overheidengebouw, overheidgebouw, overheidsgebouw
Question 2
Morgen bespreekt het parlement het nieuwe _____.
Options: regeringplan, regeringsplan, regerings-plan
Question 3
Bij de oversteekplaats staat een extra _____.
Options: verkeerlicht, verkeerenlicht, verkeerslicht
Question 4
De reizigers wachten in de verwarmde _____.
Options: stationnenhal, stationhal, stationshal
Question 5
Na het ongeval onderzoekt de _____ de werkplek.
Options: bedrijfarts, bedrijfsarts, bedrijvenarts
Question 6
De nieuwe fietsenstalling komt aan de _____.
Options: Stationstraat, Stationenstraat, Stationsstraat
Question 7
Door de verbouwing krijgt de kleine _____ drie extra lokalen.
Options: dorpenschool, dorpschool, dorpsschool
Question 8
Aan de telefoon herkende ik meteen de _____ van mijn dochter.
Options: meisjenstem, meisjesstem, meisjestem
Question 9
De vakbond onderhandelt over de nieuwe regels voor de _____.
Options: arbeidmarkt, arbeidenmarkt, arbeidsmarkt
Question 10
De gemeenteraad vergadert in het _____; buiten wachten mensen op het _____.
Options: stadhuis, stadshuis, stedenhuis, stadplein, stadsplein, stadensplein
Question 11
Na het inchecken brengen we onze koffers naar de _____.
Options: hotelskamer, hotelkamer, hotelenkamer
Question 12
De matrozen staan op het dek van het _____.
Options: oorlogschip, oorlogenschip, oorlogsschip
Question 13
In de keuken staat een ronde _____.
Options: keukentafel, keukenntafel, keukenstafel
Question 14
Er staat iemand voor het huis: hoor je de _____?
Options: deursbel, deurbel, deur bel
Question 15
Tijdens de pauze spelen de kinderen op het _____.
Options: schoolsplein, school plein, schoolplein
Practice Tussen-s en woordgrenzen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Tussen-s en woordgrenzen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.