Question 1
Op het schoolplein spelen twintig _____ samen.
Options: kinderen, kinds, kinden
Kies het juiste meervoud of de vorm die bij het meervoud past.
Question 1
Op het schoolplein spelen twintig _____ samen.
Options: kinderen, kinds, kinden
Question 2
Voor de taart gebruikt de bakker zes _____.
Options: eien, eieren, eis
Question 3
De trein stopt vandaag in drie grote _____.
Options: stads, stadden, steden
Question 4
In de haven liggen twee oude _____ naast elkaar.
Options: schepen, schippen, schips
Question 5
De boer geeft de jonge _____ elke ochtend melk.
Options: kalfs, kalveren, kalfen
Question 6
In de herfst liggen er gele _____ onder de boom.
Options: blad, bladren, bladeren
Question 7
Het koor zingt vanavond drie bekende _____.
Options: liederen, lieds, lieden
Question 8
In de wei staan acht zwart-witte _____.
Options: koes, koeien, koeën
Question 9
_____ kinderen wachten bij de schooldeur.
Options: Een, Het, De
Question 10
Onze sportclub heeft dertig _____.
Options: leden, lidden, liden
Question 11
In dit huis woont één _____; in het huis ernaast wonen drie _____.
Options: kind, kinderen, kinden, kinds
Question 12
_____ schepen varen langzaam door het kanaal.
Options: Het, De, Een
Question 13
We bezoeken vandaag twee _____ in het centrum.
Options: museën, museumen, musea
Question 14
Eén _____ staat bij het hek; verderop staan vijf _____ in de wei.
Options: koe, koeien, koes, koeën
Practice Onregelmatige meervouden in het dagelijks leven with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Onregelmatige meervouden in het dagelijks leven in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.