Question 1
Bij de opvang haalt Sam zijn twee _____ op.
Options: kinden, kinderen, kindes
Kies telkens de juiste vorm bij het enkelvoud of meervoud.
Question 1
Bij de opvang haalt Sam zijn twee _____ op.
Options: kinden, kinderen, kindes
Question 2
De kok kookt twaalf _____ voor de lunch.
Options: eieren, eiëren, eien
Question 3
Vanaf de brug zien we drie _____ op de rivier.
Options: schips, schippen, schepen
Question 4
Tijdens de reis bezoeken we vier historische _____.
Options: steden, stadden, staden
Question 5
Naast de stal slapen twee pasgeboren _____ in het stro.
Options: kalfen, kalveren, kalfs
Question 6
Na de storm hangen er nog maar weinig _____ aan de boom.
Options: bladren, bladerenen, bladeren
Question 7
Op het feest zingen de gasten oude _____ uit hun jeugd.
Options: liederen, lieden, liederenen
Question 8
Langs het fietspad lopen enkele bruine _____ in het gras.
Options: koeën, koeien, koes
Question 9
Eindhoven is één _____; Amsterdam en Rotterdam zijn twee grote _____.
Options: steden, stads, stad, stadden
Question 10
Er komt één _____ aan; achter dat schip varen nog twee _____.
Options: schip, schepen, schips, schippen
Question 11
Het kalf slaapt in de stal; _____ twee _____ buiten lopen achter hun moeder aan.
Options: een, de, het, kalfen, kalf, kalveren
Question 12
Bij onze club komen vandaag drie nieuwe _____.
Options: lidden, liden, leden
Question 13
Op maandag zijn de twee _____ bij het station gesloten.
Options: musea, museumen, museën
Question 14
Na de lange wandeling zijn mijn beide _____ moe.
Options: beenderen, benen, been
Practice Meervouden op school en onderweg with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Meervouden op school en onderweg in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.