Fill in the blank

Voornaamwoorden vroeg in het middenstuk

Kies de neutrale volgorde voor korte voornaamwoorden, ontkenningen en objecten.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Wat is het middenstuk in ‘Vanmorgen heeft de receptionist haar aan de balie geholpen’? _____

Options: Vanmorgen heeft, de receptionist haar aan de balie, haar aan de balie geholpen, heeft de receptionist

Question 2

Vul de zin aan: ‘De receptioniste ontmoet _____.’

Options: hij morgen in de hal, hem morgen de hal in de, hem morgen in de hal

Question 3

Vul de zin aan: ‘We hebben _____.’

Options: hem vanochtend gewaarschuwd, hij vanochtend gewaarschuwd, vanochtend gewaarschuwd hem

Question 4

Vul na inversie eerst het onderwerp en dan het bekende object in: ‘Vorige maand heeft _____ gesproken.’

Options: hem zij, haar hij, zij hem, hem haar

Question 5

Na de vooropstaande plaats komt de persoonsvorm. Welke volgorde past daarna? ‘In de studio kan _____ rustig uitleg geven.’

Options: ons zij, zij ons, haar wij, ons haar

Question 6

Vul de zin aan: ‘We hebben _____ gesproken.’

Options: gisteren over er, gisteren over het, er gisteren over

Question 7

Vul de zin aan: ‘Ik heb _____ op kantoor gezien.’

Options: hem gisteren niet, hem gisteren geen, hij gisteren niet

Question 8

Welke aanvulling past op de neutrale plaats? ‘Zij heeft hem vorige week _____ gestuurd.’

Options: uitnodiging niet, niet uitnodiging, geen uitnodiging, uitnodiging geen

Question 9

Beide objecten zijn volledige naamwoordgroepen. Welke volgorde is neutraal? _____

Options: De medewerker de bezoeker overhandigt de pas., De medewerker overhandigt de pas de bezoeker., De medewerker de pas de bezoeker overhandigt., De medewerker overhandigt de bezoeker de pas.

Question 10

Het lijdend voorwerp is het korte voornaamwoord het. Welke volgorde past? _____

Options: De medewerker het overhandigt haar., De medewerker overhandigt het haar., De medewerker overhandigt haar het., Het de medewerker overhandigt haar.

Question 11

Hoe herstel je ‘De voorzitter wil morgen voorstellen hem’? _____

Options: De voorzitter wil hem morgen voorstellen., De voorzitter wil hij morgen voorstellen., De voorzitter wil hem morgen voorgesteld.

Question 12

Vul de zin aan: ‘Morgen _____ het dossier.’

Options: ik geef hem, geef mij hem, geef ik hem

Question 13

In ‘Volgende week zal Amir haar thuis bezoeken’ is _____ de persoonsvorm en _____ het laatste werkwoord.

Options: Amir, bezoeken, zal, haar, thuis

Question 14

Vul de zin aan: ‘Na de lunch heeft Mila _____.’

Options: haarzelf rustig voorgesteld, zich rustig voorgesteld, rustig voorgesteld zich

Practice Voornaamwoorden vroeg in het middenstuk with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Voornaamwoorden vroeg in het middenstuk in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.