Fill in the blank

Informatie en nadruk ordenen

Kies de juiste aanvulling of de zin die bij de opdracht past.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Vul de zin aan: ‘Volgende dinsdag _____ met de bus naar Utrecht.’

Options: reist het team, het team reist, reizen het team

Question 2

Vul de zin aan: ‘De medewerker heeft _____.’

Options: gisteren gecontroleerd het, het gisteren gecontroleerd, gisteren het gecontroleerd

Question 3

Vul de zin aan: ‘In de keuken _____ het menu vanochtend zorgvuldig voorbereid.’

Options: Sam heeft, hebben Sam, heeft Sam

Question 4

Je vertelt zonder bijzondere nadruk over een bekende collega. Vul de zin aan: ‘We hebben _____.’

Options: hem gisteren gesproken, hij gisteren gesproken, gisteren gesproken hem

Question 5

Een collega uit Breda begrijpt het werkrooster nog niet. Vertel dat je uitleg hebt gegeven: ‘Ik heb _____.’

Options: gisteren aan de nieuwe collega uit Breda uitgelegd het, het uitgelegd gisteren aan de nieuwe collega uit Breda, het gisteren aan de nieuwe collega uit Breda uitgelegd

Question 6

Vul beide mededelingen aan: ‘We hebben _____ besproken. We hebben daarna _____ beoordeeld.’

Options: gisteren het, gisteren besproken het, het gisteren, het uitgebreide voorstel, beoordeeld het uitgebreide voorstel, hebben het uitgebreide voorstel

Question 7

Je collega vraagt naar het vakantieplan. Verwijs naar dat bekende plan: ‘We hebben _____ besproken.’

Options: het vanmorgen, vanmorgen het, vanmorgen de

Question 8

Vul de zin aan: ‘Gisteren _____ het pakket verstuurd.’

Options: ik heb, heb mij, heb ik

Question 9

Twee contracten worden tegenover elkaar gezet. Welke zin zet dat contract voorop om contrastnadruk te geven? _____

Options: Ik heb dat contract vorige week ondertekend., Dat contract ik heb vorige week ondertekend., Dat contract heb ik vorige week ondertekend., Heb dat contract ik vorige week ondertekend.

Question 10

Vul de zin aan: ‘Op het perron _____ gisteren toevallig ontmoet.’

Options: heb ik haar, ik heb haar, heb mij haar

Question 11

Vul de zin aan: ‘Vanmiddag _____ geconcentreerd in de leeszaal studeren.’

Options: Noor wil, wil Noor, willen Noor

Question 12

Vul de zin aan: ‘Aan de balie _____ meteen geholpen.’

Options: de medewerker heeft mij, heeft de medewerker ik, heeft de medewerker mij

Question 13

Vul de zin aan: ‘Morgen zal hij _____.’

Options: haar vanaf kantoor bellen, vanaf kantoor bellen haar, zij vanaf kantoor bellen

Question 14

Vul de zin aan: ‘Ik zal _____.’

Options: sturen het morgen per e-mail naar de afdeling, het morgen per e-mail naar de afdeling sturen, morgen per e-mail naar de afdeling sturen het

Practice Informatie en nadruk ordenen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Informatie en nadruk ordenen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.