Question 1
De onderzoeker heeft de meetfout gisteren niet ontdekt. Formuleer de gemiste verleden voorwaarde: ‘_____ de onderzoeker de meetfout gisteren ontdekt, dan had zij de proef stopgezet.’
Options: Mocht, Had, Was
Kies de vorm of analyse die past bij de expliciete context. Let op tijd, negatie en register.
Question 1
De onderzoeker heeft de meetfout gisteren niet ontdekt. Formuleer de gemiste verleden voorwaarde: ‘_____ de onderzoeker de meetfout gisteren ontdekt, dan had zij de proef stopgezet.’
Options: Mocht, Had, Was
Question 2
Vaststaat dat de pomp vannacht uitviel. Welke voorwaarde past bij die bekende tegenfeitelijke terugblik? ‘_____, dan was de kelder droog gebleven.’
Options: Mocht de pomp vannacht niet zijn uitgevallen, Had de pomp vannacht niet uitgevallen, Was de pomp vannacht niet uitgevallen
Question 3
Ik ben nu niet sterk genoeg om de kast te tillen; dat staat vast. Kies een hypothetische toestand, geen open mogelijkheid: ‘_____ ik sterker, dan kon ik de kast alleen tillen.’
Options: Was, Mocht, Had
Question 4
De technici waren te laat: ze kwamen pas na de sluiting aan. ‘_____ de technici eerder aangekomen, dan hadden ze het defect nog kunnen bekijken.’
Options: Hadden, Waren, Was
Question 5
‘Had de jury de opname beluisterd, dan had zij de fout opgemerkt.’ Welke gevolgzin is eveneens mogelijk met dezelfde tegenfeitelijke strekking? ‘Dan _____.’
Options: zij zou de fout hebben opgemerkt, zou zij de fout had opgemerkt, zou zij de fout hebben opgemerkt
Question 6
‘Vroeger namen we dagelijks dezelfde bus. Was die op tijd, dan bereikten we het kantoor vóór achten.’ Hier beschrijft was die op tijd _____.
Options: een voorwaarde binnen een herhaalde verleden situatie, noodzakelijk één niet-gerealiseerde busrit, een losse vraag naar de aankomsttijd
Question 7
Een schrijver kiest bewust een formeel-archaïsche aanvoegende vorm van zijn: ‘_____ de afloop voorspelbaar, dan verloor het verhaal zijn spanning.’
Options: Was, Ware, Is
Question 8
Maak alleen de vergelijking moderner en behoud de niet-letterlijke betekenis: ‘Als ware het een kostbaar juweel, droeg hij het oude horloge naar huis.’ _____, droeg hij het oude horloge naar huis.
Options: Omdat het een kostbaar juweel was, Zodra het een kostbaar juweel was, Alsof het een kostbaar juweel was
Question 9
‘De bibliotheek is als het ware de huiskamer van de wijk.’ Als het ware betekent hier _____.
Options: bij wijze van spreken, onder de voorwaarde dat, in een niet-gerealiseerd verleden
Question 10
‘Ik zou de lezing bijwonen, ware het niet dat ik morgen een examen heb.’ De dat-zin noemt _____.
Options: een extra reden om de lezing bij te wonen, het werkelijke obstakel voor het bijwonen, een examen waarvan vaststaat dat het niet doorgaat
Question 11
Het gaat uitsluitend om vorig jaar; de verzekering is inmiddels geregeld. ‘De reis was vorig jaar doorgegaan, ware het niet dat de verzekering toen _____.’
Options: morgen ontbreekt, volgend jaar zal ontbreken, ontbrak
Question 12
Welke registerbeoordeling klopt? Productief ware klinkt formeel-archaïsch, terwijl ware het niet dat _____.
Options: nog gangbaar is in verzorgde, vrij formele tekst, uitsluitend in historische citaten correct is, de gewone informele vervanging van elk als is
Question 13
De uitnodiging vraagt alleen om bericht bij verhindering, niet bij aanwezigheid. ‘Mocht u _____, stuur ons dan een bericht.’
Options: kunnen deelnemen, niet kunnen deelnemen, niet alleen kunnen deelnemen maar ook kunnen helpen
Question 14
‘Mocht u de serverruimte betreden, raak dan de rode schakelaar niet aan.’ De ontkenning geldt voor _____.
Options: zowel het betreden als het aanraken, alleen het betreden in de voorwaarde, de handeling in het gevolg, niet voor de voorwaarde
Question 15
Vul de uitbreiding in: ‘Hij had alleen de samenvatting bekeken. Had hij _____ de samenvatting maar ook het volledige verslag gelezen, dan had hij het probleem begrepen.’
Options: niet alleen, helemaal niet, nog niet
Practice Terugblikken, obstakels en register with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Terugblikken, obstakels en register in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.