Fill in the blank

Verandering, toestand en indruk

Kies het koppelwerkwoord dat past bij verandering, voortduring, conclusie of indruk.

0 / 16 blanks filled0%

Question 1

Na zonsondergang _____ het snel donker.

Options: wordt, blijft, lijkt

Question 2

De temperatuur lag al dagen op twintig graden en _____ vannacht ook op twintig graden.

Options: werd, bleef, bleven

Question 3

De ontbrekende koffer is na onderzoek toch onbeschadigd _____.

Options: geblijkt, gebleken, blijken

Question 4

We hebben de route nog niet gelopen; op de kaart _____ deze route eenvoudig.

Options: lijkt, blijkt, lijken

Question 5

Noor heeft nog nooit leidinggegeven. Na de opleiding zal zij voor het eerst teamleider _____.

Options: blijven, worden, wordt

Question 6

Amir is al jaren onze vaste contactpersoon. Ook volgend jaar _____ hij onze contactpersoon.

Options: worden, blijft, wordt

Question 7

Eerst was de opdracht onduidelijk; door de extra uitleg _____ hij veel duidelijker.

Options: werden, werd, bleef

Question 8

De zaal was eerst lawaaierig, maar na tien minuten _____ ze stil.

Options: werd, bleef, wordt

Question 9

De proef leverde eindelijk duidelijkheid: uit het laboratoriumonderzoek _____ de stof onschadelijk.

Options: werd, bleek, leek

Question 10

Op het eerste gezicht _____ de oplossing goedkoop, maar niemand heeft haar nagekeken.

Options: lijkt, wordt, blijkt

Question 11

De monteur vond na onderzoek de oorzaak: het _____ uiteindelijk een defecte sensor.

Options: leek, bleek, werd

Question 12

Na enkele maanden _____ de kinderen zelfstandiger _____.

Options: hebben, is, zijn, geworden, worden, werden

Question 13

Ondanks het verzoek om sluiting _____ de bibliotheek vandaag de hele dag open.

Options: wordt, gaat, blijft

Question 14

Waarom _____ deze foto zo oud, terwijl ik hem gisteren heb gemaakt?

Options: lijkt, wordt, lijken

Question 15

Zij had deze functie nog nooit. Na de stemming _____ zij voorzitter.

Options: blijft, wordt, worden

Practice Verandering, toestand en indruk with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verandering, toestand en indruk in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.