Question 1
Tot slot van de rondleiding zegt de gids: De winkel sluit om zes uur. _____
Options: ↘, ↗, →
Kies bij de pijlen het veelvoorkomende lespatroon voor het beschreven zinstype of zinsdeel. Kies bij hoofdletters het woordaccent dat de gevraagde informatie of correctie uitdrukt, zonder extra tegenstelling.
Question 1
Tot slot van de rondleiding zegt de gids: De winkel sluit om zes uur. _____
Options: ↘, ↗, →
Question 2
Ben vraagt Hana of zij morgen meegaat, en hij wil echt weten of dat zo is: Kom je morgen mee? _____ Daarna hoort Ben dat Hana volgende week alweer vertrekt, en dat had hij niet verwacht: Jij vertrekt volgende week alweer? _____
Options: ↘, ↗, →
Question 3
Mila zoekt haar sleutels en vraagt het aan de receptionist: Waar ligt de sleutel? _____
Options: →, ↗, ↘
Question 4
De spreker laat de toon bij koffie en thee licht stijgen om de opsomming open te houden: We hebben koffie _____, thee _____ en water ↘.
Options: ↗, ↘, →
Question 5
De voorzitter rondt haar mededeling af: Als iedereen akkoord gaat ↗, verplaatsen we de vergadering naar een grotere zaal _____.
Options: ↗, ↘, →
Question 6
De spreker laat de toon aan het einde van de bijzin licht stijgen om aan te geven dat de hoofdzin nog volgt: Als de cijfers binnen zijn _____, bespreken we het plan ↘.
Options: ↘, ↗, →
Question 7
Vraag: Wat namen jullie door de vertraging? Antwoord: _____
Options: Door de vertraging namen we de BUS., Door de VERTRAGING namen we de bus., Door de vertraging NAMEN we de bus.
Question 8
Vraag: Waarom namen jullie de bus? Antwoord: _____
Options: We namen de BUS omdat de trein was uitgevallen., We namen de bus omdat de trein was UITGEVALLEN., We namen de bus OMDAT de trein was uitgevallen.
Question 9
Vraag: Wie presenteert morgen de cijfers? Antwoord: _____
Options: Sofie presenteert MORGEN de cijfers., Sofie presenteert morgen de CIJFERS., SOFIE presenteert morgen de cijfers.
Question 10
Neutrale mededeling zonder contrast: _____
Options: Ze kochten een nieuw APPARTEMENT., ZE kochten een nieuw appartement., Ze KOCHTEN een nieuw appartement.
Question 11
Correctie: Niet Noor maar Amir belt de klant. Zeg: _____
Options: Amir belt de KLANT., AMIR belt de klant., Amir BELT de klant.
Question 12
Amir zegt: Ik vertrek morgen. Noor had volgende week verwacht en herhaalt het ongelooflijk: _____
Options: Morgen ↘?, Morgen ↗?, Morgen →?
Question 13
Welke combinatie volgt de veelvoorkomende patronen uit de lestabel voor een ja-neevraag en een neutrale vraagwoordvraag? _____
Options: Is de winkel open ↗? Wanneer sluit de winkel ↘?, Is de winkel open ↘? Wanneer sluit de winkel ↗?, Is de winkel open ↗? Wanneer sluit de winkel ↗?
Question 14
Correctie: De afspraak is niet woensdag maar vrijdag. Zeg: _____
Options: DE AFSPRAAK is vrijdag., De afspraak IS vrijdag., De afspraak is VRIJDAG.
Question 15
Vraag: Heeft de monteur de motor alleen bekeken? Antwoord met een correctie van de handeling: Nee, _____
Options: de MONTEUR heeft de motor gerepareerd., de monteur heeft de MOTOR gerepareerd., de monteur heeft de motor GEREPAREERD.
Practice Intonatie en accentgroepen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Intonatie en accentgroepen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.