Fill in the blank

Houding en activiteit

Kies het houdingswerkwoord dat bij het beeld past.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Opa _____ op de kruk zijn modelvliegtuig te maken.

Options: staat, zit, loopt

Question 2

De klanten _____ in de rij voor de kassa te wachten.

Options: zitten, liggen, staan

Question 3

_____ jij bij het raam te kijken?

Options: Sta, Staat, Staan

Question 4

De kinderen _____ door de tuin te zingen.

Options: liggen, lopen, zitten

Question 5

We hebben op de terrasstoelen plaatsgenomen. We _____ daar koffie te drinken.

Options: staan, lopen, zitten

Question 6

De monteur _____ plat op zijn rug onder de auto te werken.

Options: zit, staat, ligt

Question 7

Toen ik thuiskwam, _____ de honden languit op het kleed te slapen.

Options: lagen, lag, liggen

Question 8

Hij _____ de hele ochtend door het huis te zoeken.

Options: zit, loopt, ligt

Question 9

Je _____ steeds te klagen!

Options: loopt, loop, lopen

Question 10

Amir _____ achter zijn bureau te werken.

Options: loopt, ligt, zit

Question 11

De medewerkers _____ de zaal op te ruimen.

Options: zitten, staan, liggen

Question 12

Ik zit mijn moeder _____.

Options: te opbellen, opbellen, op te bellen

Question 13

Hij zit niet _____.

Options: op te letten, te opletten, opletten

Question 14

Zij zit _____, maar een tijdschrift.

Options: niet boek te lezen, geen boek te lezen, geen te boek lezen

Question 15

Mijn vriend belt niet, omdat hij in de trein _____.

Options: te lezen zit, zit lezen, zit te lezen

Practice Houding en activiteit with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Houding en activiteit in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.