A1 · BeginnerLesson 2 of 4

De klanken au en ou

Leer het verschil in spelling tussen au en ou, spreek de tweeklank duidelijk uit en onthoud veelvoorkomende woorden zoals blauw, koud en bouwen.

By the flumi team About 6 min read 25 vocabulary wordsGrammar learning path: Nederlandse klankcombinaties

De letters au en ou klinken in het Nederlands meestal hetzelfde. Je hoort dus niet welke schrijfwijze een woord heeft. Je leert de spelling samen met het woord.

Na deze les kun je:

  • de tweeklank au/ou duidelijk uitspreken;
  • veelvoorkomende woorden met au en ou herkennen;
  • de juiste spelling beter onthouden met woordfamilies.

Eén klank met twee schrijfwijzen

Bij au en ou hoor je een tweeklank: je mond beweegt tijdens één klank. Begin met je mond vrij open en beweeg daarna naar een korte oe-klank. Spreek de letters niet los van elkaar uit.

Zeg fout langzaam en maak de ou wat langer: begin met je mond open en maak je lippen daarna ronder. Doe dit in één vloeiende beweging. Zeg daarna fluit: bij ui begin je met je mond minder ver open en je lippen al rond. Wissel fout en fluit af en let op de klinkers. Zeg ook één keer koe om ronde lippen te voelen: bij ou worden je lippen pas aan het einde ronder.

Schrijfwijze Voorbeelden Wat hoor je?
au pauze, blauw, saus één tweeklank
ou oud, koud, fout dezelfde tweeklank

Bij auto kun je twee uitspraken horen: met de tweeklank au, of met een lange o, zoals in bomen. In Nederland hoor je vaak die lange o. Je schrijft altijd auto.

Veel woorden met au komen uit andere talen: auto, pauze en saus. In veel woorden met deze klank die niet uit andere talen komen, schrijf je ou, zoals oud, hout en koud. Dit helpt bij het onthouden, maar is geen vaste regel: blauw en gauw hebben ook au.

Woorden met au

Je ziet au in woorden zoals auto, pauze en saus.

Een bruikbaar groepje is -auw. Vergelijk het met het groepje -ouw:

-auw -ouw
blauw, gauw, kauwen vrouw, jouw, mouw, bouwen, trouwen
  • De blauwe auto staat voor het huis.
  • We eten een broodje met saus.
  • We nemen gauw een korte pauze.

Sommige woorden horen bij dezelfde woordfamilie. De letters blijven dan vaak zichtbaar:

  • blauw → een blauwe jas;
  • kauwen → Ik kauw op een appel.

Woorden met ou

Je ziet ou ook in veel gewone woorden.

Voorbeelden met ou zijn oud, koud, hout en houden.

Leer deze kleine groepjes met ou samen:

  • ou + d: oud, koud, goud;
  • ou + t: hout, fout, zout;
  • werkwoorden op -ouwen: bouwen, trouwen.

Dit zijn woorden om te onthouden, geen vaste spellingregel voor alle woorden met een d of t na de klank. Het werkwoord houden schrijf je ook met ou: Ik houd van muziek.

Basiswoord Verwant woord Voorbeeld
oud oude een oude fiets
koud koude koude melk
hout houten een houten tafel
bouw bouwen een huis bouwen

Leer een nieuw woord met een kort voorbeeld. Denk niet alleen aan koud, maar aan koud water. Zo onthoud je de spelling én het gebruik.

Dezelfde klank, een andere betekenis

Deze woordparen klinken hetzelfde. De betekenis verschilt. De zin helpt je begrijpen welk woord je nodig hebt.

Met ou Met au
kou: Ik voel de kou. kauw: Ik kauw op een appel.
rouw: Zij is in de rouw: haar vader is overleden. rauw: Het vlees is nog rauw: het is niet gebakken.
nou: Wat doe je nou? nauw: De straat is nauw: twee auto's passen niet naast elkaar.

Kou hoort bij koud: Ik heb het koud. Je ziet het ook in kou vatten. Nou betekent hier nu; je gebruikt het vooral als je praat.

Jou en jouw

Jou en jouw klinken ook hetzelfde, maar ze hebben een andere functie:

  • Ik zie jou.
  • Is dit jouw tas?

De extra w in jouw hoor je meestal niet. Je moet hem dus in de spelling onthouden.

Quick check

Try one question now.

1
Na de regen is de lucht helder .

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Zo oefen je de uitspraak

Gebruik deze korte stappen:

  1. Kijk naar het hele woord, bijvoorbeeld saus, koud of blauw.
  2. Zoek au of ou.
  3. Spreek de twee letters als één vloeiende klank uit.
  4. Herhaal het woord in een korte zin.

Zeg eerst langzaam: koud.

Zeg daarna normaal: Het water is koud.

Doe hetzelfde met blauw: Mijn fiets is blauw.

Luister en schrijf

Laat iemand de volledige zinnen voorlezen. Die persoon kan de antwoorden onderaan gebruiken. Luister naar de hele zin en vul zelf au of ou in. Kijk pas daarna naar de antwoorden. De twee streepjes __ staan voor de ontbrekende letters au of ou.

Oefen je alleen? Dek de antwoorden af. Lees elke zin eerst zelf hardop en zeg het ontbrekende woord. Vul daarna au of ou in en controleer je antwoorden.

  1. Het is vandaag erg k__d.
  2. Zij k__wt op een appel.
  3. Mijn fiets is bl__w.
  4. Wil je s__s bij je broodje?
  5. Er zit z__t in de soep.

De klank is hetzelfde; de rest van de zin helpt je de betekenis begrijpen. De spelling leer je samen met het woord.

Antwoorden: 1. koud; 2. kauwt; 3. blauw; 4. saus; 5. zout.

Veelgemaakte fouten

Omdat au en ou hetzelfde klinken, kun je de juiste spelling niet uit de uitspraak afleiden.

Schrijf een woord niet alleen op het gehoor.

✓ blauw, auto, koud, bouwen

✗ blouw, outo, kaud, bauwen

Twijfel je? Zoek het woord op en noteer het daarna met een voorbeeldzin. Bij veel lezen ga je de juiste vorm sneller herkennen.

Kort samengevat

  • Au en ou zijn twee schrijfwijzen voor meestal dezelfde tweeklank.
  • Je spreekt beide lettercombinaties als één klank uit.
  • De uitspraak vertelt niet welke spelling juist is.
  • Woordfamilies en korte voorbeeldzinnen helpen je de spelling te onthouden.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

25 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 25 words and review them later.

Au, ou en nabije klanken oefenen

25 words

Last updated October 11, 2026