G, ch, sch, ng en nk uitspreken
Leer g, ch, sch, ng en nk duidelijk uitspreken, herken het verschil tussen keel- en neusklanken en oefen ze in gewone Nederlandse woorden en zinnen.
In Nederlandse woorden zie je vaak g, ch, sch, ng en nk. Deze letters horen bij keel- en neusklanken die je stap voor stap kunt oefenen.
Na deze les kun je:
- g/ch achter in de mond vormen;
- sch aan het begin van een woord uitspreken;
- het verschil tussen ng en nk horen en maken.
Overzicht van de klanken
| Letters | Zo maak je de klank | Voorbeelden |
|---|---|---|
| g | lucht stroomt achter in de mond | goed, groot, morgen |
| ch | vaak dezelfde soort keelklank | licht, lachen, acht |
| sch | eerst s, daarna ch | school, schip, schoon |
| ng | één neusklank, zonder hoorbare g | lang, zingen, jongen |
| nk | dezelfde neusklank met een k erna | bank, drinken, winkel |
De zachte g is vooral gebruikelijk in het zuiden van Nederland en in België. In andere delen van Nederland hoor je vaker een hardere g. Beide uitspraken zijn voor een leerder goed.
G en ch achter in de mond
Bij g en ch stroomt lucht door een kleine opening achter in je mond. In het Standaardnederlands van Nederland klinken beide klanken vaak bijna gelijk. Een g aan het einde van een woord klinkt als ch, maar je schrijft altijd weg, niet wech. Forceer je keel niet.
- Goed gedaan!
- Het kind lacht.
- Ik wacht nog acht minuten.
- We gaan morgen naar de markt.
- Vandaag is een mooie dag. Ik heb nog tijd.
- Het is al laat; ik ga naar huis. Het is een lange weg.
- Op mijn verjaardag krijg ik vaak een vraag: hoe oud ben je?
- Het feest is gezellig.
- De les duurt twintig minuten.
Oefen zo:
- Adem rustig uit met je mond open.
- Maak achter in je mond een kleine opening.
- Laat de lucht langs die opening stromen.
- Voeg de rest van het woord toe en zeg goed of lach.
Een duidelijke, zachte keelklank is beter dan een heel harde klank. Luister naar sprekers uit je omgeving en kies één comfortabele uitspraak.
Sch aan het begin van een woord
Aan het begin van veel woorden spreek je sch uit als s gevolgd door de keelklank van ch. Er komt geen extra klinker tussen.
| Woord | Begin van het woord | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| school | s + ch-klank | De school is dichtbij. |
| schip | s + ch-klank | Het schip ligt in de haven. |
| schoen | s + ch-klank | Mijn schoen is zwart. |
| schaap | s + ch-klank | Het schaap staat in de wei. |
Zeg niet se-school of sje-school. Begin direct met s + ch: school.
Aan het einde van een woord klinkt -isch als -ies: logisch klinkt als lo-gies.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Ng is één neusklank
Bij ng in woorden als lang, zingen en jongen raakt de achterkant van je tong het zachte deel achter in je mond. De lucht gaat door je neus. Je hoort geen losse n en daarna geen harde g.
- De tafel is lang.
- Wij zingen samen.
- De jongen speelt buiten.
Houd de laatste klank van lang even vast. Je voelt de trilling vooral bij je neus. Gebruik dezelfde klank midden in zingen en jongen.
Let op bij woorden met twee delen: aangeven is aan + geven en ingang is in + gang. De g van geven en gang blijft hoorbaar als keelklank. De n + g op die grens klinkt dus niet als alleen de neusklank van lang.
Bij nk hoor je ook een k
Nk begint met dezelfde neusklank als ng, maar daarna sluit je af met een korte k. Vergelijk:
| Letters | Laatste deel | Woorden |
|---|---|---|
| ng | neusklank | lang, ding, zingen |
| nk | neusklank + k | bank, drink, denken |
| ng / nk | alleen de k maakt het verschil | bang – bank |
- Ik ben bang voor de hond.
- Ik zit op de bank.
Zeg eerst lang en daarna bank. Bij bank blijft de achterkant van je tong op dezelfde plaats; daarna laat je de afsluiting los voor de duidelijke k.
Kort samengevat
- G en ch zijn keelklanken; een harde of zachte regionale uitspraak is mogelijk.
- Sch aan het begin van veel woorden klinkt als s + ch.
- Ng in lang en zingen is één neusklank zonder losse g. Bij aan + geven blijft de keelklank van g hoorbaar.
- Nk heeft dezelfde neusklank, gevolgd door een hoorbare k.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
33 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 33 words and review them later.
Woorden met g, ch, sch, ng en nk
33 wordsLast updated October 11, 2026