B1 · IntermediateLesson 5 of 5

Het perfectum met een modaal werkwoord

Leer het perfectum met modale werkwoorden goed vormen via de vervangende infinitief, met patronen als heeft moeten werken en heeft kunnen komen.

By the flumi team About 5 min read 14 vocabulary wordsGrammar learning path: Infinitieven en werkwoordgroepen opbouwen

Twee infinitieven in het perfectum

Een modaal werkwoord zoals moeten, kunnen, mogen of willen staat vaak bij een ander werkwoord. In het perfectum krijg je dan meestal hebben plus twee infinitieven.

Tegenwoordige tijd: Ik moet vanavond werken.

Perfectum: Ik heb vanavond moeten werken.

Het eerste werkwoord van het cluster geeft de modale betekenis: iets is noodzakelijk, mogelijk, toegestaan of gewenst. Het tweede werkwoord noemt de handeling.

Het basispatroon

In een gewone hoofdzin staat de vervoegde vorm van hebben op de tweede plaats. De twee infinitieven staan meestal samen aan het einde.

Onderwerp Hebben Rest van de zin Modale infinitief + infinitief
ik heb vroeg moeten vertrekken
jij hebt lang kunnen slapen
zij heeft thuis mogen werken
wij hebben de buren willen helpen

De gebruikelijke volgorde is dus:

  1. het onderwerp;
  2. de persoonsvorm van hebben;
  3. andere zinsdelen;
  4. het modale werkwoord als infinitief;
  5. de infinitief van de handeling.

Begin bij de tegenwoordige tijd: Wij willen de keuken schilderen. Vervang willen door hebben en zet willen schilderen achteraan: Wij hebben de keuken willen schilderen.

De vervangende infinitief

Normaal bevat het perfectum een voltooid deelwoord: Ik heb gewerkt. Bij een modaal werkwoord met een tweede infinitief gebruik je echter geen voltooid deelwoord van het modale werkwoord. De infinitief neemt die plaats in. Dit heet de vervangende infinitief.

Tegenwoordige tijd Goed perfectum Fout
Hij moet wachten. Hij heeft moeten wachten. ✗ Hij heeft gemoeten wachten.
We kunnen komen. We hebben kunnen komen. ✗ We hebben gekund komen.
Zij wil helpen. Zij heeft willen helpen. ✗ Zij heeft gewild helpen.
Ik mag blijven. Ik heb mogen blijven. ✗ Ik heb gemogen blijven.

Ook bij hoeven verschijnt dit patroon, vooral in een ontkennende zin: Je hebt niet hoeven betalen. Je ziet ook vaak de vorm met te: Je hebt niet hoeven te betalen.

Hebben als hulpwerkwoord

Bij dit patroon gebruik je in de standaardvorm hebben. Dat geldt ook wanneer het werkwoord van de handeling zonder modaal werkwoord zijn perfectum met zijn maakt.

Zonder modaal werkwoord: Sara is vertrokken.

Met een modaal werkwoord: Sara heeft moeten vertrekken.

Zonder modaal werkwoord: De gasten zijn gekomen.

Met een modaal werkwoord: De gasten hebben kunnen komen.

In Belgisch-Nederlands komt bij dit patroon ook zijn voor: Sara is moeten vertrekken. In Nederlands-Nederlands is Sara heeft moeten vertrekken de gebruikelijke keuze. Voor helder algemeen Nederlands is hebben + modale infinitief + infinitief het veilige basispatroon.

Quick check

Try one question now.

1
Ik heb mijn paspoort bij de ingang tonen.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Wanneer staat er wel een voltooid deelwoord?

Als er geen tweede infinitief volgt, kan het modale werkwoord zelf een gewoon voltooid deelwoord krijgen. Vergelijk deze zinnen:

  • Ik heb het niet gekund. Er volgt geen andere infinitief.
  • Ik heb niet kunnen komen. Komen volgt wel.
  • Dat heb ik nooit gewild. Er volgt geen andere infinitief.
  • Ik heb je willen waarschuwen. Waarschuwen volgt wel.

Soms blijft de handeling onuitgesproken omdat iedereen begrijpt wat bedoeld wordt: Zij heeft naar huis gemoeten. In zo'n zin staat gemoeten als voltooid deelwoord.

Kijk niet alleen naar de betekenis van het modale werkwoord. Controleer vooral of er een tweede infinitief in de zin staat. Die tweede infinitief veroorzaakt de vervangende infinitief.

Vragen, ontkenningen en bijzinnen

In een ja-neevraag staat hebben voor het onderwerp. De twee infinitieven blijven bij elkaar.

  • Heb je lang moeten wachten?
  • Heeft Amir de afspraak kunnen verzetten?
  • Hebben jullie binnen mogen zitten?

Een ontkenning staat vóór het werkwoordcluster of bij het zinsdeel dat ontkend wordt:

  • Ik heb gisteren niet kunnen komen.
  • We hebben de rekening niet hoeven betalen.
  • Ze heeft niemand willen storen.

In een bijzin staat het hele werkwoordcluster aan het einde. De persoonsvorm staat vóór de twee infinitieven: Ik was moe, omdat ik de hele nacht had moeten werken en Ik weet dat ik gisteren heb moeten werken. Niet: ... omdat ik de hele nacht moeten werken had.

Maak niet tegelijk een voltooid deelwoord en een vervangende infinitief. Ik heb gekund helpen is fout; zeg ik heb kunnen helpen.

Kort samengevat

  • Vorm dit perfectum meestal met hebben en twee infinitieven.
  • Zet de modale infinitief vóór de infinitief van de handeling: moeten werken.
  • Gebruik bij een tweede infinitief moeten, kunnen, mogen of willen, niet gemoeten, gekund, gemogen of gewild.
  • Gebruik een gewoon voltooid deelwoord wanneer er geen tweede infinitief volgt: Dat heb ik niet gewild.
  • Houd de twee infinitieven in een hoofdzin, een vraag en een bijzin als één werkwoordcluster bij elkaar.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

14 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 14 words and review them later.

Modale werkwoorden in het perfectum

14 words

Last updated October 11, 2026