A2 · ElementaryLesson 2 of 2

Indirecte ja-neevragen met of

Leer indirecte ja-neevragen met of vormen na vragen, weten en controleren, met bijzinsvolgorde en passende leestekens in natuurlijk Nederlands.

By the flumi team About 5 min read 11 vocabulary wordsGrammar learning path: Inhoud en vragen in een bijzin

Een directe ja-neevraag begint meestal met de persoonsvorm: Komt Noor morgen? Als je die vraag in een andere zin opneemt, gebruik je of: Ik vraag of Noor morgen komt. Dit is een indirecte ja-neevraag.

Na deze les kun je:

  • een directe ja-neevraag in een indirecte vraag veranderen;
  • na of de bijzinsvolgorde gebruiken;
  • of en dat kiezen op basis van vraag of zekerheid.

Van een directe naar een indirecte vraag

Een directe ja-neevraag kun je met ja of nee beantwoorden. Een indirecte vraag noemt diezelfde vraag als onderdeel van een langere zin.

Directe vraag Indirecte vraag
Is de winkel open? Ik weet niet of de winkel open is.
Komt Amir vanavond? Sara vraagt of Amir vanavond komt.
Heb je tijd? Ik wil weten of je tijd hebt.
Rijdt de bus vandaag? We controleren of de bus vandaag rijdt.

Het woord of betekent hier ongeveer: is het antwoord ja of nee?

Direct: Heeft Mila de sleutel meegenomen?

Indirect: Ik vraag of Mila de sleutel heeft meegenomen.

De persoonsvorm heeft staat niet meer aan het begin, maar in de werkwoordgroep achteraan.

De woordvolgorde na of

Na of gebruik je de volgorde van een bijzin: eerst het onderwerp en de andere informatie, daarna de werkwoordsvorm of werkwoordgroep.

Onderdeel Voorbeeld
eerste deel Kun je mij vertellen
voegwoord of
onderwerp de trein
rest op tijd
werkwoord vertrekt?

De volledige zin is: Kun je mij vertellen of de trein op tijd vertrekt?

Houd na of niet de volgorde van de directe vraag.

✓ Weet je of Noor morgen werkt?

✗ Weet je of werkt Noor morgen?

Gebruik in een indirecte ja-neevraag of, niet als.

✓ Ik weet niet of hij komt.

✗ Ik weet niet als hij komt.

Twee of meer werkwoorden achteraan

Alle werkwoordsvormen van de indirecte vraag staan samen aan het einde.

  • Ik vraag of je morgen kunt komen.
  • Weet jij of Sara de brief heeft ontvangen?
  • De docent controleert of iedereen de opdracht heeft gemaakt.
  • Kun je zeggen of de trein op tijd zal vertrekken?
  • Ik weet niet of de winkel morgen opengaat.

Bij een groep met deelwoord zijn beide volgordes goed: of Sara de brief heeft ontvangen en of Sara de brief ontvangen heeft.

Maak eerst de korte mededeling: Sara heeft de brief ontvangen. Zet dan of + onderwerp + rest + werkwoorden: of Sara de brief heeft ontvangen.

Quick check

Try one question now.

1

Is de apotheek morgen open? Ik wil weten

Answer options

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Veelgebruikte eerste delen

Een indirecte vraag staat vaak na een werkwoord dat vragen, onzekerheid of controle uitdrukt.

Functie Eerste deel Voorbeeld
iets vragen Ik vraag... Ik vraag of de kamer vrij is.
informatie willen Ik wil weten... Ik wil weten of de winkel open is.
onzeker zijn Ik weet niet... Ik weet niet of Amir meegaat.
iets controleren We controleren... We controleren of de deur dicht is.
beleefd informeren Kunt u zeggen...? Kunt u zeggen of deze trein in Delft stopt?
twijfel Ik vraag me af... Ik vraag me af of de bus nog komt.
met toevoeging Ik weet niet... Ik weet niet of hij komt of niet.

Met een indirecte vraag kun je een vraag zachter of beleefder maken: Kunt u mij vertellen of hier een bushalte is?

Wel of geen vraagteken

Kijk naar de hele zin, niet alleen naar de indirecte vraag.

Hele zin Leesteken
Ik weet niet of Noor thuis is. punt: dit is een mededeling
Sara vraagt of de winkel open is. punt: dit is een mededeling
Weet jij of Noor thuis is? vraagteken: de hele zin is een vraag
Kun je controleren of de deur dicht is? vraagteken: de hele zin is een vraag

De woorden in de of-zin krijgen geen aparte vraagvolgorde en geen apart vraagteken. Alleen de vorm van de volledige zin bepaalt het laatste leesteken.

Of, dat of het losse woord of

Gebruik of voor een ja-neevraag of onzekerheid en dat voor een mededeling die als zeker wordt gepresenteerd.

Betekenis Voorbeeld
ja-neevraag Ik vraag of het museum open is.
onzekerheid Ik weet niet of het museum open is.
mededeling Ik weet dat het museum open is.
keuze tussen zaken Wil je koffie of thee?

Controleer een indirecte ja-neevraag in drie stappen:

  1. Kun je de oorspronkelijke vraag met ja of nee beantwoorden?
  2. Staat of vóór het onderwerp van de opgenomen vraag?
  3. Staan alle werkwoordsvormen samen achteraan?

Het basispatroon is eerste deel + of + onderwerp + rest + werkwoord(en). Het eerste deel bepaalt of de volledige zin eindigt met een punt of een vraagteken.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

11 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 11 words and review them later.

Werkwoorden voor indirecte vragen met of

11 words

Last updated October 11, 2026