Linksplaatsing en hervatting met een voornaamwoord
Leer linksplaatsing met een hervattend voornaamwoord gebruiken en onderscheid dit spreektaalpatroon van neutrale vooropplaatsing in het Nederlands.
Een gespreksonderwerp als aanloop
Met linksplaatsing zet je een persoon, zaak of situatie vóór de eigenlijke hoofdzin. Een voornaamwoord in die hoofdzin verwijst naar deze aangekondigde referent terug. Zo kondigt de spreker eerst aan waarover de zin gaat.
Die nieuwe leverancier, die heb ik gisteren eindelijk gesproken.
De naamwoordgroep die nieuwe leverancier vormt de aanloop. In de hoofdzin vervangt die het lijdend voorwerp: die heb ik gisteren gesproken.
De aanloop wordt ook linksdislocatie genoemd. Hij staat losser van de hoofdzin dan een gewoon vooropgeplaatst zinsdeel. In gesproken taal hoor je daarom vaak een pauze tussen de aanloop en de rest.
Gewone vooropplaatsing of linksplaatsing
Bij gewone vooropplaatsing neemt het zinsdeel zelf de eerste plaats van de hoofdzin in. Bij linksplaatsing staat de aanloop vóór de hoofdzin en neemt een hervattend element zijn functie binnen die hoofdzin over.
| Constructie | Opbouw | Voorbeeld |
|---|---|---|
| neutrale basisvolgorde | onderwerp + persoonsvorm + voorwerp | De commissie bespreekt dat voorstel morgen. |
| gewone vooropplaatsing | voorwerp + persoonsvorm + onderwerp | Dat voorstel bespreekt de commissie morgen. |
| linksplaatsing | aanloop, hervatting + persoonsvorm + onderwerp | Dat voorstel, dat bespreekt de commissie morgen. |
In het laatste voorbeeld staat dat op de eerste zinsplaats van de hoofdzin. Daarom volgt de persoonsvorm bespreekt direct daarna en komt het onderwerp de commissie achter de persoonsvorm.
Haal de aanloop tijdelijk weg. Als er een complete hoofdzin overblijft met een voornaamwoord dat dezelfde functie heeft, heb je waarschijnlijk met linksplaatsing te maken.
Hervatten met die, dat of een persoonlijk voornaamwoord
De vorm van de hervatting hangt af van het woord en van de functie in de hoofdzin.
| Aanloop | Hervatting | Voorbeeld |
|---|---|---|
| enkelvoudig de-woord | die | De nieuwe planning, die bespreken we vrijdag. |
| enkelvoudig het-woord | dat | Het definitieve rapport, dat ontvang je morgen. |
| meervoud | die | Die oude gebouwen, die worden volgend jaar gesloopt. |
| persoon als onderwerp | die; hij of zij met nadruk | Mijn nieuwe collega, die begint volgende week. |
| persoon als voorwerp | die; hem, haar of hen met nadruk | Onze buren, die nodigen we ook uit. |
Bij die en dat zie je hetzelfde onderscheid als bij aanwijzende voornaamwoorden: die hoort bij de-woorden en meervoud, dat bij enkelvoudige het-woorden. Die is ook bij personen de neutrale hervatting in dit patroon. Hij, zij, hem, haar of hen geven meestal nadruk of contrast: Mijn nieuwe collega, zíj begint volgende week; de anderen later. Een persoonlijk voornaamwoord moet bij persoon, getal en zinsfunctie passen.
Laat de hervatting niet toevallig van getal veranderen.
✓ Die twee aanvragen, die behandelen we vandaag.
Niet passend: Die twee aanvragen, dat behandelen we vandaag.
Voorzetsels hervatten
Staat de bedoelde zaak in een voorzetselgroep, dan hervat je haar vaak met een voornaamwoordelijk bijwoord: daar gecombineerd met het voorzetsel. De twee delen kunnen naast elkaar of gescheiden staan.
- Dat nieuwe beleid, daarover bestaan veel misverstanden.
- Die extra kosten, daar hebben we gisteren al over gesproken.
- Het voorstel, daar stemt de raad volgende week over.
Bij personen gebruik je gewoonlijk een voorzetsel met een persoonlijk voornaamwoord:
- Mijn vroegere docent, met hem heb ik nog regelmatig contact.
- De betrokken medewerkers, aan hen hebben we de wijziging uitgelegd.
De aanloop en de hervatting moeten dezelfde functie hebben. Een zaak hervat je dus niet met een persoonlijk voornaamwoord: niet Dat nieuwe beleid, met hem ben ik het niet eens, maar Dat nieuwe beleid, daar ben ik het niet mee eens.
Vormen als daarover verwijzen normaal naar zaken of situaties. Voor personen zijn combinaties als met hem, over haar en aan hen de gebruikelijke keuze.
Ook zinnen en tijdsaanduidingen kunnen vooropstaan
De aanloop hoeft geen naamwoordgroep te zijn. Je kunt ook een hele gedachte of een tijdsaanduiding aankondigen en daarna hervatten.
- Dat de vergadering opnieuw is uitgesteld, dat verbaast niemand meer.
- Wat er tijdens het overleg is gebeurd, daar wil zij voorlopig niet over praten.
- Volgend jaar, dan wil ik minder vaak voor mijn werk reizen.
De hervatting maakt de relatie expliciet. Zonder hervatting kan soms ook een correcte zin ontstaan, maar dan is de structuur anders: het lange zinsdeel staat zelf op de eerste plaats van de hoofdzin.
- Met linksplaatsing: Dat hij niet reageert, dat vind ik vreemd.
- Met gewone vooropplaatsing: Dat hij niet reageert, vind ik vreemd.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Informatiestructuur en intonatie
Linksplaatsing verdeelt de boodschap in twee stappen: eerst het gespreksonderwerp, daarna wat je daarover wilt zeggen. Daardoor kan de constructie drie effecten hebben:
- een nieuw gespreksonderwerp aankondigen;
- een bekend onderwerp opnieuw activeren;
- een sterk contrast leggen met een ander onderwerp.
Vergelijk De eerste optie vind ik te duur met De eerste optie, die vind ik te duur. De tweede zin legt meer nadruk op de eerste optie en klinkt alsof er ook andere opties ter vergelijking zijn.
In geschreven dialogen en informele teksten geeft een komma de hoorbare pauze weer. Bij gewone vooropplaatsing schrijf je géén komma tussen het vooropgeplaatste zinsdeel en de persoonsvorm, ook niet als dat zinsdeel lang is.
Het spiegelbeeld: uitloop
Bij uitloop of rechtsdislocatie komt de kernzin eerst en volgt het gespreksonderwerp daarna. Ook daar maakt de herhaling één intonatie-eenheid zichtbaar: Die vind ik te duur, die eerste optie. Linksplaatsing zet het onderwerp vóór de hoofdzin; uitloop zet het erna.
Register: gemarkeerd, niet verkeerd
Linksplaatsing is productief in gesprekken. Sprekers kunnen er informatie mee ordenen terwijl zij hun formulering opbouwen. Ook in interviews, toespraken en verhalende teksten kan het patroon bewust levendig of nadrukkelijk klinken.
In neutrale formele teksten is gewone vooropplaatsing of basisvolgorde vaak compacter:
| Gesproken of nadrukkelijk | Neutraler geschreven |
|---|---|
| Die vertraging, daar hebben meerdere reizigers over geklaagd. | Meerdere reizigers hebben over die vertraging geklaagd. |
| Het tweede voorstel, dat steunt onze fractie wel. | Onze fractie steunt het tweede voorstel wel. |
| De nieuwe procedure, die begrijp ik nog niet helemaal. | Ik begrijp de nieuwe procedure nog niet helemaal. |
De constructies met linksplaatsing zijn daarmee niet fout. De keuze hangt af van het gewenste accent, het genre en de relatie met de lezer of luisteraar.
Een praktische controle
Gebruik deze stappen wanneer je linksplaatsing wilt herkennen of zelf toepassen:
- Bepaal welk gespreksonderwerp je als aanloop wilt aankondigen.
- Geef dat onderwerp een eigen intonatie-eenheid of, in geschreven dialoog, een passende komma.
- Kies in de hoofdzin een hervatting met de juiste vorm en functie.
- Controleer de woordvolgorde van de hoofdzin vanaf die hervatting.
- Kijk of de extra nadruk past bij het register.
- Kies in formele tekst een compactere formulering als de aanloop geen duidelijke functie heeft.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
16 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 16 words and review them later.
Kernwoorden bij Linksplaatsing en hervatting met een voornaamwoord
16 wordsLast updated October 11, 2026